HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3614

De voorbereidingen voor invoering van het digitale procederen zijn in volle gang, maar voorlopig kan het cassatierekest uitsluitend ter griffie, per post of per fax worden ingediend (art. 3.1 jo. 10.1 van het Reglement rekestzaken). Met deze regeling is de toegang tot de Hoge Raad niet in het geding. Een cassatierekest dat per e-mail werd ingediend, werd dan ook niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoeker tot cassatie heeft cassatieberoep ingesteld door toezending van het cassatierekest per mail. Dat komt hem op niet-ontvankelijkheid te staan. Art. 33 Rv bepaalt dat processtukken elektronisch kunnen worden ingediend indien van deze mogelijkheid blijkt uit een procesreglement van het betreffende gerecht. Dat is hier niet het geval, want art. 10.1 van het Reglement rekestzaken van de civiele kamer van de Hoge Raad bepaalt dat processtukken alleen ter griffie, per post of per faxapparatuur kunnen worden ingediend. Het argument van verzoeker dat indiening per e-mail mogelijk moet zijn, omdat anders de toegang tot de Hoge Raad onvoldoende gewaarborgd is, onderschrijft de Hoge Raad niet.

Datzelfde geldt (impliciet) voor het argument dat indiening per e-mail betrouwbaarder zou zijn dan via de fax, omdat de goede werking daarvan niet altijd zou zijn gegarandeerd. In dat verband wijst A-G Timmerman op een brief uit 2014 van de voorzitter van de Civiele Kamer aan de cassatiebalie, waarin is benadrukt dat indiening per e-mail niet is toegestaan, omdat deze wijze van indiening onvoldoende betrouwbaar is. Verder merkt Timmerman op dat in het toekomstige tijdperk van digitaal procederen ook niet is voorzien in indiening per regulier e-mailverkeer. Immers, in het in ontwikkeling zijnde programma voor digitaal procederen in cassatie (Dic@s) kunnen processtukken uitsluiten worden ingediend na inloggen in de beveiligde omgeving.

Share This