Alle berichten met de tag: Mw art. 6


HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1354 (SGD, KNMvD / AGIB)

De Hoge Raad laat het voorlopig oordeel van het hof dat sprake is van een besluit van een ondernemersvereniging met mededingingsbeperkende strekking in stand. Wanneer de strekking van het besluit mededingingsbeperkend is, hoeft niet meer onderzocht te worden of de gevolgen de mededinging beperken. Ook een onderzoek naar de merkbaarheid van de mededingingsbeperking is dan niet nodig. (meer…)

HR 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:149 (NVM / Veerman q.q.)

Het feit dat een besluit van een ondernemersvereniging mededingingbeperkende gevolgen heeft op een andere markt dan die waarop de leden van de vereniging zelf economisch actief zijn, staat niet in de weg aan de conclusie dat het besluit verboden is wegens strijd is met art. 6 Mw. (meer…)

HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2123 (BP/[X] c.s)

(1) Bij de toetsing van de toelaatbaarheid van een met andere overeenkomsten samenhangend exclusief afnamebeding moet worden nagegaan in hoeverre die overeenkomst samen met andere overeenkomsten van invloed is op de toegankelijkheid van de betrokken markt en in hoeverre de door de betrokken leverancier gesloten overeenkomsten bijdragen tot het cumulatieve effect dat van die overeenkomsten uitgaat.
(2) Ook conversie (art. 3:42 BW) van overeenkomsten die de mededinging weliswaar niet naar strekking verhinderen, beperken of vervalsen, maar die dit wel tot gevolg hebben, is onverenigbaar met art. 6 lid 2 Mw.
(3) Het hof heeft geen rechtsregel miskend door te oordelen dat de nietigheid van het afnamebeding slechts partiële werking heeft (art. 3:41 BW). (meer…)

HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3745

(1) Een exclusief afnamebeding kan als doelbeperking in de zin van art. 6 lid 1 Mededingingswet worden beschouwd als daaraan geen door de leverancier verstrekte financiële of economische voordelen voor de afnemer zijn verbonden. Onder die omstandigheden is een dergelijk beding niet op een lijn te stellen met de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU waarin ten aanzien van exclusieve afnamebedingen werd geoordeeld dat zij niet tot doel hebben de mededinging merkbaar te beperken (en daarom niet van rechtswege nietig zijn). (2) Art. 6:260 lid 5 BW dient de rechtszekerheid voor derden. Gelet op die ratio is een verklaring voor recht dat een beding in een in de openbare registers ingeschreven overeenkomst nietig is een rechtsfeit dat op de voet van deze bepaling in de openbare registers kan worden ingeschreven. (meer…)

HR 8 juli 2011, LJN BQ2809 (BP / [X] c.s)

Mededingingsbeperkende gedragingen zijn van rechtswege nietig, tenzij een vrijstelling van toepassing is. Voor motorbrandstoffen geldt een vrijstelling voor een non-concurrentiebeding dat de duur van vijf jaar niet overschrijdt. Onder voorwaarden is een langer durend afnamebeding óók vrijgesteld, maar die uitgebreide vrijstelling geldt niet in de onderhavige situatie van economische eigendom. (meer…)