Dossier: Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud)


HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2711

Een verzoek om een voorwaardelijke machtiging strekt niet tot voortzetting van verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis. Voortzetting van verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis hangende de behandeling van een tijdig ingediend verzoek om een nieuwe rechterlijke machtiging is niet aan de orde in een geval waarin aan de betrokkene ontslag uit het ziekenhuis is verleend, of waarin een voorwaardelijk verleend ontslag door het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende machtiging niet meer kan worden ingetrokken. (meer…)

HR 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2016

De behandeling ter zitting met het oog op het doen verrichten van een deskundigenonderzoek mag niet langer worden aangehouden dan naar verwachting nodig is voor het verkrijgen van een deskundigenbericht, en in geen geval langer dan twee maanden. (meer…)

HR 13 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:853

Doorgaans slaan we uitspraken die met verkorte motivering (art. 81 RO) worden afgedaan op dit blog over. Soms is het aardig er toch op een te wijzen. In dit cassatieberoep is een aspect van de vrije advocaatkeuze aan de orde gesteld (vergelijk over vrije advocaatkeuze eerder CB 2013-188, CB 2014-48 en CB 2016-67). Betekent die vrije keuze dat een burger die op basis van een toevoeging procedeert zijn eigen advocaat mag kiezen? Wat is in dat verband de betekenis van de eisen die de Raad voor rechtsbijstand stelt aan advocaten die werkzaam zijn op bepaalde rechtsgebieden? (meer…)

HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:161

Deze zaak ziet op een verzoek van de officier van justitie om een voorlopige machtiging om betrokkene gedwongen op te nemen. Betrokkene verbleef al vrijwillig in een zorgaccomodatie. Bij een dergelijk verzoek moet zich een verklaring bevinden van een onafhankelijk psychiater die betrokkene persoonlijk heeft onderzocht.  (meer…)

HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3335

In geval van een verzoek om machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling heeft de rechtbank onder de specifieke omstandigheden van het geval kennelijk en niet onbegrijpelijk geen reële mogelijkheid gezien om betrokkene voorafgaand aan de behandeling van het verzoek een oproeping te doen toekomen en heeft zij de voorrang gegeven aan beteugeling van het gevaar. Dit getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. (meer…)

Cassatieblog.nl