Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons Privacyverklaring.
weigeren accepteren

april, 2014

Schending motiveringsplicht ex art. 7:12 Awb is niet onrechtmatig jegens niet-belanghebbende

CB 2014-69 Geplaatst op 03 apr 2014 door

HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:767

De gehoudenheid om een besluit toereikend te motiveren (art. 7:12 Awb), strekt niet tot bescherming van vermogensbelangen van personen die niet kunnen worden aangemerkt als belanghebbende bij dit besluit in de zin van de Awb. Schending van de motiveringsplicht is dus niet onrechtmatig jegens niet belanghebbenden, nu niet voldaan wordt aan de relativiteitseis van art. 6:163 BW. De motiveringsplicht strekt er toe dat degene die tegen het besluit bezwaar heeft gemaakt en eventuele andere belanghebbenden uit de beslissing kunnen opmaken waarom aan de aangevoerde bezwaren niet is tegemoetgekomen, onder meer met het oog op het al dan niet instellen van rechtsmiddelen. Lees verder >

3:305a BW-rechtspersoon kan ook via stuitingsbrief de verjaring stuiten van vorderingen belanghebbenden voor wie hij opkomt

CB 2014-68 Geplaatst op 03 apr 2014 door

HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:766 (VEB NCVB/Deloitte Accountants c.s.)

Een rechtspersoon in de zin van art. 3:305a lid 1 BW kan door een aanmaning of mededeling op de voet van art. 3:317 lid 1 BW de verjaring stuiten van rechtsvorderingen van personen wier gelijksoortige belangen hij ingevolge zijn statuten behartigt. Dat geldt ook voor zover deze rechtsvorderingen strekken tot nakoming van verbintenissen tot schadevergoeding in geld. Lees verder >

Verwijzing naar het “Omgangshuis” als voorlopige omgangsregeling

CB 2014-67 Geplaatst op 02 apr 2014 door

HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:748

’s Hofs beslissing om de moeder te verplichten medewerking te verlenen aan een voorlopige omgangsregeling waarbij vorm, frequentie en duur van de omgang aan het Omgangshuis worden overgelaten, berust op een wettelijke grondslag en is niet in strijd met art. 8 EVRM. Lees verder >

Kabelmaatschappijen zijn Norma geen vergoeding verschuldigd voor kabeldoorgifte

CB 2014-66 Geplaatst op 02 apr 2014 door

HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:735 (Norma/NLKabel c.s.)

Heruitzenden door middel van een omroepnetwerk in de zin van art. 14a Wnr moet worden uitgelegd als doorgifte via de kabel in de zin van art. 1 lid 3 SatKabRl, dat een voorafgaande primaire openbaarmakingshandeling veronderstelt. Omdat het klaarzetten van radio- en televisieprogramma’s via de Media Gateway geen mededeling aan het publiek is, en dus geen (primaire) openbaarmakingshandeling, zijn kabelmaatschappijen geen vergoeding verschuldigd aan Norma als belangenbehartiger van uitvoerend kunstenaars. Lees verder >

Profiteren van wanprestatie slechts onder bijzondere omstandigheden onrechtmatig

CB 2014-65 Geplaatst op 02 apr 2014 door

HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:740 (Joba/Verweerder)

Als de koper ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst niet bekend is met het voorkeursrecht van – in dit geval – de huurder, staat het hem in beginsel vrij nakoming van de koopovereenkomst na te streven, zoals in dit geval door vervroeging van de levering, ook nadat hij alsnog van het voorkeursrecht op de hoogte is geraakt. Zodanige handelwijze kan onder bijzondere omstandigheden echter onrechtmatig zijn jegens degene die een voorkeursrecht heeft dat daardoor wordt gefrustreerd, waarbij met name valt te denken aan het geval dat sprake is van onevenredigheid tussen het belang bij nakoming van de koopovereenkomsten en het belang dat bestaat bij het kunnen uitoefenen van het voorkeursrecht. Lees verder >

Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn slechts in afzonderlijke procedure

CB 2014-64 Geplaatst op 02 apr 2014 door

HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:736 (X/Gemeente De Bilt)

(1) Een vordering tot vergoeding van immateriële schade wegens een onredelijk lange duur van een civiele procedure moet worden ingesteld in een afzonderlijke procedure tegen de Staat. Voor de hoogte van de vergoeding wordt in beginsel aangesloten bij de richtlijnen die daarvoor in het bestuursrecht ontwikkeld zijn (vgl. ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188). (2) Bij de opheffing van een erfdienstbaarheid en de toekenning van een schadeloosstelling aan de eigenaar van het heersend erf spelen de belangen van de eigenaar van het dienend erf geen rol. Lees verder >

Pagina 3 van 3123