Beroep tegen opheffing faillissement vereist aannemelijkheid van baten

HR 5 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1016
(i) De schuldeiser die op de voet van art. 18 Fw opkomt tegen opheffing van het faillissement bij gebrek aan baten moet aannemelijk maken dat nog wel voldoende baten in het faillissement aanwezig zijn voor de voldoening van de in art. 16 Fw genoemde kosten en schulden.
(ii) Voor een beroep op de Garantstellingsregeling curatoren 2012 is vereist dat sprake is van een rechtsvordering of verhaalsonderzoek waarvan vooraf redelijkerwijs kan worden ingeschat dat de kosten in redelijke verhouding staan tot de te verwachten opbrengst. Het doen van een verzoek tot een garantstelling is aan de curator, die daarbij genoemde inschatting zal moeten maken. (meer…)
Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over de positie van werknemers bij een door pre-pack voorbereide overgang van een onderneming

HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:954
Eerder kondigde de Hoge Raad aan prejudiciële vragen te stellen. Naar aanleiding van de opmerkingen van partijen vult hij de beide prejudiciële vragen aan. (meer…)
Vervallen auteursrecht blijft vervallen

HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:750 (Montis/Goossens)
Het schrappen van het vereiste van de instandhoudingsverklaring (art. 21 lid 3 (oud) BTMW) uit de wet per 1 december 2003, heeft niet tot gevolg dat het auteursrecht op een werk van toegepaste kunst dat voor 1 december 2003 is vervallen wegens het niet tijdig afleggen van een instandhoudingsverklaring, herleeft. (meer…)
Uitzondering op tweeconclusieregel bij verdeling huwelijksgemeenschap

HR 5 juni 2020 ECLI:NL:HR:2020:1015
Geen schending tweeconclusieregel omdat de feiten waarop het hof zijn oordeel heeft gebaseerd geïntimeerde eerst vlak voor de mondelinge behandeling bekend werden. Reikwijdte gezag van gewijsde. (meer…)
Het toepasselijke recht op een arbeidsovereenkomst met grensoverschrijdend karakter

HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:958
Het hof heeft verzuimd om voldoende kenbaar in zijn beoordeling te betrekken enkele van de factoren en omstandigheden waaraan bij de toepassing van de uitzonderingsbepaling van art. 8 lid 4 Rome I-verordening belangrijke betekenis toekomt en waarmee de rechter rekening moet houden. (meer…)
Recente berichten
- Tijdstip van betaling in uitvoeringsreglement bedrijfstakpensioenfonds is startpunt verjaringstermijn
- Kennisclips Hoger beroep #17: Cassatie
- Welke kosten mochten bij rekeninghouders in rekening worden gebracht bij de afwikkeling van een Caribisch bankbedrijf?
- Cassatievlog #128 | Is de groep MD/PhD-promovendi aan het UMCG werknemer?
- Benoemingen advocaten-generaal bij de Hoge Raad
- Geen sprake van herstelexploot bij tijdige, maar later ingetrokken appeldagvaarding
- Cassatievlog #127 | Verbeurd aandeel in gemeenschapsgoed gaat van rechtswege over
- Enkele perikelen bij het aanhaken bij een eerder ingestelde collectieve vordering
Dossiers
- Aanbestedingsrecht (13)
- Aansprakelijkheid en schadevergoeding (327)
- Arbeidsrecht (234)
- Bijzondere overeenkomsten (47)
- Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES) (68)
- Erfrecht (38)
- Europees recht (87)
- Financieel recht (52)
- Goederenrecht (93)
- Grondrechten en mensenrechten (63)
- Hoge Raad Algemeen (60)
- Huurrecht (79)
- Huwelijksvermogensrecht (68)
- Insolventierecht (201)
- Intellectuele-eigendomsrecht (116)
- Internationaal privaatrecht (81)
- Internationaal publiekrecht (25)
- Kooprecht (14)
- Mededingingsrecht (20)
- Ondernemingsrecht (103)
- Onteigeningsrecht (71)
- Overheidsrecht (178)
- Pensioenrecht (24)
- Personen- en familierecht (210)
- Prejudiciële uitspraken HvJEU (27)
- Prejudiciële vragen Hoge Raad (137)
- Privacy -AVG (4)
- Proces- en beslagrecht (862)
- Strafrecht (8)
- Verbintenissenrecht (298)
- Vermogensrecht algemeen (86)
- Vervoersrecht (26)
- Verzekeringsrecht (78)
- Wetgeving cassatierechtspraak (13)
- Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud) (120)