Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: doorbreking rechtsmiddelenverbod


HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:943

(1) De uitsluiting van rechtsmiddelen tegen de beslissing op een deelgeschil (art. 1019bb Rv) kan worden doorbroken op grond van de in de rechtspraak ontwikkelde “doorbrekingsgronden”. Hieraan doet niet af dat op grond van art. 1019cc lid 3 Rv in een bodemprocedure opgekomen kan worden tegen de beslissingen van de deelgeschilrechter omtrent de materiële rechtsverhouding van partijen.
(2) Indien met een beroep op een doorbrekingsgrond een rechtsmiddel wordt ingesteld tegen een beschikking in een deelgeschil, zijn ook in dat geding de bepalingen inzake de deelgeschilprocedure – waaronder de bijzondere proceskostenregeling van art. 1019aa Rv – van toepassing. (meer…)

HR 14 juni 2013, LJN BZ5666

De kantonrechter is ervan uitgegaan dat deze zaak wordt beheerst door de huurprijswetgeving (o.a. art. 7:246-265 BW). Vervolgens heeft de kantonrechter, gegeven deze toepasselijkheid van de huurprijswetgeving, onderzocht of de door de huurders verlangde verlaging van de huurprijs in casu zou leiden tot een resultaat dat in strijd is met het door de verhuurder ingeroepen art. 1 Eerste Protocol EVRM. De kantonrechter is hiermee niet buiten het toepassingsgebied van de huurprijswetgeving getreden, zodat de huurders zich niet kunnen beroepen op een doorbreking van het rechtsmiddelverbod van art. 7:262 lid 2 BW. (meer…)

HR 16 november 2012, LJN BX0731

Tegen een beslissing van de rechter over verandering of vermeerdering van eis staat ingevolge art. 130 lid 2 Rv geen hogere voorziening open. Gezien de aard van een dergelijke beslissing is ook de doorbrekingsjurisprudentie niet van toepassing. (meer…)

HR 13 juli 2012, LJN BW7476

Hoewel art. 13 lid 8 Uitvoeringswet internationale kinderontvoering beroep in cassatie tegen beslissingen van het hof tot teruggeleiding van minderjarigen naar het land van hun gewone verblijfplaats uitsluit, is een zodanig beroep niettemin ontvankelijk indien geklaagd wordt dat de rechter in de bestreden uitspraak een bepaalde regeling ten onrechte niet heeft toegepast, buiten het toepassingsgebied van de desbetreffende regeling is getreden of bij het nemen van zijn beslissing een zodanig fundamenteel rechtsbeginsel heeft veronachtzaamd dat niet meer kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak. (meer…)

HR 10 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5603ECLI:NL:HR:2012:BU7255, ECLI:NL:HR:2012:BU7353, ECLI:NL:HR:2012:BU7359,  ECLI:NL:HR:2012:BU9900 en ECLI:NL:HR:2012:BV3556

Als de rechter constateert dat het door een procespartij verschuldigde griffierecht niet tijdig is voldaan, behoort hij niet zonder meer toepassing te geven aan de wettelijke sanctie daarop, maar eerst aan die procespartij gelegenheid te geven om zich uit te laten met betrekking tot het geconstateerde verzuim, zodat die partij een eventueel misverstand kan ophelderen of, als zij daarvoor aanleiding ziet, een beroep kan doen op de hardheidsclausule. (meer…)