Alle berichten met de tag: BW art. 1:250


HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:158

Een minderjarige kan een verzoek om benoeming van een bijzondere curator (art. 1:250 BW) indienen zonder te worden vertegenwoordigd door een wettelijk vertegenwoordiger, maar kan tegen de afwijzing van zo’n informeel verzoek niet zonder de wettelijk verplichte rechtsbijstand van een advocaat een rechtsmiddel aanwenden. (meer…)

HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1409

De minderjarige mag zonder procesvertegenwoordiging en op informele wijze verzoeken om benoeming van een bijzonder curator. De minderjarige mag de rechter ook op informele wijzen vragen om beslissingen betreffende (i) het eenhoofdig gezag, (ii) omgang en informatie, of (iii) de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. In hoger beroep kan de minderjarige wél zonder procesvertegenwoordiging opkomen tegen de afwijzing om een bijzonder curator te benoemen, maar niet tegen de beslissing op de andersoortige (informele) verzoeken. Terzake deze beslissingen moet hij vertegenwoordigd worden door een wettelijk vertegenwoordiger of een bijzonder curator. (meer…)

HR 23 november 2012, LJN BY3968 (X en Y/BJZ Friesland en Raad voor de Kinderbescherming)

Bij de vraag of een bijzondere curator in de zin van art. 1:250 BW benoemd moet worden, vormen de belangen van de minderjarige weliswaar een eerste overweging, maar de benoeming dient niet plaats te vinden met als doel in het algemeen de belangen van de minderjarige te beschermen. Er moet sprake zijn van een belangenconflict tussen de minderjarige en de ouder(s) of voogd(en). Bij de beoordeling van de vraag of benoeming van een bijzondere curator nodig is, heeft de rechter een grote mate van beoordelingsvrijheid. (meer…)