Alle berichten van: Giel Wind


Cassatieblog HR 22 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1825 

Art. 3:23 BW staat niet in de weg aan het aannemen van goede trouw in gevallen waarin zonder dat partijen het beseffen inschrijving van de notariële akte van vestiging van een erfdienstbaarheid achterwege blijft dan wel de erfdienstbaarheid niet is vermeld in de wel ingeschreven notariële akte. Art. 3:23 BW schept immers geen onderzoeksplicht ten aanzien van de eigen verkrijging, maar strekt ertoe de eerdere rechthebbende te beschermen tegen de latere bezitter die door raadpleging van de registers de feiten of het recht had kunnen kennen. (meer…)

Cassatieblog HR 15 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1755

Artikel 7:2 BW beschermt consumenten bij de koop van een woning door middel van een schriftelijkheidsvereiste en een recht op bedenktijd. In deze prejudiciële beslissing overweegt de Hoge Raad dat een perceel grond met de publiekrechtelijke bestemming ‘wonen’ geen woning in de zin van dat artikel is. (meer…)

HR 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1674

De Hoge Raad heeft in de arresten Kelderluik en Dijkdoorbraak Wilnis factoren gegeven voor de beoordeling van gevaarzetting en opstalaansprakelijkheid. De Hoge Raad overweegt in deze zaak dat de rechter kenbaar moet toetsen aan die factoren. Deze zaak biedt een voorbeeld waarin het hof dat onvoldoende had gedaan. (meer…)

HR 1 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1146 (Sint Maarten Ports Development/Harbour Side Properties & Ballerina)

Wanneer een rechter een bewijsvermoeden aanneemt, kan hij daarvan later terugkomen omdat voldoende tegenbewijs geleverd is. Dat staat er niet aan in de weg dat hij uiteindelijk alsnog oordeelt dat het benodigde bewijs geleverd is. Het ging immers slechts om een vermoeden, dat door tegenbewijs ‘ontzenuwd’ werd. Maar wanneer dat tegenbewijs relevant, specifiek en voldoende onderbouwd is, moet de rechter dat kenbaar betrekken bij zijn uiteindelijke oordeel dat het benodigde bewijs tóch geleverd is. Dat oordeelt de Hoge Raad in dit arrest. (meer…)

Cassatieblog HR 24 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1627

Dat een rechter in een verstekvonnis ten onrechte nalaat bedingen (kenbaar) op oneerlijkheid te toetsen, zoals bedoeld in de Richtlijn oneerlijke bedingen, brengt niet mee dat een andere dan de wettelijke verzettermijn geldt. Dat een dergelijk verstekvonnis onherroepelijk wordt is niet strijdig met het Unierecht, want dat staat toe dat redelijke beroepstermijnen worden gehanteerd in het belang van de rechtszekerheid. (meer…)

Cassatieblog.nl