Alle berichten met de tag: mondelinge behandeling


Hoge Raad 24 januari 2025, ECLI :NL:HR:2025:114

Hoe zat het ook alweer met de regels bij een rechterswissel na een mondelinge behandeling? En gelden die regels ook voor raden (niet-rechters) bij de Ondernemingskamer? Maartje Möhring bespreekt in een vlog van drie minuten een recente uitspraak van de Hoge Raad met de antwoorden op deze vragen.

Cassatievlog #120 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

 

 

HR 24 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:114

De vaste rechtspraak van de Hoge Raad over een rechterswissel na mondelinge behandeling, is ook van toepassing op raden (niet-rechters) in zaken die door de Ondernemingskamer worden behandeld. (meer…)

HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1890

Bij de beoordeling van zorgmachtigingen moet de rechter onderzoeken of en vaststellen dat betrokkene, indien niet verschenen bij de mondelinge behandeling, niet bereid is zich te doen horen. De enkele vaststelling dat betrokkene niet bij de mondelinge behandeling aanwezig wilde zijn, is daartoe onvoldoende. (meer…)

HR 13 oktober 2023 ECLI:NL:HR:2023:1451 

De Hoge Raad heeft diverse keren gewezen op het recht van een partij om zijn zaak mondeling tegenover een rechter te verdedigen. Dit recht is vrij sterk. Dat zien we bijvoorbeeld in de rechtspraak met de strekking dat als één van de rechters wisselt na een mondelinge behandeling, partijen in de gelegenheid moeten worden gesteld hun zaak opnieuw te bepleiten voor de rechter die hun zaak beslist. Paul Tanja bespreekt het arrest van de Hoge Raad in 3 minuten.

Cassatievlog #073 is ook als podcast beschikbaar.

HR 15 september 2023 ECLI:NL:HR:2023:1220
HR 6 oktober 2023 ECLI:NL:HR:2023:1383

Art. 6:1 lid 1 Wvggz bepaalt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat de betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. Het gaat hier om meer dan hetgeen reeds voortvloeit uit het fundamentele beginsel van een behoorlijke rechtspleging dat iedere partij de gelegenheid moet krijgen om haar standpunt naar voren te brengen voordat de rechter een beslissing neemt. Ook dient immers zoveel mogelijk gewaarborgd te zijn dat aan iemand niet verplichte zorg kan worden opgelegd zonder dat hij, zo hij dit wenst, zelf door de rechter wordt gehoord. Het is tegen deze achtergrond dat de onderzoeksplicht van de rechter naar de bereidheid van de betrokkene om zich te doen horen en de motivering van zijn vaststelling dat die bereidheid niet aanwezig was, moeten worden beoordeeld. (meer…)

Cassatieblog.nl