Selecteer een pagina

Hoge Raad 18 september 2020 ECLI:NL:HR:2020:1418

Art. 1 van het Besluit van 6 maart 2019, Staatsblad 2020, 99, Inwerkingtredingsbesluit digitaal procederen in bestuursrechtelijke cassatieprocedures) brengt mee dat een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener verplicht is digitaal te procederen in die gevallen waarin het beroep in cassatie is gericht tegen een uitspraak die op of na 15 april 2020 is bekend gemaakt. 

Een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener heeft namens X een beroep ingesteld in cassatie tegen de uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2020 op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland betreffende een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2015 en een belastingrentebeschikking.

Per 15 april 2020 is digitaal procederen verplicht bij zaken waarin het beroep in cassatie is gericht tegen een uitspraak die op of na 15 april 2020 bekend is gemaakt (Besluit van 6 maart 2019, Staatsblad 2020, 99, Inwerkingtredingsbesluit digitaal procederen in bestuursrechtelijke cassatieprocedures).

Het beroepschrift is op 28 mei 2020 per fax door de Hoge Raad ontvangen en niet via het webportaal van de Hoge Raad ingediend. De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift, een professioneel gevolmachtigde, daarom per aangetekende brief verzocht om binnen twee weken het beroepschrift in cassatie via het webportaal van de Hoge Raad in te dienen. De indiener van het beroepschrift heeft geen gevolg gegeven aan dit verzoek.

De Hoge Raad verklaart daarom met toepassing van het bepaalde in art. 8:36a lid 5 Awb het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

Share This