Selecteer een pagina

HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1171

Een arbitraal vonnis dat op meerdere zelfstandig dragende gronden berust, kan alleen worden vernietigd als met succes vernietigingsgronden zijn gericht tegen al die gronden. 

Achtergrond: arbitrage tussen Wells en Bariven

Bariven is een dochtermaatschappij van Petróleos de Venezuela S.A., het staatsolie- en gasbedrijf van Venezuela. Bariven heeft met het Texaanse Wells op 11 december 2012 een overeenkomst gesloten over de verkoop en levering door Wells aan Bariven van twee grote aandrijfmotoren die worden gebruikt op een boorplatform voor de aandrijving van de boorinstallatie (hierna: de koopovereenkomst). De koopprijs was USD 11.732.456,14. Wells heeft de aandrijfmotoren in juni 2014 aan Bariven geleverd. Bariven heeft de aandrijfmotoren niet betaald.

Wells begint hierover op 11 maart 2016 een arbitrageprocedure tegen Bariven en vordert om Bariven te veroordelen tot betaling van USD 11.732.456,14. Het verweer van Bariven is onder andere dat de koopovereenkomst ingevolge art. 3:40 BW nietig is omdat zij onder invloed van corruptie tot stand is gekomen.

In het arbitrale vonnis heeft het scheidsgerecht de vordering van Wells tot betaling van USD 11.732.456,14 toegewezen.

Vernietiging van het arbitrale vonnis

Bariven vordert vervolgens bij het Hof Den Haag de vernietiging van het arbitrale vonnis op grond van art. 1065 lid 1, onder e, Rv (strijd met de openbare orde). Daartoe voert Bariven aan dat het arbitrale vonnis een overeenkomst bekrachtigt en legitimeert die onder invloed van corruptie tot stand is gekomen. Het hof gaat hierin mee en vernietigt het arbitrale vonnis.

Hoge Raad: toch geen vernietiging van het arbitrale vonnis

Wells gaat in cassatie. Wells voert aan dat het scheidsgerecht de vordering van Wells heeft toegewezen op twee zelfstandig dragende gronden. Na de vordering te hebben toegewezen op grond van Barivens contractuele verplichting om de koopprijs van de motoren te betalen, heeft het scheidsgerecht namelijk overwogen dat de vordering van Wells ook toewijsbaar is als de koopovereenkomst nietig of vernietigbaar zou zijn, omdat in dat geval de op Bariven rustende verplichting tot ongedaanmaking een bedrag zou belopen dat gelijk is aan de koopprijs. Tegen deze door het scheidsgerecht als obiter dictum aangeduide overwegingen zijn door Bariven geen vernietigingsgronden gericht. De vernietigingsvordering van Bariven is uitsluitend gericht tegen het oordeel van het scheidsgerecht dat de overeenkomst niet nietig is. Door de vernietigingsvordering van Bariven toch toe te wijzen heeft het hof volgens Wells miskend dat een arbitraal vonnis dat op twee zelfstandig dragende gronden berust alleen kan worden vernietigd indien met succes vernietigingsgronden zijn gericht tegen beide gronden.

De Hoge Raad geeft Wells gelijk en doet de zaak zelf af door de vordering van Bariven tot vernietiging van het arbitrale vonnis af te wijzen. Daartoe overweegt de Hoge Raad onder meer als volgt:

“3.1.4 Voor beantwoording van de vraag of de overwegingen van het scheidsgerecht in hoofdstuk 13 onder E zijn beslissing zelfstandig dragen, is beslissend hoe die overwegingen, naar hun inhoud genomen, zich verhouden tot de beslissing in het dictum. Dat het scheidsgerecht die overwegingen “obiter dictum” heeft genoemd, is hierbij niet beslissend (vgl. HR 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0713, rov. 3.5).

3.1.5 [Het arbitrale vonnis] laat geen andere uitleg toe dan dat de overwegingen van het scheidsgerecht met betrekking tot de onverschuldigde betaling als grondslag voor de verplichting van Bariven om het door Wells gevorderde bedrag van USD 11.732.456,14 te betalen, een grond betreft die het dictum zelfstandig draagt. (…)

3.1.6 Hetgeen hiervoor in 3.1.3 en 3.1.5 is overwogen, betekent dat het hof de door Bariven ingestelde vernietigingsvordering slechts kon toewijzen als Bariven ook – en met succes – vernietigingsgronden zou hebben aangevoerd tegen de overwegingen in het arbitrale vonnis die betrekking hebben op de verplichting van Bariven tot vergoeding van de waarde van de geleverde goederen. Door ondanks het ontbreken van dergelijke vernietigingsgronden het arbitrale vonnis te vernietigen, heeft het hof miskend dat deze overwegingen de beslissing van het scheidsgerecht in het dictum zelfstandig dragen. De hierop gerichte klachten slagen.”

Share This