Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: opeisbaarheid


HR 15 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:889

(i) Een regresvordering uit hoofde van art. 7:961 lid 3 BW ontstaat op het moment dat een verzekeraar de schade van de verzekerde vergoedt voor meer dan zijn deel.
(ii) Een regresvordering uit hoofde van art. 7:961 lid 3 BW kan worden beschouwd als een rechtsvordering tot vergoeding van schade in de zin van art. 3:310 lid 1 BW.
(iii) De verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW vangt voor iedere afzonderlijke regresvordering aan op de dag volgend die waarop de desbetreffende regresvordering is ontstaan en opeisbaar is geworden. (meer…)

HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2988 (NBM/Verweerder)

Beroep op medisch voorbehoud uit een 30 jaar oude vaststellingsovereenkomst niet verjaard. Het hof heeft het voorbehoud aldus kunnen uitleggen dat de vordering tot nakoming op zijn vroegst opeisbaar was (in de zin van art. 3:307 lid 2 BW) toen verweerder bekend werd met zijn schade. (meer…)

HR 18 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:983

Nu de testamentair bewindvoerder bevoegdelijk heeft bepaald dat de gekweekte rente over het onder bewind gestelde vermogen pas bij meerderjarigheid van de erfgenaam aan deze mag worden uitgekeerd, moet worden aangenomen dat ook de vader, die het ouderlijk vruchtgenot geniet, daarover gedurende het bewind niet kan beschikken. (meer…)