HR 3 april 2020 ECLI:NL:HR:2020:593
De tienjaarstermijn van art. 15 lid 1, aanhef en onder c, RWN is aangevangen op het tijdstip waarop verweerster in cassatie (i) in het bezit van zowel de Nederlandse als de Surinaamse nationaliteit, (ii) als meerderjarige (iii) haar hoofdverblijf in Suriname had. (meer…)
HR 26 juni 2015
HR 27 maart 2015,