Dossier: Insolventierecht


HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1135

De schone lei van art. 358 Fw werkt niet voor de restantschuld die eventueel ontstaat als de voormalige echtelijke woning na het einde van de schuldsaneringsregeling wordt verkocht. Het verschil dat hierdoor kan ontstaan tussen het geval waarin de woning tijdens de schuldsanering wordt verkocht en het geval dat de woning na het einde van de schuldsanering wordt verkocht, vindt voldoende rechtvaardiging in de bereidheid van de bank geen gebruik te maken van haar bevoegdheid om over te gaan tot uitwinning. (meer…)

HR 15 april 2015, ECLI:NL:HR:2016:665, (Curator/Heineken)

Een boedelschuldeiser die ook een pandrecht heeft op bodemzaken, mag zijn pandrecht op die bodemzaken in beginsel uitwinnen ongeacht het bodemvoorrecht van de belastingdienst en de boedelvordering van de curator. De preferente vordering van de belastingdienst concurreert immers niet met de boedelvordering, en het recht op parate executie van de pandhouder maakt dat geen omslag van de faillissementskosten verplicht is. (meer…)

HR 29 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:729

De bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van het in art. 196 Fw bedoelde proces-verbaal van de verificatievergadering verjaart ingevolge art. 3:324 lid 1 BW door verloop van twintig jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop dat proces-verbaal op de voet van art. 121 lid 3 Fw door de rechter-commissaris en de griffier is ondertekend.  (meer…)

HR 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:612 (Schmitz q.q./verweerster)

Van een rechtstreeks en voldoende belang als bedoeld in art. 3:15j, aanhef en onder d BW is geen sprake indien inzage in de boekhouding van de failliet wordt verlangd met het oog op een mogelijk door hem in te stellen vordering tegen een derde, zoals de voormalig beleidsbepaler van een failliete vennootschap. Indien een schuldeiser van de failliet in een dergelijk geval informatie uit diens boekhouding wenst te verkrijgen, kan hij daartoe de weg bewandelen van een op de voet van art. 843a Rv aanhangig te maken vordering tegen de curator. (meer…)

HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:286

Of de failliet aanspraak heeft op een afschrift van dan wel inzage in het p.-v. van het op de voet van art. 66 Fw gehouden getuigenverhoor, moet worden beoordeeld aan de hand van de in HR 22 september 1995, NJ 1997/339 geformuleerde maatstaf. Bij de op basis daarvan te maken belangenafweging komt groot gewicht toe aan het belang van de failliet bij afgifte van het p.-v., indien de failliet mede op grond van de verklaring van een getuige in bewaring is gesteld ex art. 87 Fw. In de belangenafweging dient tevens te worden betrokken het belang van de boedel, dat de failliet voorshands onkundig blijft van de precieze aard en inhoud van de door de getuige verschafte inlichtingen. Mogelijkheden van de rechter die over de inbewaringstelling oordeelt, indien het verzoek van de failliet tot afgifte van of inzage in het p.-v. wordt afgewezen.  (meer…)

Cassatieblog.nl