Selecteer een pagina

HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1114 

De verklaring voor recht (op grond van art. 10:122 BW) ten aanzien van de wereldwijde organisatie van de Hells Angels en de verbodenverklaring en ontbinding (op grond van art. 2:20 BW) ten aanzien van de Nederlandse overkoepelende organisatie van de Hells Angels, kunnen indirect gevolgen hebben voor de afzonderlijke charters en leden van de Hells Angels. Op grond van art. 140 lid 2 Sr is deelneming aan de voortzetting van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard of ten aanzien waarvan een onherroepelijke verklaring als bedoeld in art. 10:122 lid 1 BW is afgegeven strafbaar. Het is aan de strafrechter om te beslissen wanneer daarvan sprake is.
Achtergrond

Op grond van art. 2:20 BW kan een Nederlandse rechtspersoon waarvan het doel of de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde op verzoek van het OM door de rechter verboden worden verklaard en ontbonden. Daarnaast kan het OM op grond van art. 10:122 BW verzoeken voor recht te verklaren dat de werkzaamheid of het doel van een buitenlandse ‘corporatie’ in strijd is met de openbare orde.

In deze zaak gaat het om op deze bepalingen gebaseerde verzoeken van het OM met betrekking tot – onder meer –  (i) de wereldwijde organisatie van de Hells Angels: de buitenlandse corporatie Hells Angels Motorcycle Club (HAMC) en (ii) de overkoepelende organisatie van de Hells Angels in Nederland: de informele vereniging Hells Angels Motorcycle Club Holland (HAMC Holland).

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft – in navolging van de rechtbank –  (i) op grond van art. 10:122 BW voor recht verklaard dat de werkzaamheid van HAMC in strijd is met de openbare orde als bedoeld in art. 2:20 BW en (ii) HAMC Holland op grond van art. 2:20 BW verboden en ontbonden.

Het hof heeft daartoe overwogen dat sprake is van veelvuldig (soms zeer ernstige) gepleegde geweldsincidenten en andere vormen van criminaliteit (zoals wapenbezit) waarbij leden van Hells Angels zijn betrokken, zowel wereldwijd als in Nederland. Daarbij gaat het volgens het hof om een structurele situatie, die niet los kan worden gezien van de cultuur van geweld die bij de Hells Angels bestaat. Deze gedragingen vormen naar het oordeel van het hof een daadwerkelijke aantasting van als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtsstelsel en kunnen niet worden geduld.  Deze gedragingen moeten worden toegerekend aan HAMC (waar het gaat om de wereldwijde gedragingen van de Hells Angels) en aan HAMC Holland (waar het gaat om gedragingen van de Hells Angels in Nederland), zo overweegt het hof.

De uitspraak van de Hoge Raad

In de uitspraak van de Hoge Raad gaat het over de positie van de Nederlandse charters van de Hells Angels.

Het hof heeft over de Nederlandse charters van de Hells Angels – onder verwijzing naar de eerdere uitspraak van de Hoge Raad over Bandidos (CB 2020-109) –  overwogen dat deze charters als formele of informele verenigingen zijn aan te merken en om die reden niet onder de verbodenverklaring en ontbinding van HAMC Holland vallen. Hieraan voegt het hof toe dat dit niet wegneemt dat de uitspraak van het hof indirect wel gevolgen heeft voor de Nederlandse charters, omdat – als die uitspraak onherroepelijk wordt – het ook de Nederlandse charters en hun leden niet meer vrijstaat om de werkzaamheid van HAMC en HAMC Holland voort te zetten. Het hof concretiseert dat door erop te wijzen dat dit onder meer betekent dat de leden niet meer in het openbaar de colors van de Hells Angels mogen dragen en dat de charters niet meer onder deze naam naar buiten mogen treden.

In cassatie werd onder meer geklaagd over die concretisering door het hof. De Hoge Raad verwerpt die klacht:

“De verbodenverklaring en de ontbinding van HAMC Holland hebben niet tot gevolg dat de afzonderlijke charters verboden zijn verklaard en ontbonden. Het hof heeft in rov. 5.67 slechts tot uitdrukking gebracht dat de verklaring voor recht ten aanzien van HAMC en de verbodenverklaring en ontbinding van HAMC Holland indirect wel gevolgen kunnen hebben voor de afzonderlijke charters en hun leden. Dit volgt uit art. 140 lid 2 Wetboek van Strafrecht, waarin strafbaar is gesteld deelneming aan de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard of ten aanzien waarvan een onherroepelijke verklaring als bedoeld in art. 10:122 lid 1 BW is afgegeven. Het is aan de strafrechter om te beslissen of het in het openbaar dragen van de colors van de Hells Angels of het onder de naam Hells Angels naar buiten treden een strafbaar feit oplevert. Het hof heeft dit niet miskend.”

De overige cassatieklachten worden door de Hoge Raad verworpen met toepassing van art. 81 RO. De uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden – waarin voor recht is verklaard dat de werkzaamheid van HAMC in strijd is met de openbare orde en waarin HAMC Holland is verboden en ontbonden – is daarmee onherroepelijk geworden.

Het OM is in cassatie bijgestaan door Gijsbrecht Nieuwland, Martijn Scheltema en de auteur.

Share This