Alle berichten met de tag: cassatie in het belang der wet


HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3068 (Cassatie in het belang der wet)

De jaarlijkse uitbetaling van het vakantiegeld is slechts geheel voor beslag vatbaar indien het maandelijkse inkomen in de maanden waarin het vakantiegeld werd opgebouwd, steeds boven de beslagvrije voet uitkwam. (meer…)

HR 6 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1342 (cassatie in het belang der wet)

De functie van een vordering tot cassatie in het belang der wet is dezelfde als die van de beantwoording van prejudiciële vragen, namelijk het beantwoorden van rechtsvragen die voor de praktijk van belang zijn, mede in verband met de rechtseenheid en rechtsontwikkeling. Daarom maakt de Hoge Raad het maken van schriftelijke opmerkingen door tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad ook mogelijk bij de behandeling van een cassatieberoep in het belang der wet, als daar aanleiding voor is. In deze zaak gaat het om de vraag hoe bepaald moet worden of een vakantiegelduitkering onder de beslagvrije voet van art. 475b Rv valt. (meer…)

Vordering tot cassatie in het belang der wet, 14 februari 2014 (ECLI:NL:PRH:2014:71)

A-G Hammerstein heeft via een vordering tot cassatie in het belang der wet de Hoge Raad de vraag voorgelegd of vakantiegeld valt onder het maandelijkse loonbeslag voor zover het maandinkomen vanwege het vakantiegeld de beslagvrije voet te boven gaat, ongeacht of het in eerdere maanden ontvangen inkomen per maand minder bedroeg dan de beslagvrije ruimte. (meer…)

HR 5 april 2013, LJN BY9084 (Cassatie in het belang der wet)

Betekening van een exploot aan de gezamenlijke erfgenamen van een overledene, zonder vermelding van hun namen en woonplaatsen, aan de woonplaats van de overledene is alleen mogelijk indien daar nog één van de in art. 53 sub a Rv genoemde nabestaanden woont. Bij een openbare dagvaarding van de erfgenamen (art. 54 lid 2 Rv) moeten hun namen en woonplaatsen worden vermeld. Wanneer de erfgenamen noch via art. 53 Rv, noch via art. 54 Rv kunnen worden gedagvaard, kan via art. 4:204 BW om benoeming van een vereffenaar over de nalatenschap worden verzocht en kan de dagvaarding vervolgens aan deze vereffenaar worden betekend. (meer…)

HR 19 oktober 2012 ECLI:NL:HR:2012:BQ4724 (Cassatie in het belang der wet)

Op grond van art. 1:262 lid 3 BW vervalt een machtiging tot uithuisplaatsing, indien deze gedurende drie maanden niet ten uitvoer is gelegd. Deze vervaltermijn is niet van toepassing als het gaat om een machtiging tot opname in een faciliteit voor gesloten jeugdzorg op de voet van art. 29b e.v. van de Wet op de jeugdzorg (Wjz) . (meer…)

Cassatieblog.nl