HR 22 maart 2019 EC:LI:NL:HR:2019:395

In behandelplan dient duidelijk te zijn welke geneesheer-directeur bevoegd is te beslissen tot opneming van de betrokkene indien de voorwaarden niet worden nageleefd of het gevaar niet langer buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. 

De Officier van Justitie had de rechtbank verzocht een nieuwe voorwaardelijke machtiging te verlenen ten aanzien van betrokkene. Betrokkene was op dat moment op grond van een voorwaardelijke machtiging onder ambulante behandeling van Pro Persona te Nijmegen.  Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de betrokkene verzocht om in de beschikking Nijmegen als plaats van opname te vermelden. De rechtbank heeft overwogen dat in het behandelplan voldoende duidelijk is aangegeven dat de psychiatrische instelling waar de behandelaar toe behoort garant staat voor de opname van de betrokkene en haar de noodzakelijke zorg en behandeling zal verlenen en verleent de machtiging.

Art. 14a lid 5 Wet Bopz schrijft voor dat het behandelplan het psychiatrisch ziekenhuis vermeldt dat bereid is betrokkene, zo nodig, op te nemen. De aanduiding van het psychiatrisch ziekenhuis dient volgens de Hoge Raad dan ook zo concreet te zijn dat duidelijk is welke geneesheer-directeur de in art. 14d lid 1 Wet Bopz bedoelde verantwoordelijkheid voor de beslissing tot opneming van de betrokkene zal dragen. Pro Persona is niet een psychiatrisch ziekenhuis maar een organisatie die verschillende psychiatrische ziekenhuizen exploiteert. Onduidelijk blijft nu welke geneesheer-directeur binnen de Pro Persona organisatie bevoegd is om de beslissing als bedoeld in art. 14d lid 1 Wet Bopz te nemen.

Binnen twee weken zou een reeds door de betrokkene aangevraagd second opinion-onderzoek plaatsvinden. De rechtbank heeft het verzoek om aanhouding afgewezen op de grond dat indien er uit de second opinion een andere uitslag komt dan de huidige diagnose die gesteld is, “aan de officier van justitie een nieuw verzoek gedaan kon worden.”  De Hoge Raad oordeelt dat deze weigering van het aanhoudingsverzoek onvoldoende is gemotiveerd.

De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst terug.

Share This