Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons Privacyverklaring.
weigeren accepteren

uitleg CAO

Arbeidsmigrant heeft niet als zodanig recht op kosteloze huisvesting op grond van de CAO Bouwnijverheid

CB 2018-94 Geplaatst op 30 mei 2018 door

HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:678 (FNV/verweerster)

Bij de uitleg van een cao moet een uitleg volgens objectieve maatstaven worden gegeven. Daarbij kan onder meer acht worden geslagen op elders in de cao gebruikte formuleringen, de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen, of een bij de cao behorende schriftelijke toelichting.  Aan andere stukken dan de tekst en de officiële toelichting bij de cao kan geen betekenis worden toegekend, ook niet als deze algemeen kenbaar zijn. De CAO Bouwnijverheid geeft recht op huisvesting of een kostenvergoeding daarvoor wanneer het werk zich onredelijk ver van de woning van de werknemer bevindt. Voor een arbeidsmigrant geldt als ‘woning’ zijn verblijfplaats in Nederland en niet zijn eventuele woning in het land van herkomst. Een arbeidsmigrant heeft dus pas recht op kosteloze huisvesting wanneer het werk zich onredelijk ver van zijn verblijfplaats in Nederland bevindt. Lees verder >

‘Contractwisseling’ in de zin van art. 38 CAO in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf?

CB 2018-36 Geplaatst op 15 feb 2018 door

HR 9 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:180

Aan de omstandigheid dat art. 38 van de CAO in het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf ertoe strekt de betrokken werknemers te beschermen tegen de gevolgen van een heraanbesteding voor hun werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden kan niet de gevolgtrekking worden verbonden dat een biedingsprocedure geïnstigeerd door een curator (en niet door de oorspronkelijke werkgever), onder het toepassingsbereik van art. 38 CAO valt, zonder dat daarvoor in de tekst of toelichting bij art. 38 CAO steun is te vinden. Lees verder >

Uitleg CAO voor de Groothandel in Levensmiddelen

CB 2017-80 Geplaatst op 13 apr 2017 door

HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:564

Lid 4 van Bijlage I bij de CAO voor de Groothandel in Levensmiddelen strekt ertoe om werknemers met een hoog eindsalaris buiten de structurele salarisverhogingen te houden. Deze uitzondering is niet beperkt tot werknemers die niet in een functiegroep zijn ingedeeld. Lees verder >

Geplaatst in Arbeidsrecht | Getagged CAO, RO art. 79, uitleg CAO

Toepasselijkheid CAO Gemaksvoedingsindustrie moet per vennootschap worden beoordeeld

CB 2016-151 Geplaatst op 04 okt 2016 door

HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2171

De Hoge Raad legt de werkingssfeer van de algemeen verbindend verklaarde CAO voor de Gemaksvoedingsindustrie uit, omdat dit recht is in de zin van art. 79 Wet RO. De werkingssfeer moet zo worden uitgelegd dat als vier vennootschappen deel uitmaken van een op elkaar afgestemde groep, per vennootschap moet worden bezien of de CAO toepasselijk is. Lees verder >

Uitleg CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf: aanbiedingsplicht bij “contractwisseling” in verband met heraanbesteding

CB 2016-7 Geplaatst op 07 jan 2016 door

HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3634 (Eiser c.s./Balans)

(1) De verplichting tot aanbieding van een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 38 CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf ontstaat voordat met de uitvoering van het contract wordt begonnen. (2) Onder het ‘moment van de wisseling’ zoals bedoeld in het tweede lid van art. 38 CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf dient te worden verstaan het moment waarop ingevolge het contract met de feitelijke werkzaamheden wordt begonnen. Lees verder >

Hernieuwde toekenning WAO-uitkering geeft niet zonder meer recht op aanvullende uitkering op grond van CAO

CB 2014-33 Geplaatst op 06 feb 2014 door

HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:218

Wanneer een werknemer op grond van een hernieuwde toekenning in de zin van artikel 43a lid 1 WAO (opnieuw) een WAO-uitkering ontvangt, brengt dat niet automatisch mee dat hij tevens opnieuw aanspraak kan maken op de aanvullende uitkering waar hij volgens de toepasselijke CAO recht op had bij de eerste vaststelling van arbeidsongeschiktheid door het UWV. Wanneer het reglement bij de CAO voor de hoedanigheid van uitkeringsgerechtigde als eis stelt dat de werknemer, op het moment dat hij de WAO-uitkering toegekend krijgt, verzekerd is via een werkgever in de metaal of techniek, dan geldt dat ook wanneer het gaat om een hernieuwde toekenning. Is de werknemer op dat moment niet meer bij een dergelijke werkgever werkzaam, dan kan hij geen aanspraak maken op de aanvullende uitkering. Lees verder >

CAO Metalelektro niet van toepassing op metaalbewerking als ondergeschikte activiteit

CB 2014-30 Geplaatst op 05 feb 2014 door

HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:215 (ROM en PME/Adimec)

Indien het be- en/of verwerken van metalen slechts een ondergeschikt onderdeel van de bedrijfsactiviteit van een onderneming vormt, is voor toerekening van de (overige) gewerkte arbeidsuren op de voet van het Vector-arrest geen plaats en valt die onderneming dus niet onder de werkingssfeer van de CAO voor de Metalelektro. Lees verder >

Uitleg CAO-reistijdvergoeding bij vervoer door werkgever

CB 2013-199 Geplaatst op 29 nov 2013 door

HR 22 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1391 (CNV Vakmensen c.s./Vebidak)

Art. 17 van de CAO voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven beoogt, blijkens zijn inhoud en opbouw, uitsluitend een vergoeding te bieden voor de duur van het vervoer dat onder het gezag van de werkgever plaatsvindt (en niet voor het normale woon-werkverkeer). Het is aan partijen overgelaten om afspraken te maken over de vergoeding van reistijd als de reis geen onderdeel uitmaakt van de overeengekomen arbeid. Lees verder >

Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium in werkingssfeerbepalingen Metalelektro-CAO’s

CB 2012-45 Geplaatst op 28 feb 2012 door

HR 24 februari 2012, LJN BU9889 (ROM en PME/Vector)

Een redelijke uitleg van de werkingssfeerbepaling van de Metalelektro-CAO’s brengt mee dat bij toepassing van het hoofdzakelijkheidscriterium alle in de onderneming gewerkte arbeidsuren dienen te worden betrokken die redelijkerwijze vallen toe te rekenen aan de uitoefening van het bedrijf van be- en/of verwerken van metalen. Daartoe horen ook de arbeidsuren van werknemers die zelf niet met fysiek met metaal werken, maar wier werkzaamheden wel dienstbaar zijn aan die fysieke metaalhandelingen. Lees verder >