Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

opzegging

Volledig cursusgeld verschuldigd bij annulering?

CB 2017-199 Geplaatst op 22 nov 2017 door

HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2775

Bij de beoordeling van de vraag of een annuleringsbeding in een overeenkomst van opdracht onredelijk bezwarend is, kan – ook wanneer dit artikel niet rechtstreeks van toepassing is – aansluiting worden gezocht bij art. 7:411 BW. Lees verder >

Tussentijdse huurbeëindigingsregeling bij faillissement (art. 39 Fw) geldt ook voor huur van roerende zaken

CB 2015-6 Geplaatst op 14 jan 2015 door

HR 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:42 (Doka/mr. Kalmijn q.q.)

In antwoord op een prejudiciële vraag beslecht de Hoge Raad een faillissementsrechtelijke controverse: art. 39 Fw, dat tussentijdse beëindiging van huurovereenkomsten in geval van faillissement mogelijk maakt en de huurprijs tot boedelschuld bestempelt, geldt gelet op de tekst en de ratio ervan ook voor de huur van roerende zaken. Lees verder >

Beëindiging arbeidsovereenkomst leidt ook tot einde samenhangend dienstverband met pensioenstichting

CB 2013-126 Geplaatst op 02 jul 2013 door

HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:41 (X/Curaçao)

De door het hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden komen erop neer dat de Nederlandse Antillen door middel van een afzonderlijke Stichting aan X gelegenheid bood deel te nemen in de pensioenregeling van het ABP en dat, indien al op grond van de aanmelding bij het ABP moest worden aangenomen dat tussen X en de Stichting een arbeidsovereenkomst bestond, partijen in de relatie tussen X en de Stichting geen andere rechtsgevolgen hebben beoogd dan haar in de arbeidsovereenkomst met de Nederlandse Antillen aanspraak te geven op die deelneming. Die rechtsgevolgen zijn dan in zoverre afhankelijk van de arbeidsovereenkomst tussen X en de Nederlandse Antillen, dat het einde van die overeenkomst ook het einde van verdere pensioenopbouw onder die arbeidsovereenkomst impliceert. Lees verder >

Aanvulling opzeggingsgrond pachtovereenkomst

CB 2013-122 Geplaatst op 27 jun 2013 door

HR 21 juni 2013, LJN BZ5346 (Beheer- en Beleggingsmaatschappij De Molensteen B.V./X c.s.)

Art. 7:368 en 7:369 lid 2 BW strekken ertoe dat de pachter aan de hand van de in de opzegging vermelde gronden kan bepalen of hij in de opzegging wil berusten, dan wel het op een procedure wil laten aankomen. Oordeel hof dat standpunt van verpachter in beëindigingsprocedure (ongeoorloofde) aanvulling vormt op in de opzegging vermelde grond, is onjuist noch onbegrijpelijk. Lees verder >

Bewijslast besparingsverweer bij opzegging aannemingsovereenkomst door opdrachtgever

CB 2013-71 Geplaatst op 18 apr 2013 door

HR 12 april 2013, LJN BY8728

De opdrachtgever die een aannemingsovereenkomst heeft opgezegd, en die op grond van art. 7:764 lid 2 BW in beginsel de volledige aanneemsom dient te betalen, heeft de stelplicht en bewijslast van het bestaan en de omvang van eventueel door de aannemer genoten besparingen, die in mindering op de verschuldigde aanneemsom moeten worden gebracht. Op de aannemer rust echter een belangrijke mededelingsplicht ten aanzien van (bestaan en omvang van) dergelijke besparingen. Lees verder >

Maatstaf voor uitzondering op opzeggingsbevoegdheid bij huur voor onbepaalde tijd

CB 2012-138 Geplaatst op 02 jul 2012 door

HR 29 juni 2012, LJN BW1280 (X/Stichting Berregratte)

Op grond van art. 7:228 lid 2 BW eindigt een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd door opzegging tegen een voor de huurbetaling overeengekomen dag op een termijn van tenminste één maand. Voor een uitzondering op deze regel kan plaats zijn indien de opzeggende partij misbruik maakt van bevoegdheid in de zin van art. 3:13 BW. Voldoende is echter dat de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat.  Lees verder >