Rechter mag niet ambtshalve een dwangsom verbinden aan omgangsregeling

HR 13 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1459
Het is de rechter niet toegestaan om ambtshalve een dwangsom op te leggen bij geschillen tussen ouders over omgang (art. 1:377a BW). Dit geldt ook voor geschillen over de uitoefening van het gezamenlijk gezag (art. 1:253a BW). (meer…)
Ook zorgvuldig bouwen kan onrechtmatig zijn

HR 12 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:17 (Afzinkkelder)
(1) Van een inbreuk op een recht als bedoeld in art. 6:162 lid 2 BW is niet al sprake op grond van de enkele omstandigheid dat een gedraging letsel of zaaksbeschadiging als voorzienbaar gevolg heeft; een zodanige gedraging is in het algemeen alleen onrechtmatig als zij in strijd is met een norm van geschreven of ongeschreven recht die ertoe strekt letsel of zaaksbeschadiging te voorkomen.
(2) Ook wanneer een bouwer bij de voorbereiding en uitvoering van de bouwwerkzaamheden voldoende maatregelen heeft getroffen ter voorkoming van schade aan zaken van derden en de werkzaamheden op zorgvuldige wijze heeft uitgevoerd, kan hij uit onrechtmatige daad aansprakelijk zijn voor de schade die derden door de bouwwerkzaamheden hebben geleden.
Het gehomologeerde akkoord en de rentevordering

HR 9 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:210
De vordering van een concurrente schuldeiser met betrekking tot de rente van na de faillietverklaring valt niet onder de verbindendheid van het gehomologeerde akkoord. Deze vordering kan na beëindiging van het faillissement dus nog worden afgedwongen. (meer…)
Slagende motiveringsklacht over uitleg voorwaarde bodemrechter

Cassatieblog HR 16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:247
Een juridische strijd tussen twee voormalig samenwonenden gaat in deze cassatie (onder andere) over de motivering van de uitleg die het hof in kort geding geeft aan een door de bodemrechter gegeven voorwaarde. De klacht daarover slaagt. (meer…)
De uittredingsvoorwaarde bij coöperaties

HR 16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:241
De verplichting om een eerder toegekend bedrag terug te betalen bij beëindiging van het lidmaatschap van een coöperatie is een uittredingsvoorwaarde in de zin van art. 2:60 BW. (meer…)
Recente berichten
- Tijdstip van betaling in uitvoeringsreglement bedrijfstakpensioenfonds is startpunt verjaringstermijn
- Kennisclips Hoger beroep #17: Cassatie
- Welke kosten mochten bij rekeninghouders in rekening worden gebracht bij de afwikkeling van een Caribisch bankbedrijf?
- Cassatievlog #128 | Is de groep MD/PhD-promovendi aan het UMCG werknemer?
- Benoemingen advocaten-generaal bij de Hoge Raad
- Geen sprake van herstelexploot bij tijdige, maar later ingetrokken appeldagvaarding
- Cassatievlog #127 | Verbeurd aandeel in gemeenschapsgoed gaat van rechtswege over
- Enkele perikelen bij het aanhaken bij een eerder ingestelde collectieve vordering
Dossiers
- Aanbestedingsrecht (13)
- Aansprakelijkheid en schadevergoeding (327)
- Arbeidsrecht (234)
- Bijzondere overeenkomsten (47)
- Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES) (68)
- Erfrecht (38)
- Europees recht (87)
- Financieel recht (52)
- Goederenrecht (93)
- Grondrechten en mensenrechten (63)
- Hoge Raad Algemeen (60)
- Huurrecht (79)
- Huwelijksvermogensrecht (68)
- Insolventierecht (201)
- Intellectuele-eigendomsrecht (116)
- Internationaal privaatrecht (81)
- Internationaal publiekrecht (25)
- Kooprecht (14)
- Mededingingsrecht (20)
- Ondernemingsrecht (103)
- Onteigeningsrecht (71)
- Overheidsrecht (178)
- Pensioenrecht (24)
- Personen- en familierecht (210)
- Prejudiciële uitspraken HvJEU (27)
- Prejudiciële vragen Hoge Raad (137)
- Privacy -AVG (4)
- Proces- en beslagrecht (862)
- Strafrecht (8)
- Verbintenissenrecht (298)
- Vermogensrecht algemeen (86)
- Vervoersrecht (26)
- Verzekeringsrecht (78)
- Wetgeving cassatierechtspraak (13)
- Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud) (120)