Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Prejudiciële vragen over Brussel I-bis bij beroep op immuniteit van executie door internationale organisatie

CB 2019-4 Geplaatst op 03 jan 2019 door

HR 21 december 2018 ECLI:NL:HR:2018:2361

De Hoge Raad stelt aan het HvJEU prejudiciële vragen over de uitleg van art. 1 lid 1 en art. 24 lid 5 Brussel I-bis in het kader van een vordering die ziet op de opheffing door de Nederlandse rechter van een conservatoir derdenbeslag op een escrow-rekening in België. SHAPE, een in België gevestigd militair hoofdkwartier van de NAVO en de partij ten laste van wie het beslag is gelegd, heeft een beroep gedaan op immuniteit van executie en de vragen zien onder meer op de relevantie daarvan.

Lees verder >

Verzoekschrift kwalificeert als ingebrekestelling ex art. 6:82 lid 2 BW (Sint Maarten)

CB 2019-3 Geplaatst op 03 jan 2019 door

HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2301

Indien een schuldenaar tijdelijk niet kan nakomen of uit zijn houding blijkt dat een aanmaning nutteloos zou zijn, kan op grond van art. 6:82 lid 2 BW (Sint Maarten) (gelijkluidend aan het Nederlandse art. 6:82 lid 2 BW) een ingebrekestelling plaatsvinden door een schriftelijke mededeling dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld. Het oordeel van het hof dat het inleidende verzoekschrift in deze zaak voldoet aan de voorwaarden van een ingebrekestelling getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. Lees verder >

Raadsheren Hoge Raad die de zaak niet behandelen mogen wel deelnemen aan beraadslagingen

CB 2019-2 Geplaatst op 03 jan 2019 door

HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2397 

De Wrakingskamer van de Hoge Raad heeft het wrakingsverzoek tegen de hele strafkamer van de Hoge Raad ongegrond verklaard. Het wrakingsverzoek was gericht tegen de werkwijze van de Hoge Raad, waarin drie of vijf raadsheren een zaak beslissen, terwijl de overige leden van een kamer (reservisten) kunnen deelnemen aan de beraadslaging over die zaak.  Lees verder >

Kortere weg naar perceel is een redelijk belang bij uitoefening erfdienstbaarheid

CB 2019-1 Geplaatst op 03 jan 2019 door

HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2373

De eigenaar van het heersende erf kan een redelijk belang hebben bij de uitoefening van een erfdienstbaarheid van weg als hij daardoor een kortere afstand tot zijn perceel behoeft af te leggen dan hij anders zou moeten afleggen. Dat geldt ook als de omweg die hij zonder de erfdienstbaarheid zou moeten maken, kort is en in korte tijd kan worden afgelegd. Lees verder >

Om tegenbewijs te mogen leveren hoeft een partij niet eerst het voorshands geleverde bewijs te ontkrachten

CB 2018-204 Geplaatst op 20 dec 2018 door

HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2320

Aan een algemeen aanbod om tegenbewijs te leveren door middel van getuigen mag de rechter niet ongemotiveerd voorbij gaan. Wanneer de rechter voorshands, behoudens tegenbewijs, bepaalde feiten als vaststaand aanneemt, hoeft een partij dit voorshands geleverde bewijs niet eerst te ontkrachten om tot tegenbewijs te worden toegelaten. Lees verder >

Uitleg abstracte bankgarantie

CB 2018-203 Geplaatst op 20 dec 2018 door

HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2297

Bij de uitleg van een strikte bankgarantie komt groot gewicht toe aan de (strikt te lezen) bewoordingen van de garantie. Lees verder >

Wanneer is zaak bestanddeel van een zaak?

CB 2018-202 Geplaatst op 20 dec 2018 door

HR 7 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2256

Op de voet van het bepaalde in art. 3:4 lid 1 BW is hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel uitmaakt van een zaak, bestanddeel van die zaak. Een aard- of nagelvaste verbinding is daarvoor niet vereist. Een aanwijzing dat een zaak volgens verkeersopvatting als onderdeel van een hoofdzaak heeft te gelden, kan gelegen zijn in de omstandigheid dat de twee zaken in constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd, of in de omstandigheid dat de hoofdzaak, indien het bestanddeel zou ontbreken, als onvoltooid moet worden beschouwd in de zin dat de hoofdzaak dan niet geschikt is te beantwoorden aan haar bestemming. Het hof heeft de hierboven weergegeven maatstaf toegepast, zijn oordeel is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. Lees verder >

Beroep op Overbruggingsregeling transitievergoeding mogelijk na verstrijken vervaltermijn

CB 2018-201 Geplaatst op 20 dec 2018 door

HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2305

De werkgever kan in een door de werknemer geëntameerde procedure waarin deze om toekenning van een transitievergoeding verzoekt, zich op de Overbruggingsregeling transitievergoeding beroepen, ook al is de vervaltermijn van drie maanden van art. 7:686a lid 4, aanhef en onder b BW verstreken. Dit geldt ongeacht of de werkgever zijn beroep op de overbruggingsregeling doet als een verweer tegen het verzoek van de werknemer of in de vorm van een zelfstandig verzoek op de voet van art. 282 lid 4 Rv. Lees verder >

Jeugdzorg: beantwoording prejudiciële vragen over bevoegdheden in geval van ondertoezichtstelling

CB 2018-200 Geplaatst op 20 dec 2018 door

HR 14 december 2018 ECLI:NL:HR:2018:2321

In deze uitspraak beantwoordt de Hoge Raad vragen van de rechtbank Den Haag over de uitleg en onderlinge verhouding van de art. 1:263, 1:264, 1:265f en 1:265g BW, die zijn opgenomen in Afdeling 4, Ondertoezichtstelling van minderjarigen. De bepalingen van deze afdeling zijn gewijzigd bij de per 1 januari 2015 in werking getreden Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen. In dat kader geeft de Hoge Raad – zakelijk weergegeven – de volgende antwoorden. Lees verder >

Schorsingsincident in cassatie bij faillissement procespartij

CB 2018-199 Geplaatst op 14 dec 2018 door

HR 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2220 (De Vijf Musketiers/curatoren)

Art. 27 Fw biedt de wederpartij van een failliet zonder meer het recht schorsing van de procedure te vorderen om de curator in het geding te roepen. Een afweging van belangen in verband met een eventuele zekerheidsstelling voor de proceskosten komt pas aan de orde indien de curator zou beslissen de procedure niet over te nemen en de andere partij om ontslag van instantie verzoekt. Lees verder >