Alle berichten van: Martijn Scheltema


HR 15 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:914 (Bursa/ Güriş)

De Hoge Raad oordeelt dat de vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis alleen binnen de tweede termijn van art. 1064 lid 3 Rv oud (thans: 1064a lid 2 Rv) kan worden ingesteld, en niet voorafgaand daaraan. (meer…)

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:485 en ECLI:NL:HR:2018:486

Het ging in deze onteigeningszaken om een complex waar in de grond een grote hoeveelheid löss aanwezig was. Dit wordt vanwege de onteigening winbaar, waarbij sommige percelen in het complex veel meer löss bevatten dan andere. Dat was voor de rechtbank aanleiding om niet de feitelijk uit ieder perceel te winnen löss bepalend te laten zijn maar een hoeveelheid die resulteert na middeling van de totaal te winnen hoeveelheid.  (meer…)

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3184 en 3109

In deze zaak zijn door de Provincie Noord-Brabant vijf agrarische percelen onteigend ten behoeve van de omlegging van een provinciale weg. Twee percelen waren eigendom van de vader van de eiser in zaaknummer 3184, en drie van de eiser in die procedure zelf. Op de percelen werden onder meer graszoden geteeld (naast maïs). Nu de onteigening van al deze percelen noodzakelijk was, waren twee procedures tegen de verschillende eigenaren noodzakelijk. Omdat de vader was overleden, is in de procedure over zijn percelen conform art. 20 Ow een derde aangewezen (mr. Baan) om de belangen van de gezamenlijke erfgenamen in die onteigening te behartigen. (meer…)

HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:483 (Gemeente Bladel/Bouwers met Visie)

Deze uitspraak lijkt het sluitstuk te vormen van een lange discussie over de geldigheid van bevoegdheden-overeenkomsten die in het kader van de Ruimte voor Ruimte-regeling zijn gesloten. Deze regeling was bedoeld om de sanering van varkenshouderijen in concentratiegebieden in met name Noord-Brabant en Limburg (vanwege de Europese verplichting om de ammoniakdepositie te verlagen) te financieren. (meer…)

HR 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2888

De Staat heeft door het invoeren van het verbod op het houden en (doen) doden van pelsdieren voor de productie van bont geen ongerechtvaardigde inbreuk gemaakt op het door artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM gewaarborgde recht op eigendom van de nertsenhouders. (meer…)