Selecteer een pagina
Toepassing hardheidsclausule bij te late betaling griffierecht in cassatie

Toepassing hardheidsclausule bij te late betaling griffierecht in cassatie

HR 4 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU3348, ECLI:NL:HR:2011:BQ7045 en ECLI:NL:HR:2011:BQ4182

De (cassatie)advocaat wordt geacht zonder meer op de hoogte te zijn van de termijn voor betaling van het griffierecht en de verstrekkende gevolgen die de wet verbindt aan overschrijding daarvan. Niettemin ziet de Hoge Raad aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule in gevallen waarin onjuiste of verwarringwekkende mededelingen zijn gedaan door de gerechtelijke administratie die met de inning van het griffierecht is belast. Lees meer…

Niet-gedupeerde deelnemer aan piramidespel mag positieve opbrengst daarvan behouden

Niet-gedupeerde deelnemer aan piramidespel mag positieve opbrengst daarvan behouden

HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ5986 (mr. Van Hees q.q./X)

De deelnemer aan een piramidespel die – anders dan de meeste (latere) deelnemers – positieve resultaten heeft behaald, hoeft deze niet terug te betalen wegens benadeling van de gezamenlijk schuldeisers in het faillissement van de organisator van het piramidespel. Lees meer…

Onderwijsinstellingen niet verplicht tot afsluiten ongevallenverzekering voor risicovolle onderwijsactiviteiten

Onderwijsinstellingen niet verplicht tot afsluiten ongevallenverzekering voor risicovolle onderwijsactiviteiten

HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2324 (X/St. ROC Twente)

Een onderwijsinstelling is niet zonder meer gehouden om te zorgen voor een ongevallenverzekering die adequate dekking biedt voor risicovolle activiteiten die door de opleidingsinstelling worden georganiseerd in het kader van het onderwijs. Evenmin bestaat de verplichting om – bij het ontbreken van zo’n verzekering – de studenten te waarschuwen dat een dergelijke verzekering niet bestaat. Een zo ver gaande zorgplicht kan in haar algemeenheid niet worden aanvaard, aldus de Hoge Raad. Lees meer…

Auteursrechtelijke reciprociteit bij toegepaste kunst; samenloop van modellenrecht en slaafse nabootsing

Auteursrechtelijke reciprociteit bij toegepaste kunst; samenloop van modellenrecht en slaafse nabootsing

HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR3059 (MAG/Edco)

De bewijslast voor het in het concrete geval bestaan van auteursrechtelijke bescherming in het land van oorsprong in het kader van de reciprociteitsbepaling van art. 2 lid 7 Berner Conventie ligt op de partij die zich op het auteursrecht beroept. Verder stelt de Hoge Raad prejudiciële vragen over het overgangsrecht bij een wijziging van de BTMW (oud) met betrekking tot de samenloop van modellenrecht en slaafse nabootsing. Lees meer…

Bijeenkomst VCCA over introductie civiele cassatiebalie

Bijeenkomst VCCA over introductie civiele cassatiebalie

Op vrijdag 28 oktober 2011 vond in Amsterdam de tweede bijeenkomst plaats van de Vereniging Civiele Cassatie Advocaten (VCCA). In verband met de naderende opheffing van het “Haagse monopolie” op de hoedanigheid van advocaat bij de Hoge Raad en de introductie van een gespecialiseerde cassatiebalie, werd door zo’n zeventig (cassatie)advocaten met elkaar gesproken over de Verordening vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur van de Nederlandse Orde van Advocaten. Lees meer…

Hoge Raad gaat om: kosten vrijwaringsprocedure niet meer doorgeschoven naar hoofdzaak

Hoge Raad gaat om: kosten vrijwaringsprocedure niet meer doorgeschoven naar hoofdzaak

HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6079 (X/ZLTO) en
HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6080 (ZLTO/Interpolis).

De verliezende eiser in de hoofdzaak kan niet worden veroordeeld in de kosten die de gedaagde in de hoofdzaak als eiser in de vrijwaringszaak heeft gemaakt: noch in diens eigen kosten, noch in de proceskosten waarin de eiser in de vrijwaringszaak is veroordeeld. Lees meer…

Strafrechtelijke ontruiming kraakpand pas na kort geding

Strafrechtelijke ontruiming kraakpand pas na kort geding

HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9880 (Staat/X c.s.)

De strafrechtelijke ontruiming van een kraakpand (art. 551a Sv) is in beginsel pas mogelijk nadat de krakers de ontruiming in kort geding hebben kunnen voorleggen aan de voorzieningenrechter. De wetgever heeft in art. 138a Sr in abstracto aan het belang van de openbare orde, het beëindigen van strafbare feiten en de bescherming van de rechten van de eigenaar voorrang toegekend boven het huisrecht van krakers. De voorzieningenrechter dient te onderzoeken of die voorrang in het concrete geval de proportionaliteitstoets kan doorstaan. Lees meer…

Opzegging duurovereenkomst met nutsbedrijf vereiste geen zwaarwegende grond

Opzegging duurovereenkomst met nutsbedrijf vereiste geen zwaarwegende grond

HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854 (Gemeente De Ronde Venen/SNU en Stedin)

Als wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling voor opzegging, dan is een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Het hof heeft in dit geval ten onrechte aangenomen dat de gemeente een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging nodig had, enkel omdat voor de overeenkomst een voor het nutsbedrijf ongunstiger (publiekrechtelijke) regeling in de plaats trad. Lees meer…

Schending hoor en wederhoor door onjuiste adressering van brieven aan verweerder

Schending hoor en wederhoor door onjuiste adressering van brieven aan verweerder

HR 21 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR3086

De griffie van het hof verzond de brieven, bestemd voor de verweerder in een verzoekschriftprocedure, aan een onjuist adres. Nu verweerder geen verweerschrift heeft ingediend en ook niet ter mondelinge behandeling is verschenen, is de beschikking van het hof tot stand gekomen met schending van het beginsel van hoor en wederhoor. Lees meer…

Geen benoeming arbiters als zonder meer duidelijk is dat arbitrageovereenkomst ontbreekt

Geen benoeming arbiters als zonder meer duidelijk is dat arbitrageovereenkomst ontbreekt

HR 21 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8777

De rechter kan een verzoek tot benoeming van arbiters (art. 1027 lid 3 Rv) afwijzen als direct en zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat een overeenkomst tot arbitrage ontbreekt. Als de rechter het verzoek tot benoeming van arbiters afwijst, is het rechtsmiddelenverbod van art. 1070 Rv niet van toepassing. Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl