Een notaris heeft onzorgvuldig gehandeld door in plaats van zich ervan te vergewissen dat de wil van de verkoper van een onroerende zaak was gericht op de rechtsgevolgen die met een wijziging van de leveringsakte en van de onderliggende koopovereenkomst werden beoogd, de verkoper voor te houden dat tegenbewijs tegen die wijziging openstond. (meer…)
Voor toewijzing van smartengeld op de grond dat de benadeelde “op andere wijze in zijn persoon is aangetast” (art. 6:106 lid 1 onder b BW) is uitgangspunt dat de benadeelde geestelijk letsel moet hebben opgelopen. Het is niet in alle gevallen uitgesloten dat een uitzondering op dit uitgangspunt wordt aanvaard in verband met de bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer. In dit geval heeft het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat daartoe onvoldoende is gesteld. (meer…)
Indien de door gedaagde tegen een bepaalde uitleg van de overeenkomst aangevoerde verweren vooralsnog niet inhoudelijk zijn beoordeeld is de uitleg waartoe de rechter voorshands, uitgaande van de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de bewoordingen van de overeenkomst, is gekomen vatbaar voor tegenbewijs door de gedaagde. Aan diens aanbod tot tegenbewijs mogen in dat geval in beginsel geen bijzondere eisen worden gesteld. (meer…)
HR 29 juni 2012, LJN BW1280 (X/Stichting Berregratte)
Op grond van art. 7:228 lid 2 BW eindigt een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd door opzegging tegen een voor de huurbetaling overeengekomen dag op een termijn van tenminste één maand. Voor een uitzondering op deze regel kan plaats zijn indien de opzeggende partij misbruik maakt van bevoegdheid in de zin van art. 3:13 BW. Voldoende is echter dat de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat. (meer…)
CB 2012-137
Geplaatst op 1 juli 2012
door Sikke Kingma
HR 29 juni 2012, LJN BW1259 (X/Auto-Campingsport Deurne) en
HR 29 juni 2012, LJN BW1260 (Kratos/Gulf Oil)
De schorsing van de executie van dwangsommen door de voorzieningenrechter is een wettelijk beletsel voor tenuitvoerlegging van de dwangsom dat de verjaring van de dwangsomvordering schorst. Het instellen van een rechtsmiddel tegen de veroordeling waarbij de dwangsom is opgelegd, stuit de verjaring niet. (meer…)
Wij maken gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont deze blog knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze privacyverklaring .