Alle berichten met de tag: RO art. 13a


HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:509, ECLI:NL:HR:2014:510, ECLI:NL:HR:2014:511

Een Advocaat-Generaal geeft geen blijk van ‘onbehoorlijk gedrag’ in de zin van art. 13f, eerste lid, Wet RO wanneer hij een opiniërend artikel schrijft waaraan geen verder reikende strekking toekomt dan als tot debat prikkelende uiting, die bovendien onvoldoende verband houdt met de merites van een concreet geschil waarbij de klagers betrokken zijn of kunnen zijn. Onder die omstandigheden wordt aan het gezag van of het vertrouwen in de rechtspraak geen afbreuk gedaan en is de vrees van klagers voor een negatieve invloed van de uiting op mogelijke procedures waarin zij betrokken zijn, niet gerechtvaardigd. (meer…)

HR (Vierde Kamer) 6 maart 2013, LJN BZ3450, BZ3458 en BZ3462

De Hoge Raad is de aangewezen externe instantie om te oordelen over klachten over gedragingen van rechterlijke ambtenaren (art. 13aWet RO (voorheen: art. 14a Wet RO)).  Procureur-Generaal Fokkens kondigde in zijn bijdrage aan het jaarverslag 2011 (eerder besproken op cassatieblog) aan dat hij voornemens was enkele klachten aan de Hoge Raad voor te leggen. Op 6 maart 2013 deed de Vierde Kamer van de Hoge Raad uitspraak in drie van dergelijke klachtprocedures. In twee van de drie gevallen werd gehandeld in strijd met het adagium ‘de rechter spreekt door zijn vonnis’. (meer…)

In 2011 is de gemiddelde doorlooptijd van de behandeling van cassatiezaken in alle drie sectoren (civiel, straf, belasting) afgenomen. In civiele dagvaardingszaken was de gemiddelde doorlooptijd 501 dagen (in 2010 nog 547 dagen); in rekestzaken – net als in 2010 – 319 dagen. In 55% van de behandelde zaken is het cassatieberoep volledig op de voet van art. 81 RO afgedaan en in 19% volgde vernietiging van de bestreden uitspraak. Dat blijkt uit het Jaarverslag 2011 dat de Hoge Raad heeft gepubliceerd. (meer…)