Selecteer een pagina

Op 1 juli 2012 traden de Wet versterking cassatierechtspraak én de Verordening vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur in werking. Eind maart verscheen het evaluatierapport van de Nederlandse Orde van Advocaten, waarin wordt teruggeblikt op de eerste drie jaar civiele cassatieadvocatuur. In de evaluatie zijn met name de effectiviteit en doelmatigheid van de regels over de vakbekwaamheid onder de loep gelegd.

Het rapport vermeldt dat de Hoge Raad jaarlijks (afgerond) zo’n 400 zaken behandelt en dat er nu 95 cassatieadvocaten zijn. Aangenomen dat in cassatie ook steeds verweer wordt gevoerd, zou iedere cassatieadvocaat in theorie ongeveer acht zaken per jaar kunnen behandelen en zo kunnen voldoen aan de ondergrens (de “vliegureneis”) van twaalf zaken per drie jaar. Voor de rechtzoekende is er dus in beginsel keuze genoeg. Als wordt gekeken naar de daling van de afdoening met art. 80a RO (niet-ontvankelijkheid omdat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen) kan een verbetering van de kwaliteit worden geconstateerd.

Het rapport vermeldt verder een aantal knelpunten. Zo vermeldt het rapport dat tijdens de evaluatie zorgen zijn geuit over de beschikbaarheid van advocaten op specifieke rechtsterreinen als het personen- en familierecht en de wet Bopz enerzijds en over het risico van verschraling van de kwaliteit bij verdere toename van het aantal cassatieadvocaten en/of een afname van het aantal zaken. Verder wordt onder meer als knelpunt benoemd: de (onwerkbaar) lage vergoedingen binnen het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand.

De rapporteurs doen ten slotte enkele aanbevelingen ten aanzien van (de naleving van) de kwaliteitseisen. Zo zien zij geen aanleiding voor aanpassing van de vliegureneis, adviseren zij om de onduidelijkheid over de cassatie-specifieke opleidingspunten weg te nemen en om het examen en de proeve van bekwaamheid puntwaardig te maken. Verder bepleiten de rapporteurs intensiever toezicht op (de naleving van de kwaliteitseisen door) de civiele cassatiebalie én een heroverweging van de kosten van het examen en de proeve. Ook wordt opgemerkt dat de NOvA zal blijven aandringen op een adequate vergoeding voor de cassatieprocedure binnen het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand.

Share This