Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: hardheidsclausule


HR 22 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:100 (Aerdenburgh/Verweerders)

De sanctie van art. 127a lid 2 Rv, die inhoudt dat bij niet-tijdige betaling van het griffierecht door de eiser (of appellant), de gedaagde (of geïntimeerde) van de instantie wordt ontslagen, is uitsluitend gegeven om tijdige betaling af te dwingen. De sanctie strekt niet ter bescherming van de gedaagde/geïntimeerde. Daarom komt hem geen rechtsmiddel toe, ook niet met een beroep op een doorbrekingsgrond. (meer…)

HR 20 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3338 

Het oordeel dat een beroep op de hardheidsclausule (art. 288 lid 3 Fw) niet slechts kan worden toegewezen als sprake is van een persoonlijke ontwikkeling in de sfeer van “echte gedragsaspecten” en dat een dergelijke ontwikkeling in dit geval niet aan de orde is getuigt ofwel van een onjuiste rechtsopvatting van art. 288 lid 3 Fw, ofwel is ontoereikend gemotiveerd. De door verzoeker aangevoerde omstandigheden (staken van onderneming, werken in loondienst en inschakeling schuldhulpverlening) kunnen aanleiding zijn voor toepassing van de hardheidsclausule.  (meer…)

HR 16 maart 2011, ECLI:NL:HR:2012:BU7361

De brief van de griffie van de Hoge Raad, waarin is vermeld dat het in cassatie verschuldigde griffierecht zal worden afgeboekt van de rekening-courant van eiser tot cassatie dan wel een acceptgiro voor het griffierecht zal worden gezonden, maakt de te late betaling van het griffierecht niet verschoonbaar en rechtvaardigt geen toepassing van de hardheidsclausule (art. 127 lid 3 Rv).  (meer…)

HR 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU9210

Ziekte op de administratie van het advocatenkantoor maakt te late betaling van griffierechten niet verschoonbaar. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de advocaat maatregelen te treffen waardoor wordt zorggedragen voor de (tijdige) voldoening van verschuldigde griffierechten. (meer…)

HR 4 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU3348, ECLI:NL:HR:2011:BQ7045 en ECLI:NL:HR:2011:BQ4182

De (cassatie)advocaat wordt geacht zonder meer op de hoogte te zijn van de termijn voor betaling van het griffierecht en de verstrekkende gevolgen die de wet verbindt aan overschrijding daarvan. Niettemin ziet de Hoge Raad aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule in gevallen waarin onjuiste of verwarringwekkende mededelingen zijn gedaan door de gerechtelijke administratie die met de inning van het griffierecht is belast. (meer…)