Alle berichten met de tag: asbest


HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:536

De Hoge Raad verduidelijkt eerdere rechtspraak over de arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij asbestblootstelling (HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 en ECLI:NL:HR:2013:BZ1721) en oordeelt dat het feit dat mesothelioom altijd wordt veroorzaakt door asbestblootstelling, niet zonder meer meebrengt dat het oorzakelijk verband tussen de asbestblootstelling tijdens de werkzaamheden bij de aansprakelijk gehouden werkgever en die schade in beginsel moet worden aangenomen. Betekenis komt toe aan de duur en intensiteit van de blootstelling bij deze werkgever en van andere blootstellingen gedurende de latentieperiode, en de verhouding daartussen.  (meer…)

HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:987 (X/Staat)

(1) Van onrechtmatig handelen wegens onvoldoende toezicht door de Arbeidsinspectie kan sprake zijn als er voldoende ernstige en concrete aanwijzingen voor de Arbeidsinspectie bestonden om (de mogelijkheid van) overtreding van de betrokken regel en het daaruit voortvloeiende risico op schade aan te nemen, en dat risico en die schade ook naar aard en omvang voldoende ernstig waren. In gevallen waarin geen concrete aanwijzingen bestaan voor mogelijke overtredingen, kan het niet plaatsvinden van toezicht of controle slechts in uitzonderlijke omstandigheden tot aansprakelijkheid leiden. (2) Bij een vordering wegens toezichtsfalen gelden de gewone regels van stelplicht en bewijslast. Er is geen grond om als algemene regel op de toezichthouder een verzwaarde motiveringslast te leggen ter zake van het door hem uitgevoerde toezicht. (meer…)

HR 2 december 2011, LJN ECLI:NL:HR:2011:BR5216  (Nefalit/X c.s.)

Als door het verzagen van asbestplaten asbeststof in de lucht is gekomen, is geen sprake van luchtverontreiniging in de zin van art. 3:310, tweede lid, BW. Deze bepaling vindt niettemin toepassing, omdat asbest (wel) een bijzonder gevaar van ernstige aard voor personen oplevert als bedoeld in art. 6:175 BW. Daarvoor is niet nodig dat de vordering op art. 6:175 BW is gegrond, omdat de verwijzing in art. 3:310 lid 2 BW naar deze bepaling slechts aanduidt om welke soort schadelijke stoffen het gaat. (meer…)