Alle berichten met de tag: doorbreking rechtsmiddelenverbod


HR 4 mei ECLI:NL:HR:2018:684

De enkele klacht dat een wettelijke regel niet in acht is genomen, is volgens vaste rechtspraak onvoldoende voor doorbreking van een rechtsmiddelenverbod. Dat geldt in beginsel ook indien het gaat om vrijheidsbeneming en het (dus) een regel betreft die onderdeel is van een wettelijk voorgeschreven procedure als bedoeld in art. 5 lid 1 EVRM(meer…)

HR 27 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:112 (ING/Verweerders)

Tegen een beschikking van de rechter-commissaris op een verzoek tot verdeling van de executieopbrengst (art. 483 Rv) staat geen hoger beroep open (art. 490d Rv), maar wel cassatieberoep (art. 78 lid 1 RO jo. 398 sub 1 Rv). Het door verweerders op grond van de doorbrekingsgronden ingestelde hoger beroep was daarom niet-ontvankelijk. (meer…)

HR 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2578 (JKS c.s./X)

De Hoge Raad kan in elke stand van het geding beslissen dat de eiser of verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep. Dat de Hoge Raad aan het begin van de cassatieprocedure geen toepassing heeft gegeven aan art. 80a RO, staat daar niet aan in de weg. Het rechtsmiddelenverbod tegen instructieuitspraken kan niet worden doorbroken. (meer…)

HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3633

Het hof had het voorschrift van art. 39 lid 1 Rv (behandeling door meervoudige kamer waarvan rechter wiens wraking is verzocht geen deel uitmaakt) niet buiten toepassing mogen laten op de grond dat het wrakingsverzoek niet was ondertekend door een advocaat. Aan de verzoeker had gelegenheid behoren te worden geboden dat verzuim te herstellen (vergelijk art. 281 lid 1 in verbinding met art. 362 Rv). (meer…)

HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:943

(1) De uitsluiting van rechtsmiddelen tegen de beslissing op een deelgeschil (art. 1019bb Rv) kan worden doorbroken op grond van de in de rechtspraak ontwikkelde “doorbrekingsgronden”. Hieraan doet niet af dat op grond van art. 1019cc lid 3 Rv in een bodemprocedure opgekomen kan worden tegen de beslissingen van de deelgeschilrechter omtrent de materiële rechtsverhouding van partijen.
(2) Indien met een beroep op een doorbrekingsgrond een rechtsmiddel wordt ingesteld tegen een beschikking in een deelgeschil, zijn ook in dat geding de bepalingen inzake de deelgeschilprocedure – waaronder de bijzondere proceskostenregeling van art. 1019aa Rv – van toepassing. (meer…)