Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: doorbrekingsgrond


HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1673, ECLI:NL:HR:2021:1676; ECLI:NL:HR:2021:1670

Op 12 november 2021 wees de Hoge Raad drie arresten over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep als sprake is van een rechtsmiddelenverbod. De vraag is dan of er een beroep is gedaan op een doorbrekingsgrond. Als dat het niet het geval is, is het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Wordt wel een beroep gedaan op een doorbrekingsgrond, dan is het cassatieberoep ontvankelijk en beoordeelt de Hoge Raad het beroep op de doorbrekingsgrond inhoudelijk. In dat geval kan nog wel de vraag opkomen binnen welke termijn een dergelijk cassatieberoep moet worden ingesteld, nu de wet uitgaat van een rechtsmiddelenverbod en dus geen regeling over de beroepstermijnen bevat. Daarbij moet worden aangesloten bij de wel in de wet geregelde gevallen.

(meer…)

HR 27 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:112 (ING/Verweerders)

Tegen een beschikking van de rechter-commissaris op een verzoek tot verdeling van de executieopbrengst (art. 483 Rv) staat geen hoger beroep open (art. 490d Rv), maar wel cassatieberoep (art. 78 lid 1 RO jo. 398 sub 1 Rv). Het door verweerders op grond van de doorbrekingsgronden ingestelde hoger beroep was daarom niet-ontvankelijk. (meer…)

HR 22 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:100 (Aerdenburgh/Verweerders)

De sanctie van art. 127a lid 2 Rv, die inhoudt dat bij niet-tijdige betaling van het griffierecht door de eiser (of appellant), de gedaagde (of geïntimeerde) van de instantie wordt ontslagen, is uitsluitend gegeven om tijdige betaling af te dwingen. De sanctie strekt niet ter bescherming van de gedaagde/geïntimeerde. Daarom komt hem geen rechtsmiddel toe, ook niet met een beroep op een doorbrekingsgrond. (meer…)