Geen verplichting tot terugbetaling van een transitievergoeding bij herstel van een arbeidsovereenkomst

Geen verplichting tot terugbetaling van een transitievergoeding bij herstel van een arbeidsovereenkomst

HR 25 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:80

Het enkele feit dat een werkgever door een rechter wordt veroordeeld om een arbeidsovereenkomst te herstellen, betekent niet dat de werknemer een reeds ontvangen transitievergoeding dient terug te betalen. Anders dan bij vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst, vervalt bij herstel van de arbeidsovereenkomst niet de rechtsgrond aan de betaling van de transitievergoeding. Van een verplichting van de werknemer tot terugbetaling van de transitievergoeding is pas sprake als een werknemer hiertoe door de rechter wordt veroordeeld.  Lees meer…

Wanneer is sprake van uitwisselbare functies als bedoeld in art. 13 van de Ontslagregeling?

Wanneer is sprake van uitwisselbare functies als bedoeld in art. 13 van de Ontslagregeling?

HR 15 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:229

Bij de beoordeling of sprake is van uitwisselbare functies als bedoeld in art. 13 lid 1 Ontslagregeling mogen geen andere gezichtspunten in aanmerking worden genomen dan de in deze bepaling genoemde. Dit betekent echter niet dat ‘alle omstandigheden van het geval’ geen rol kunnen spelen. Alle omstandigheden van het geval kunnen van belang zijn voor zover zij op de in art. 13 lid 1 Ontslagregeling genoemde gezichtspunten een licht kunnen werpen. Lees meer…

Aanvangstermijn melding non-conformiteit bij consumentenkoop

Aanvangstermijn melding non-conformiteit bij consumentenkoop

HR 15 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:228

Ingeval van consumentenkoop gaat de termijn als bedoeld in art. 7:23 lid 1 BW lopen op het moment dat de consument heeft ontdekt dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt en niet al op het moment waarop de koper dit redelijkerwijs had behoren te ontdekken. Lees meer…

Verlies van het recht op transitievergoeding slechts in uitzonderlijke gevallen

Verlies van het recht op transitievergoeding slechts in uitzonderlijke gevallen

HR 8 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:203

De werknemer verliest zijn recht op transitievergoeding indien het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van zijn ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Hiervan is slechts in uitzonderlijke gevallen sprake.
Bij de beoordeling of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten dat tot het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst heeft geleid, zijn niet alle omstandigheden van het geval van belang, maar slechts de omstandigheden – waaronder ook persoonlijke omstandigheden van de werknemer – voor zover deze van invloed zijn op de verwijtbaarheid van het handelen of nalaten van de werknemer dat tot het ontslag heeft geleid.   Lees meer…

Vonnis niet kenbaar op tegenspraak gewezen: strijd met art. 6 EVRM

Vonnis niet kenbaar op tegenspraak gewezen: strijd met art. 6 EVRM

HR 8 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:207

Indien een vonnis naar zijn uiterlijk een verstekvonnis is, waaruit niet kan worden afgeleid of op andere wijze kan worden vastgesteld dat het in wezen om een vonnis op tegenspraak gaat, dient de rechter gelet op art. 6 EVRM het verzet tegen het eindvonnis ontvankelijk te achten, zulks in afwijking van de hoofdregel. Lees meer…

Overzicht recente prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

Overzicht recente prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

Het overzicht van prejudiciële zaken vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op de volgende kwesties: (1) zijn de vennoten van een vof bij een door de vof gesloten arbeidsovereenkomst ieder afzonderlijk werkgever, (2) de reikwijdte art. 6:228 BW bij het afsluiten van een rentederivaat, (3) het bestaan en de omvang van aansprakelijkheid voor materiële en immateriële schade als gevolg van gaswinning in het Groningerveld en (4) geldt het in de BPR opgegeven briefadres als gekozen woonplaats.

Lees meer…

Directe actie kan ook worden ingesteld als de schade is ingetreden vóór faillissement van de verzekerde

Directe actie kan ook worden ingesteld als de schade is ingetreden vóór faillissement van de verzekerde

HR 1 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:150

Een directe actie van de benadeelde jegens de aansprakelijkheidsverzekeraar ter zake van schade door dood of letsel (art. 7:954), kan ook worden ingesteld in het geval waarin de aansprakelijke partij heeft opgehouden te bestaan nadat de schade is opgetreden. In een dergelijk geval kan de benadeelde betaling verlangen van de verzekeraar, zonder dat vereist is dat de (inmiddels opgeheven) verzekerde rechtspersoon de verwezenlijking van het risico bij de verzekeraar heeft gemeld, zulks in afwijking van de hoofdregel.  Lees meer…

Doorbrekingsjurisprudentie van toepassing in notarieel tuchtrecht

Doorbrekingsjurisprudentie van toepassing in notarieel tuchtrecht

HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:51, 52 en 53

Het notariële tuchtrecht wordt in hoger beroep uitgeoefend door het hof Amsterdam. Tegen beslissingen van het hof in notariële tuchtzaken is geen hogere voorziening toegelaten. Dit rechtsmiddelenverbod blijft buiten toepassing als die toepassing niet verenigbaar is met art. 6 EVRM. De tuchtmaatregel van ontzetting uit het ambt van notaris, valt binnen de reikwijdte van art. 6 EVRM. Aan het cassatieberoep tegen de ontzetting uit het ambt is ten grondslag gelegd dat het door art. 6 EVRM gegarandeerde recht op een eerlijke en onpartijdige behandeling is veronachtzaamd. In dat geval is het cassatieberoep ontvankelijk. In gevallen die niet onder de reikwijdte van art. 6 EVRM vallen, staat geen rechtsmiddel open tegen een beslissing van het hof Amsterdam in het notariële tuchtrecht. Lees meer…

Beroepschrift per fax tijdig ingediend?

Beroepschrift per fax tijdig ingediend?

HR 25 januari 2019 ECLI : NL:HR:2019:108

De rechtbank heeft verzoekers tot cassatie ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris. Het beroepschrift is tijdig bij de juiste instantie ingediend. Indien het beroepschrift zou zijn ingediend bij het verkeerde gerecht, had het moeten worden doorgezonden naar het juiste gerecht, in welk geval het tijdstip van indiening bij het verkeerde gerecht bepalend zou zijn geweest.  Lees meer…