Selecteer een pagina

Dossier: Aanbestedingsrecht


HR 18 mei 2018  ECLI:NL:HR:2018:720

Eisen stelplicht ten aanzien van ‘duidelijk grensoverschrijdend belang’ als bedoeld in art. 1.7 sub c  Aanbestedingswet 2012. HR heeft uitleg aan Tecnoedi-arrest (HvJ EU 6 oktober 2016, zaak C-318/15, ECLI:EU:C:2016:747 ). Relevantie van omstandigheid dat belangstellende onderneming onderdeel is van internationaal concern. (meer…)

HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2638 (Cassatie in het belang der wet)

Een volgend op de gunningsbeslissing tot stand gekomen overeenkomst is wegens strijd met aanbestedingsregels slechts aantastbaar op de gronden vermeld in artikel 4.15 lid 1 Aanbestedingswet 2012, en in andere gevallen slechts in geval van wilsgebreken en nietig- of vernietigbaarheid ingevolge artikel 3:40 BW. (meer…)

HR 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:503 (HLA/Kadaster)

Bij een meervoudige onderhandse aanbesteding is de aanbesteder vrij zelf de partijen te selecteren die hij tot die procedure wenst toe te laten. De beginselen van gelijke behandeling en transparantie brengen mee dat de aanbesteder zijn selectie wel moet baseren op objectieve criteria. In casu heeft het Kadaster een objectief selectiecriterium gehanteerd, door uitsluitend bedrijven uit te nodigen die interesse voor het onderhavige project hadden getoond. (meer…)

HR 27 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:757 (Connexxion Taxi Services/Staat c.s.)

Prejudiciële vragen van de Hoge Raad aan het Hof van Justitie. Verzet het Unierecht zich tegen een nationale verplichting voor aanbestedende diensten om uitsluiting van inschrijvers vanwege een ernstige beroepsfout te toetsen op evenredigheid? En moet een rechter deze beslissing van de aanbestedende dienst vol of marginaal toetsen? (meer…)

HR 3 mei 2013, LJN BZ2900 (KLM/X)

Of de Europese en Nederlandse regels ten aanzien van overheidsaanbestedingen van toepassing zijn op een private aanbesteding is afhankelijk van de aanbestedingsvoorwaarden en de verwachtingen die (potentiële) aanbieders op basis daarvan redelijkerwijs mochten hebben. Uit de contractsvrijheid vloeit voort dat het een private (rechts)persoon vrijstaat om in de aanbestedingsvoorwaarden de toepasselijkheid van het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel uit te sluiten. (meer…)

HR 18 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY0543 (P1/Gemeente Maastricht c.s.)

(1) Ook als een concessieovereenkomst voor diensten niet in het openbaar behoeft te worden aanbesteed, moeten de fundamentele regels van het EG-Verdrag en de daaruit voortvloeiende transparantieverplichting in acht worden genomen. Daarvoor is echter wel een grensoverschrijdend belang vereist. (2) Of bij een overeenkomst een voordeel is verstrekt dat niet langs normale commerciële weg zou zijn verkregen (zodat sprake kan zijn van verboden staatssteun), wordt bepaald door de ten tijde van het aangaan van de overeenkomst kenbare marktsituatie en voorzienbare marktontwikkelingen. (3) Art. 108 VWEU verzet zich niet tegen het uitspreken van partiële nietigheid (in plaats van algehele nietigheid) van een rechtshandeling waarin verboden staatssteun besloten ligt. (meer…)

Cassatieblog.nl