HR 21 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1022

Artikel 5:130 lid 2 BW bepaalt dat een verzoek tot vernietiging van een besluit van een VvE binnen een maand moet worden gedaan ná de dag waarop verzoeker van het besluit kennis heeft genomen of kennis heeft kunnen nemen. In deze zaak heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op de vraag wanneer voornoemde termijn van een maand gaat lopen. Kort gezegd, hangt dat af van de omstandigheden van het geval. Als het gebruikelijk is dat de besluiten van een VvE worden verspreid (bijv. per e-mail) vangt de termijn aan vanaf het moment waarop die bekendmaking heeft plaatsgevonden. Is het niet gebruikelijk dat de besluiten worden verspreid, dan mag van een verzoeker in beginsel worden verwacht dat hij binnen een week na de vergadering informatie inwint over de besluiten. De termijn uit artikel 5:130 lid 2 BW begint dan te lopen uiterlijk op de dag na het einde van die week.

Feiten en procesverloop

Het gaat in deze zaak om de vraag of het verzoek van een appartementseigenaar tot vernietiging van door de VvE genomen besluiten tijdig is ingediend. De betreffende appartementseigenaar wil besluiten die tijdens de vergadering van de Vve van 23 november 2015 zijn genomen laten vernietigen. De eigenaar was zelf niet bij de vergadering aanwezig. De notulen van de vergadering zijn op 10 december 2015 op de website van VvE Diensten Nederland geplaatst en zijn op die dag om 10.00 uur ook per mail verspreid aan de leden van de VvE.

Hoofdregel is dat een verzoek tot vernietiging van een besluit van een VvE binnen een maand moet worden gedaan ná de dag waarop verzoeker van het besluit kennis heeft genomen of heeft kunnen nemen (zie artikel 5:130 lid 2 BW).

De kantonrechter heeft de appartementseigenaar niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek, omdat het verzoek te laat was ingediend. Kernvraag in hoger beroep was wanneer de in artikel 5:130 lid 2 BW omschreven termijn was gaan lopen. De appartementseigenaar stelde zich op het standpunt dat hij pas op 10 december 2015 (moment plaatsing van besluiten op de website en toezending per e-mail) van de besluiten kennis heeft kunnen nemen. Het hof ging daar niet in mee en overwoog:

“Ook het hof is van oordeel dat het belang van eigenaars om zo spoedig mogelijk te weten of een genomen besluit geldig is of niet, meebrengt dat van een eigenaar/lid van een VvE in het algemeen mag worden verwacht dat hij/zij, indien hij/zij niet aanwezig kan of wil zijn ter vergadering, ook niet bij vertegenwoordiging (zoals bij de oproepingsbrief voor de vergadering d.d. 5 november 2015 (productie 1 bij het inleidend verzoekschrift) expliciet mogelijk werd gemaakt), zich ten spoedigste van genomen besluiten vergewist, zodat de bedoelde termijn inderdaad op de dag van de vergadering dan wel ten spoedigste nadien kan ingaan.”

Kortom, naar het oordeel van het hof mag van een appartementseigenaar worden verwacht dat hij zo spoedig mogelijk na een vergadering uitzoekt welke besluiten zijn genomen, zodat de termijn uit artikel 5:130 lid 2 BW gaat lopen op de dag na de vergadering.

Cassatie

De appartementseigenaar komt tegen dat oordeel in cassatie op. De Hoge Raad stelt bij de beantwoording van de vraag wanneer de in artikel 5:130 lid 2 BW genoemde termijn gaat lopen voorop dat voor het aanvangsmoment van de termijn van een maand is gedacht aan het tijdstip waarop de appartementseigenaar redelijkerwijs van het besluit heeft kunnen kennisnemen. Daaropvolgend overweegt de Hoge Raad dat het antwoord op de vraag vanaf welk moment een appartementseigenaar die niet bij een vergadering aanwezig was, van een in die vergadering genomen besluit heeft kunnen kennis nemen afhangt van de omstandigheden van het geval. Als het binnen een VvE gebruikelijk is om besluiten onder haar leden bekend te maken (bijvoorbeeld door verspreiding van de notulen) dan is uitgangspunt dat een appartementseigenaar die niet bij de vergadering aanwezig was, redelijkerwijs van een daar genomen besluit heeft kunnen kennis nemen vanaf het moment waarop de bekendmaking heeft plaatsgevonden. Dat is slechts anders als hij feiten en omstandigheden stelt waaruit volgt dat hij pas op een later moment redelijkerwijs van het besluit kennis heeft kunnen nemen.

Als het bij een VvE niet gebruikelijk is om besluiten onder haar leden bekend te maken, dan mag van een appartementseigenaar die niet bij de vergadering aanwezig was, maar wel wist of behoorde te weten dat en wanneer een vergadering plaatsvond en welke besluiten genomen zouden kunnen worden, worden verwacht dat hij moeite doet om kort na de vergadering kennis te nemen van de genomen besluiten. Van de appartementseigenaar mag dan in beginsel worden verwacht dat hij binnen een week na de vergadering informatie inwint over de besluiten. De termijn van een maand uit artikel 5:130 lid 2 BW begint dan te lopen uiterlijk op de dag na het einde van die week.

Als echter komt vast te staan dat een appartementseigenaar die niet bij een vergadering aanwezig was, al eerder daadwerkelijk kennis heeft genomen van de besluiten, dan begint de termijn te lopen vanaf dat eerdere moment.

Met dit oordeel geeft de Hoge Raad kortom praktische handvaten op basis waarvan in een specifiek geval de aanvangstermijn uit artikel 5:130 lid 2 BW kan worden vastgesteld. Voor de onderhavige zaak betekenen deze handvaten dat als blijkt dat het verspreiden van de notulen door de VvE gebruikelijk was, de appartementseigenaar in beginsel die verspreiding van de notulen mocht afwachten en de termijn voor het instellen van een verzoek tot vernietiging pas op 11 december 2015 is gaan lopen. Het is echter aan het verwijzingshof om vast te stellen of bekendmaking van de besluiten door de betreffende VvE gebruikelijk was. De Hoge Raad vernietigt dan ook het arrest van het hof en verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar een ander hof.

Share This