Selecteer een pagina
Het vervallen van voorwaardelijke indexering voor gewezen deelnemers levert geen ongerechtvaardigde ongelijke behandeling op

Het vervallen van voorwaardelijke indexering voor gewezen deelnemers levert geen ongerechtvaardigde ongelijke behandeling op

HR 23 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1267

Het is een werkgever toegestaan om een uitvoeringsovereenkomst met een pensioenfonds te beëindigen en alleen voor de op het moment van beëindiging nog actieve deelnemers (dat wil zeggen de werknemers die op dat moment nog in dienst zijn) een pensioenregeling te treffen met een verzekeraar met daarin een voorwaardelijke indexeringsmogelijkheid, terwijl de tot dan toe opgebouwde pensioenen voor alle actieve en gewezen deelnemers, alsmede voor de gepensioneerden, worden achtergelaten bij het pensioenfonds met de consequentie dat dit pensioenfonds wordt geliquideerd en de indexeringsregeling voor de reeds opgebouwde pensioenen na overdracht aan een verzekeraar vervalt. Dat levert geen ongerechtvaardigde ongelijke behandeling op door de werkgever.  Lees meer…

Immuniteit van jurisdictie bij ontslag medewerker consulaat

Immuniteit van jurisdictie bij ontslag medewerker consulaat

HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1084 (X / Verenigde Staten)

Art. 11 lid 2, aanhef en onder a (“de werknemer is aangesteld voor het vervullen van bepaalde functies in de uitoefening van bevoegdheden van de overheid”) van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen kan worden aangemerkt als regel van internationaal gewoonterecht. De Nederlandse rechter is daaraan dus gebonden. Omdat de ontslagen werkneemster uit hoofde van haar functie werkzaamheden verrichtte die in functioneel verband stonden met kerntaken van het consulaat en zij “has been recruited to perform particular functions in the exercise of governmental authority”, komt de VS immuniteit van jurisdictie toe. Lees meer…

Redelijke kosten ter vaststelling van de schade: wanneer voor rekening van de verzekeraar?

Redelijke kosten ter vaststelling van de schade: wanneer voor rekening van de verzekeraar?

HR 9 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1174 (X/NH1816)

De redelijke kosten gemaakt voor het vaststellen van de schade zijn op grond van art. 7:959 lid 1 BW altijd gedekt onder de verzekeringsovereenkomst, tenzij dekking is uitgesloten. In het geval dat de verzekeringnemer een consument is, kan dekking alleen worden uitgesloten voor zover de kosten de verzekerde som overschrijden. Lees meer…

Cassatieblog #029 | Wie moet bewijzen wat aan een vervoerder is meegegeven?

Cassatieblog #029 | Wie moet bewijzen wat aan een vervoerder is meegegeven?

Hoge Raad 16 september 2022 ECLI:NL:HR:1222 (eiseres / verweerster)

Het CMR bevat geen regel van bewijslastverdeling voor de vraag of door de douane aangetroffen goederen dezelfde zijn als door de afzender aan de vervoerder zijn meegegeven. Die bewijslastverdeling wordt daarom door het nationale recht geregeld (art. 150 Rv). Dit brengt mee dat de vervoerder, als hij zijn schade wil verhalen op de afzender, moet bewijzen dat de afzender hem de aangetroffen goederen heeft meegegeven. Jerre de Jong bespreekt deze uitspraak.

 

Geen schriftelijke depotovereenkomst nodig voor zekerheidstelling

Geen schriftelijke depotovereenkomst nodig voor zekerheidstelling

HR 9 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1181 (IMPI/X)

Indien zekerheidstelling wordt gelast is het, in verband met de eisen van art. 6:51 lid 2 BW, niet nodig dat een schriftelijke depotovereenkomst wordt gesloten als het door de rechter bepaalde bedrag op een notariële kwaliteitsrekening wordt gestort en aan zekerheidstelling ook geen verdere eisen zijn gesteld. Beoordeeld moet dan worden of de verweerder ten behoeve van wie zekerheid is gesteld in de omstandigheden van het geval zonder moeite verhaal kan nemen op de depotstorting.  Lees meer…

Herroeping van een vonnis of arrest omdat een partij stukken heeft achtergehouden

Herroeping van een vonnis of arrest omdat een partij stukken heeft achtergehouden

HR 9 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1188

Een vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan op vordering van een partij worden herroepen als de partij na het vonnis stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden. Lees meer…

Cassatievlog #028 | Zekerheidstelling voor de proceskosten – wat zijn de eisen?

Cassatievlog #028 | Zekerheidstelling voor de proceskosten – wat zijn de eisen?

Hoge Raad 9 september 2022 ECLI:NL:HR:2022:1181

Een partij die geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft en bij de Nederlandse rechter een vordering wil instellen, is verplicht om op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten tot betaling waarvan hij zou kunnen worden veroordeeld. Op deze manier wordt de gedaagde partij beschermd. Krijgt hij gelijk en wordt zijn buitenlandse wederpartij in de proceskosten veroordeeld, dan hoeft de gedaagde partij niet in het buitenland zijn proceskosten te incasseren. Dat kan immers een ingewikkelde en soms zelfs onmogelijke exercitie zijn. In een recente uitspraak gaat de Hoge Raad in op de eisen waaraan zo’n zekerheidstelling moet voldoen. Berend-Bram Heinen bespreekt deze uitspraak.

Mag de rechter afwijken van de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances?

Mag de rechter afwijken van de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances?

HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1093

(i) Tot de verzoeken die op de voet van art. 69 Fw aan de R-C kunnen worden gedaan behoort niet een verzoek tot aanpassing van het vrij te laten bedrag dat op grond van art. 21, aanhef en onder 2º, Fw door de R-C is vastgesteld. Een dergelijk verzoek kan op grond van art. 21, aanhef en onder 2º, Fw tot de R-C worden gericht;

(ii) De Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling zijn niet vastgesteld door een instantie die de bevoegdheid heeft rechters op grond van algemene beginselen van behoorlijke rechtspleging te binden ten aanzien van het gebruik dat zij maken van de hun door de wetgever gelaten ruimte. De Recofa-richtlijnen kunnen daarom niet worden aangemerkt als recht in de zin van art. 79 RO. Het staat de rechter vrij deze richtlijnen niet toe te passen. Lees meer…

Mag de verhuurder voor een oude huurschuld beslag leggen op latere huurtoeslag?

Mag de verhuurder voor een oude huurschuld beslag leggen op latere huurtoeslag?

HR 24 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:931

Uit art. 1a lid 1 van de Wet op de huurtoeslag jo. art. 45 lid 1, aanhef en onder a, Awir volgt dat huurtoeslag niet vatbaar is voor beslag, tenzij het gaat om beslag door de verhuurder vanwege het niet betalen van de huur. Deze uitzondering laat ruimte voor beslaglegging door de verhuurder op toeslag voor een huurschuld die betrekking heeft op een eerdere periode dan de periode waarop de huurtoeslag betrekking heeft. Lees meer…

Hoge Raad preciseert rechtspraak over vergoeding van schokschade

Hoge Raad preciseert rechtspraak over vergoeding van schokschade

HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958

In dit arrest geeft de strafkamer van de Hoge Raad een nadere invulling aan de onrechtmatigheidstoets en aan het vereiste van geobjectiveerd geestelijk letsel. Ook de samenloop tussen de aanspraak op ‘schokschade’ en de aanspraak op ‘affectieschade’ komt aan de orde. Lees meer…

Archief