Selecteer een pagina

HR 22 juni 2012, LJN BW3213

Een bewind als bedoeld in Titel 19 van Boek 1 kan worden gecombineerd met het instellen van mentorschap. Dit in aanmerking genomen moet worden aanvaard dat het instellen van een mentorschap evenzeer verenigbaar is met de aanstelling van een provisionele bewindvoerder in het kader van een verzoek tot ondercuratelestelling, aan wie geen andere bevoegdheden als bedoeld in art. 1:380 lid 2 BW zijn toegekend. De rechter kan slechts ambtshalve overgaan tot het instellen van een mentorschap, wanneer het verzoek tot ondercuratelestelling is afgewezen.

Curatele, bewind en mentorschap

Soms zijn meerderjarigen als gevolg van hun lichamelijke of geestelijke toestand niet meer in staat om voor zichzelf te zorgen. De meerderjarige kan dan onder curatele, bewind of mentorschap worden gesteld. Van deze beschermingsmaatregelen is de ondercuratelestelling het meest verstrekkend. Ondercuratelestelling is bedoeld voor mensen die zowel hun financiële als andere persoonlijke belangen niet meer kunnen behartigen. Iemand die onder curatele staat, is handelingsonbekwaam en mag bijna niets meer beslissen zonder toestemming van zijn curator.

Het bewind is enkel een financiële maatregel. Indien iemand zijn vermogensrechtelijke belangen zelf niet behoorlijk kan waarnemen, kan de kantonrechter een bewind instellen over een of meer van zijn goederen. De betrokkene mag dan niet meer zelfstandig over zijn goederen beslissen. De bewindvoerder beslist ook over het beheer van de goederen. Iemand die onder bewind staat is handelingsonbekwaam.

Mentorschap is een maatregel voor mensen die niet meer over persoonlijke zaken kunnen beslissen. De beslissingen die een mentor neemt gaan over verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding van de betrokkene. Financiële zaken mag de betrokkene wel zelf regelen, hij blijft handelingsbekwaam.

Feiten en procesverloop

De vader van verzoekers tot cassatie is tussen 21 december 2007 en 19 april 2008 in een ziekenhuis opgenomen geweest en woont sindsdien in een particulier verzorgingstehuis. Bij beschikking van 1 december 2008 heeft de rechtbank over alle goederen die aan de vader toebehoren of zullen toebehoren een bewind ingesteld. In november 2009 heeft een van de kinderen de rechtbank verzocht om de vader onder curatele te stellen en een provisionele bewindvoerder aan te wijzen. De rechtbank heeft, in afwachting van de beslissing op het curateleverzoek, een notaris benoemd tot provisionele bewindvoerder. De rechtbank heeft de notaris alle bevoegdheden toegekend die een curator krachtens de wet heeft. In hoger beroep heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd en de aan de notaris toegekende bevoegdheden beperkt tot alle vermogensrechtelijke bevoegdheden van een curator, te weten daden van beheer en beschikkingshandelingen. Daarnaast heeft het hof, in aanvulling op de beschikking van de rechtbank, een mentorschap ingesteld ten behoeve van de vader en een mentor benoemd.

Combinatie mentorschap met provisionele bewindvoering is mogelijk

In cassatie gaat het om de vraag of een combinatie van een mentorschap met een provisionele bewindvoering wettelijk mogelijk is. A-G Langemeijer zet in zijn conclusie uiteen waarom deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Een bewind over alle goederen of over bepaalde goederen van een persoon (art. 1:431 en verder BW) kan in beginsel worden gecombineerd met het instellen van mentorschap voor diezelfde persoon (art. 1:450 en verder BW). Dit blijkt uit art. 1:452 lid 5 BW. Wanneer het gaat om de benoeming van een provisioneel bewindvoerder door de rechter is dit niet anders.

Art. 1:380 lid 1 en 2 BW bepaalt dat de rechter voor wie het verzoek tot ondercuratelestelling aanhangig is of laatstelijk aanhangig was, een provisionele bewindvoerder kan benoemen. Op grond van het tweede lid kan de rechter de bewindvoerder het bewind over bepaalde of alle goederen opdragen. Hij kan aan de bewindvoerder ook andere bevoegdheden toekennen, maar niet die welke een curator niet heeft. Een gevaar voor overlapping, waarbij dezelfde taken en bevoegdheden zowel aan de mentor als aan de provisioneel bewindvoerder toekomen, is volgens A-G Langemeijer slechts aanwezig indien de rechter gebruik maakt van de in art. 1:380 lid 2 geregelde bevoegdheid om aan de provisionele bewindvoerder andere bevoegdheden dan voortvloeiend uit het bewind over goederen op te dragen.

In deze zaak had het hof de bevoegdheden van de bewindvoerder beperkt tot alle vermogensrechtelijke bevoegdheden van een curator en daarmee was het gevaar van een overlapping voorkomen.

De Hoge Raad volgt A-G Langemeijer:

“Blijkens art. 1:452 lid 5 BW kan een bewind als bedoeld in Titel 19 van Boek 1 worden gecombineerd met het instellen van mentorschap ten behoeve van de betrokkene. Dit in aanmerking genomen moet worden aanvaard dat het instellen van een mentorschap evenzeer verenigbaar is met de aanstelling van een provisionele bewindvoerder aan wie, zoals in dit geval, geen andere bevoegdheden als bedoeld in art. 1:380 lid 2 BW zijn toegekend.”

Het hof is buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden

In cassatie wordt verder nog aangevoerd dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep is getreden door een mentorschap in te stellen, terwijl daar door partijen niet om was verzocht. Die klacht slaagt. Aangezien door geen van de partijen om instelling van een mentorschap is verzocht, oordeelt de Hoge Raad dat het hof met het instellen van een mentorschap buiten de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep is getreden. De Hoge Raad overweegt daarbij dat de rechter op grond van art. 1:451 lid 3 BW weliswaar ambtshalve tot het instellen van een mentorschap kan overgaan, maar dat dit artikel uitsluitend van toepassing is wanneer het verzoek tot ondercuratelestelling wordt afgewezen. Dit laatste heeft zich in deze zaak niet voorgedaan, omdat er nog niet op het curateleverzoek is beslist. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van het hof, maar uitsluitend voor zover het hof een mentorschap heeft ingesteld en een mentor heeft benoemd.

Share This