Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: verlies nederlanderschap


HR 3 april 2020 ECLI:NL:HR:2020:593

De tienjaarstermijn van art. 15 lid 1, aanhef en onder c, RWN is aangevangen op het tijdstip waarop verweerster in cassatie (i) in het bezit van zowel de Nederlandse als de Surinaamse nationaliteit, (ii) als meerderjarige (iii) haar hoofdverblijf in Suriname had. (meer…)

HR 26 juni 2015 ECLI:NL:HR:2015:1749

De in art. 15 lid 2, aanhef en onder a en b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Rijkswet) omschreven bescherming tegen het verlies van het Nederlanderschap komt ook toe aan een meerderjarige Nederlander die vrijwillig de nationaliteit van een nieuwe soevereine staat verkrijgt en op het grondgebied van die staat is geboren voordat het een zelfstandige en soevereine staat werd, en ten tijde van zijn naturalisatie zijn hoofdverblijf in die nieuwe soevereine staat heeft. (meer…)

Nederlandse vlagHR 27 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:761 en ECLI:NL:HR:2015:766

Nederlanders kunnen hun Nederlandse nationaliteit verliezen als zij tevens een andere (“vreemde”) nationaliteit bezitten en zij tijdens hun meerderjarigheid gedurende een ononderbroken periode van tien jaar in het bezit van beide nationaliteiten hoofdverblijf hebben buiten Nederland (en buiten het Koninkrijk overzee en de Europese Unie) (art. 15 lid 1 onder c RWN). Die periode van tien jaar wordt gestuit door de verstrekking van een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap dan wel van een reisdocument in de zin van de Paspoortwet (art. 15 lid 4 RWN). De opsomming van documenten die als verklaring omtrent het bezit van Nederlanderschap kunnen dienen (zie art. 61 lid 1 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap (BVVN)), is limitatief. (meer…)