HR 20 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:725 (Imation/Thuiskopie)

De Hoge Raad bevestigt zijn vaste rechtspraak dat tussentijds cassatieberoep van een tussenarrest zonder dat het hof daarvoor verlof heeft verleend, niet openstaat.

Stichting de Thuiskopie heeft Imation, een importeur van lege cd’s en dvd’s, aangesproken om thuiskopieheffingen te betalen. Imation weigert dat en beroept zich op verrekening met betalingen uit het verleden, die zij te veel zou hebben verricht omdat die betrekking zouden hebben gehad op niet-belaste voorwerpen die uitsluitend voor professioneel gebruik bedoeld waren. Na een tussenvonnis van de rechtbank gaat Stichting de Thuiskopie tussentijds in hoger beroep, met toestemming daartoe van de rechtbank. Het hof wijst een tussenarrest, waarin het onder meer vaststelt dat Stichting de Thuiskopie zich in haar contracten bedient van  “jaren 80/90-geitenwollensokkenspelling” (r.o. 1.1 sub f) maar bovendien oordeelt dat alleen aan de ‘eindverwerver’ van cd’s en dvd’s maar niet aan Imation een vordering tot terugbetaling toekomt. Imation heeft dus ook geen verrekeningsmogelijkheid, oordeelt het hof:

“7.10 In het Copydan-arrest is overwogen dat, in het geval dat de betalingsplichtigen de mogelijkheid hebben om het bedrag van de vergoeding via de prijs af te wentelen op de eindgebruiker ‘die aldus de lasten draagt’, vanwege het ‘rechtvaardig evenwicht’ tussen de belangen van auteursrechthebbenden en de gebruikers van beschermd materiaal, ‘enkel de eindverwerver’ (waarmee bedoeld is: de professionele eindgebruiker) terugbetaling van de vergoeding kan krijgen (punt 53). Hieruit is af te leiden dat het in de – zich hier voordoende, zie rov. 10.6 – situatie dat de eindgebruiker de lasten draagt, in strijd is met artikel 5 lid 2 sub b ARl/artikel 16ce Aw dat een incasso-organisatie als STK een ten onrechte betaalde thuiskopievergoeding terugbetaalt aan de importeur van de drager, ook al heeft deze, zoals hier, de betaling aan de incasso-organisatie de facto verricht. In aanmerking nemend dat STK in het kader van haar grieven 4, 5 en 6 feitelijke stellingen van deze strekking heeft betrokken (zie rov. 10.2), is het hof – zeker gezien de communautaire herkomst daarvan – verplicht om die rechtsregel, dat in een geval als zojuist omschreven niet mag worden terugbetaald aan de importeur/leverancier, ambtshalve toe te passen (artikel 25 Rv). Deze regel is te beschouwen als een lex specialis ten opzichte van de regel van artikel 6:203 BW dat degene die zonder rechtsgrond de betaling heeft verricht, gerechtigd is deze van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen. Uitgaande van mogelijkheid B kan om deze reden geen sprake zijn van een terugbetalingsvordering van Imation, en dus evenmin van verrekening met zo’n vordering.”

Het hof verwijst de zaak terug naar de rechtbank. Imation vraagt tot twee maal toe om tussentijds cassatieberoep open te stellen, maar het hof staat dat niet toe. Imation gaat toch in cassatie, maar de Hoge Raad houdt vast aan zijn vaste rechtspraak: het beroep is niet-ontvankelijk.

“3.3 Het arrest van het hof is een tussenarrest. In het dictum van dat arrest heeft het hof immers louter het tussenvonnis gedeeltelijk vernietigd, dat tussenvonnis voor het overige bekrachtigd, en de zaak ter verdere behandeling en beslissing teruggewezen naar de rechtbank (zie hiervoor in 3.1 onder (iv)). Naar vaste rechtspraak is een uitspraak waarin uitsluitend een tussenuitspraak van de rechter in vorige instantie wordt bekrachtigd of vernietigd en de zaak wordt teruggewezen naar de rechter in vorige instantie, eveneens een tussenuitspraak.

3.4 Beroep in cassatie van het tussenarrest van het hof kan ingevolge art. 401a lid 2 Rv slechts tegelijk met dat van het in deze te wijzen eindarrest worden ingesteld, aangezien het hof niet anders heeft bepaald (zie hiervoor in 3.1 onder (v)) en de andere in art. 401a lid 2 Rv vermelde uitzondering evenmin van toepassing is.”
Overigens heeft de rechtbank Den Haag inmiddels in een parallelle procedure over deels dezelfde materie het voornemen uitgesproken om een prejuduciële vraag aan de Hoge Raad voor te leggen over de vraag of Imation een eigen recht kan toekomen.
Share This