Op 14 oktober 2011 vindt ten overstaan van de Civiele Kamer van de Hoge Raad mondeling pleidooi plaats in de cassatieprocedure tussen Knooble B.V. tegen de Staat der Nederlanden en de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut (NNI). De zaak gaat kort gezegd over de juridische gevolgen van de verwijzing in het Bouwbesluit 2003 (een AMvB) naar de NEN-normen op het gebied van de bouw.

De NEN-normen zijn door het NNI uitgebrachte normen (deels overigens afkomstig uit internationale normen) die in overleg met belanghebbenden en technici tot stand zijn gekomen. In het Bouwbesluit 2003 wordt naar deze normen  verwezen, enerzijds omdat deze als eis worden gesteld aan een bouwwerk en anderzijds als methode om te meten of een bouwwerk aan de constructieve of bijvoorbeeld brandveiligheidseisen voldoet. De NEN-normen zijn dus niet door de overheid zelf opgesteld. Ze zijn niet vrij verkrijgbaar of in te zien op internet en ze zijn ook niet gepubliceerd in (een bijlage bij) het Staatsblad of de Staatscourant. NEN-normen zijn alleen tegen betaling te verkrijgen bij het NNI en kunnen voor het overige bij het NNI worden ingezien (maar niet gekopieerd). Het NNI beroept zich in dit verband op haar auteursrecht op de normen.

De Bekendmakingswet eist dat alle algemeen verbindende voorschriften (dus ook AMvB’s als het Bouwbesluit 2003) worden bekendgemaakt in het Staatsblad. De vraag rijst nu of de verplichting tot publicatie van algemeen verbindende voorschriften meebrengt dat ook de NEN-normen algemeen verbindend voorschrift worden en daarmee in het Staatsblad of (een bijlage bij) de Staatscourant moeten worden gepubliceerd. Dat is ook van belang omdat art. 11 Auteurswet bepaalt dat op vanwege de overheid uitgevaardigde algemeen verbindende voorschriften geen auteursrecht rust.

De rechtbank (LJN BG8465) oordeelde dat ook de NEN-normen algemeen verbindend voorschrift zijn geworden en daarmee, nu zij niet waren gepubliceerd, dus niet bindend waren geworden. Het hof (LJN BO4175) kwam tot een tegengestelde beslissing, met name omdat de NEN-normen niet van de overheid afkomstig zijn. Knooble heeft tegen dit arrest cassatieberoep ingesteld. In de cassatieprocedure zal op 14 oktober a.s. mondeling gepleit worden.

De Staat wordt in deze zaak bijgestaan door Martijn Scheltema.

Mondeling pleidooi bij de Hoge Raad

Tot enkele decennia geleden werd in civiele cassatiezaken in de regel mondeling gepleit.  Sinds eind jaren ’70 wordt zowel in dagvaardingszaken als in verzoekschriftzaken, steeds meer gebruik gemaakt van pro forma pleidooien. Deze praktijk is bij wet van 21 mei 1986 (Stb. 285) een wettelijke basis gegeven. In art. 408a Rv spreekt de wet van schriftelijke toelichting. In dit processtuk bepleiten de cassatiepartijen dat en waarom het arrest van het hof vernietigd moet worden (eiser) danwel dat en waarom het arrest wel door de beugel kan (verweerder).

Inmiddels is mondeling pleidooi bij de Hoge Raad eerder uitzondering dan regel; het aantal mondelinge pleidooien op jaarbasis is op één hand te tellen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo’n mondeling pleidooi vaak voor universiteiten aanleiding is voor een studiedag met bestemming Kazernestraat.

Share This