Dossier: Insolventierecht


HR 5 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:351

Een faillissement kan alleen maar door de rechter worden uitgesproken. Een faillissement kan niet van rechtswege op grond van art. 350 lid 5 Fw intreden. Wijziging van een rechterlijke uitspraak buiten art. 31-32 Rv zou in strijd komen met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.  (meer…)

HR 22 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:102

In deze beschikking op een vordering tot cassatie in het belang der wet aanvaardt de Hoge Raad de mogelijkheid van schorsing van een faillissementsgijzeling, voorziet hij in enkele processuele waarborgen en reikt hij de rechter het relevante toetsingskader aan. (meer…)

HR 8 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:36

(i) Er is geen grond om op de bevoegdheid tot overdracht door de curator van een levensverzekering, naast de wettelijke beperking van toestemming van de (gefailleerde) verzekeringnemer, de niet in de wet opgenomen beperking aan te brengen dat de verzekeringnemer door die overdracht niet onredelijk benadeeld wordt.
(ii) Onder omstandigheden kan van de curator worden verlangd dat hij, wanneer hij op de voet van art. 22a lid 2, tweede volzin, Fw de toestemming van de schuldenaar verkrijgt om tot overdracht van een levensverzekering over te gaan, zich ervan vergewist of de schuldenaar die toestemming onder een juiste voorstelling van zaken geeft en dat hij de schuldenaar op zijn rechten ten aanzien van die verzekering wijst. (meer…)

HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2100

Ook in het geval van een faillietverklaring van een procespartij tussen de uitspraak en het aanhangig worden van een daartegen ingesteld rechtsmiddel wordt het geding op de voet van art. 29 Fw van rechtswege geschorst. (meer…)

HR 4 december 2020 ECLI:NL:HR:2020:1953

De rechtbank mag een verzoek om één of meer schuldeisers te bevelen in te stemmen met een schuldregeling (art. 287a lid 1 Fw) slechts toe- of afwijzen. Zij mag het aanbod niet wijzigen. In dit geval heeft de rechtbank dit laatste wel gedaan. Daarmee heeft zij het verzoek in feite afgewezen. Het hof heeft verzoekster ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, omdat tegen een afwijzing in hoger beroep kan worden opgekomen. (meer…)

HR 27 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1892

Een abstracte bankgarantie is niet ten onrechte getrokken als later blijkt dat de begunstigde een grotere betalingsverplichting heeft jegens de partij die de bankgarantie had laten stellen. De begunstigde hoeft het uit de bankgarantie ontvangen bedrag dan ook niet als onverschuldigd betaald terug te betalen.  (meer…)

Cassatieblog.nl