Selecteer een pagina
Geldt de regel ‘koop breekt geen huur’ ook bij overdracht door de eigenaar, niet-verhuurder?

Geldt de regel ‘koop breekt geen huur’ ook bij overdracht door de eigenaar, niet-verhuurder?

HR 25 september 2020 ECLI:NL:HR:2020:1499

De regel ‘koop breekt geen huur’, zoals die is vervat in art. 7:226 BW, ziet alleen op gevallen waarin de verhuurder (of diens schuldeiser) de verhuurde zaak of een zelfstandig recht van vruchtgebruik, erfpacht of opstal op de verhuurde zaak overdraagt. Er bestaat op dit punt geen ruimte voor een extensieve uitleg van art. 7:226 BW. De rechten en verplichtingen van de verhuurder uit de huurovereenkomst gaan dus niet op grond van art. 7:226 BW over op de verkrijger wanneer het niet de (schuldeiser van de) verhuurder is die de (zelfstandige rechten op de) verhuurde zaak overdraagt. Lees meer…

Bij bestanddeelvorming ex art. 3:4 lid 2 BW draait het om de fysieke verbondenheid met de hoofdzaak

Bij bestanddeelvorming ex art. 3:4 lid 2 BW draait het om de fysieke verbondenheid met de hoofdzaak

HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1785, ECLI:NL:HR:2020:1786 en ECLI:NL:HR:2020:1787

Art. 3:4 lid 1 en 2 BW bevatten elk een zelfstandige grond voor bestanddeelvorming van een zaak met een hoofdzaak. Voor bestanddeelvorming op grond van art. 3:4 lid 2 BW geldt een zuiver fysiek criterium. Niet relevant is wat de vermogensrechtelijke gevolgen zijn van de eventuele afscheiding van de zaak en de hoofdzaak, en of na afscheiding herstel kan plaatsvinden. Lees meer…

Zonder toestemming van de producent geen overdracht van filmauteursrechten aan derden

Zonder toestemming van de producent geen overdracht van filmauteursrechten aan derden

HR 2 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1548

1. Een overdracht bij voorbaat aan een derde van het auteursrecht van een maker van een film, voorafgaand aan het moment waarop de maker met de filmproducent overeenkomt een bijdrage aan de film te leveren, heeft geen rechtsgevolg als de maker niet schriftelijk met de producent een afwijking van art. 45d (oud) Aw is overeengekomen. Dat geldt ook indien die derde een collectieve beheersorganisatie is, zoals Lira.
2. Het begrip “doorgifte via de kabel” als bedoeld in art. 1 lid 3 SatKabRichtlijn veronderstelt een eerdere openbaarmakingshandeling (‘eerste uitzending’). De Hoge Raad ziet geen aanleiding van dit oordeel uit Norma/NLKabel terug te komen of prejudiciële vragen te stellen. Lees meer…

Wvggz: drie keer beroep tegen crisismaatregel van de burgemeester

Wvggz: drie keer beroep tegen crisismaatregel van de burgemeester

HR 20 november 2020 ECLI:NL:HR:2020:1806, ECLI:NL:HR:2020:1807 en ECLI:NL:HR:2020:1808, ECLI:NL:HR:2020:2015

Over procesbevoegdheid van de burgemeester, schadevergoeding en hoger beroep, herhaalde crisismaatregel, verzuimen die de rechtmatigheid van de crisismaatregel niet aantasten, hoorplicht van de burgemeester, vaststelling dat een betrokkene niet kan of wil worden gehoord, en verantwoording daarvan. Lees meer…

Geen Nederlanderschap na late erkenning

Geen Nederlanderschap na late erkenning

HR 20 november 2020 ECLI:NL:HR:2020:1858

Bij een latere erkenning is niet reeds ten tijde van de geboorte van het kind sprake van een familierechtelijke betrekking tussen de vader en het kind, ook niet indien de erkenning naar het recht dat de erkenning beheerst, terugwerkende kracht heeft tot de geboorte. Lees meer…

Dwangsom bij niet-naleving hoofdveroordeling door derden?; Voorwaarden aanwijzing noodweg (art. 5:57 BW)

Dwangsom bij niet-naleving hoofdveroordeling door derden?; Voorwaarden aanwijzing noodweg (art. 5:57 BW)

HR 13 november 2020  ECLI:NL:HR:2020:1783

Ten aanzien van een hoofdveroordeling waarbij de medewerking van derden is vereist kan een dwangsom worden opgelegd. Voorts kunnen er  voorwaarden worden verbonden aan de aanwijzing van een noodweg, maar niet voor zover dit de gebruiker van de noodweg het recht zou geven delen van het bezwaarde erf te gebruiken die niet zijn aangewezen als noodweg. Lees meer…

De beoordeling van gratiebeslissingen ten aanzien van levenslang

De beoordeling van gratiebeslissingen ten aanzien van levenslang

HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1747

In dit uitvoerig gemotiveerd arrest zet de Hoge Raad uiteen hoe de burgerlijke rechter de motivering van gratiebeslissingen moet toetsen. Hij bepaalt verder dat de burgerlijke rechter de Staat kan veroordelen tot het nemen van een nieuwe beslissing en de verdere tenuitvoerlegging van een levenslange gevangenisstraf kan verbieden bij strijd met art. 3 EVRM. Lees meer…

Verbod en ontbinding motorclub Satudarah blijft in stand

Verbod en ontbinding motorclub Satudarah blijft in stand

HR 13 november 2020 ECLI:NL:HR:2020:1789

Verbodenverklaring en ontbinding van informele vereniging Satudarah Motorcycleclub en van twee onzelfstandige support clubs blijft in stand. Het verbod strekt zich ook uit over de lokale afdelingen, de zogenaamde chapters. Met de uitspraak komt er definitief een einde aan het bestaan van de vereniging Satudarah.  Lees meer…

De partijbedoelingen spelen geen rol bij de kwalificatie van een (arbeids)overeenkomst

De partijbedoelingen spelen geen rol bij de kwalificatie van een (arbeids)overeenkomst

HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1746

Bij de kwalificatie van een (arbeids)overeenkomst spelen de partijbedoelingen geen rol. Bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst is dus niet van belang of partijen bedoeld hebben een arbeidsovereenkomst te sluiten.

De kwalificatie van een overeenkomst moet (evenwel) worden onderscheiden van de – daaraan voorafgaande – vraag welke rechten en verplichtingen (inhoud) partijen zijn overeengekomen. Die vraag dient te worden beantwoord aan de hand van de Haviltex-maatstaf en daarbij spelen de partijbedoelingen dus wél een rol. Nadat de rechter met behulp van de Haviltex-maatstaf de overeengekomen rechten en verplichtingen heeft vastgesteld (uitleg), kan hij beoordelen of die overeenkomst de kenmerken heeft van een arbeidsovereenkomst (kwalificatie). Lees meer…

Archief