Selecteer een pagina

HR 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:601

Op grond van art. 217 Rv kan eenieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding vorderen zich daarin te mogen voegen. Uit de tekst van art. 217 Rv blijkt dat alleen een derde zich kan voegen. Een procespartij kan dat niet. Een procespartij heeft ook geen belang bij voeging, omdat zij in haar hoedanigheid van procespartij de gelegenheid heeft haar standpunt in de hoofdzaak kenbaar te maken.

Achtergrond

Dit arrest van de Hoge Raad ziet op een voegingsincident. Aan de orde is of AT Osborne ontvankelijk is in haar in cassatie ingestelde incidentele vordering tot voeging.

De hoofdzaak betreft een procedure tussen Berenschot International B.V. (hierna: Berenschot) en AT Osborne B.V. (hierna: AT Osborne). In eerste aanleg is Stichting SONA (hierna: Sona) toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van AT Osborne. In het hoger beroep tussen AT Osborne en Berenschot heeft Sona gevorderd om zich opnieuw te mogen voegen aan de zijde van AT Osborne. Het hof heeft Sona niet-ontvankelijk verklaard in die vordering. Het hof overwoog – kort gezegd – dat Sona door voeging in eerste aanleg procespartij was geworden. Het stond Sona als procespartij vrij om zelfstandig en op zelfstandig aangevoerde gronden een rechtsmiddel tegen de uitspraak van de rechtbank in te stellen. Het instellen van een vordering tot voeging kan niet dienen als middel tot herstel van het verzuim om (tijdig) hoger beroep in te stellen, aldus het hof.

Cassatie

Tegen dat oordeel heeft Sona cassatieberoep ingesteld. Sona heeft in de procesinleiding AT Osborne en Berenschot als ‘verweersters’ opgeroepen in cassatie te verschijnen. Berenschot is verschenen en heeft een verweerschrift tot verwerping van het cassatieberoep ingediend. In plaats van te verschijnen heeft AT Osborne bij incidentele conclusie gevorderd zich in cassatie aan de zijde van Sona te mogen voegen.

De Hoge Raad oordeelt dat AT Osborne niet-ontvankelijk is in haar (incidentele) vordering tot voeging in cassatie. Art. 217 Rv bepaalt dat eenieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen. Daaruit volgt dat alleen een derde zich kan voegen en niet een procespartij. Een procespartij heeft ook geen belang bij voeging, nu zij in haar hoedanigheid van procespartij de gelegenheid heeft haar standpunt in de hoofdzaak kenbaar te maken.

In het voegingsincident in hoger beroep was AT Osborne – net als Berenschot – verweerster. Sona heeft AT Osborne dan ook terecht – naast Berenschot – als verweerster in het cassatieberoep tegen de beslissing van het hof betrokken. Dat betekent dat AT Osborne procespartij is in cassatie. AT Osborne kan zich dan ook niet voegen aan de zijde van een van de andere partijen in cassatie.

Share This