Selecteer een pagina
De wettelijke verzettermijn geldt ook als ten onrechte niet is getoetst of sprake is van oneerlijk beding

De wettelijke verzettermijn geldt ook als ten onrechte niet is getoetst of sprake is van oneerlijk beding

Cassatieblog HR 24 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1627

Dat een rechter in een verstekvonnis ten onrechte nalaat bedingen (kenbaar) op oneerlijkheid te toetsen, zoals bedoeld in de Richtlijn oneerlijke bedingen, brengt niet mee dat een andere dan de wettelijke verzettermijn geldt. Dat een dergelijk verstekvonnis onherroepelijk wordt is niet strijdig met het Unierecht, want dat staat toe dat redelijke beroepstermijnen worden gehanteerd in het belang van de rechtszekerheid. Lees meer…

Artikel 35 lid 2 UAVG en ontvankelijkheid in kort geding

Artikel 35 lid 2 UAVG en ontvankelijkheid in kort geding

HR 15 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1216 (cassatie in belang der wet)

(i) De AVG biedt ruimte voor een herhaald verzoek op grond van art. 15 t/m 22 AVG. Zo’n herhaald verzoek is niet al kennelijk ongegrond of buitensporig wanneer daar geen nieuwe feiten of omstandigheden aan ten grondslag zijn gelegd.
(ii) Een betrokkene die daarbij spoedeisend belang heeft kan vóór of tijdens de verzoekschriftprocedure van art. 35 UAVG een voorlopige voorziening vragen, ook bij een herhaald verzoek. Voor de onderbouwing van de spoedeisendheid gelden dan geen andere of hogere eisen dan normaal in kort geding.

Lees meer…

Bedrog, vermindering van de pensioenaanspraak (art. 8c PSW) en hoe de te verevenen pensioenaanspraak vast te stellen (art. 3 Wvps)

Bedrog, vermindering van de pensioenaanspraak (art. 8c PSW) en hoe de te verevenen pensioenaanspraak vast te stellen (art. 3 Wvps)

HR 17 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1596

(i) Als tijdens een procedure bij een partij een vermoeden van bedrog door de wederpartij rijst, mag die partij dit vermoeden naar voren brengen zolang de zaak nog niet in staat van wijzen is. De rechter dient de desbetreffende partij in de gelegenheid te stellen haar standpunt dat door de wederpartij bedrog is gepleegd, uiteen te zetten;
(ii) Art. 8c PSW kan niet zo ruim worden uitgelegd dat ook een staking van toekomstige pensioenopbouw moet worden aangemerkt als een vermindering van pensioenaanspraken waarvoor de toestemming van de echtgenoot nodig is;
(iii) Bij de berekening van het te verevenen pensioen op de voet van art. 3 Wvps moet worden uitgegaan van de tijdsevenredige aanspraak op het pensioen en niet slechts van de aanspraak voor zover die op het tijdstip van de echtscheiding is gefinancierd. Lees meer…

Toepassing clawback-regeling financiële sector vereist geen terugvorderingsbeleid

Toepassing clawback-regeling financiële sector vereist geen terugvorderingsbeleid

HR 17 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1567 (ABN AMRO / Werknemer)

De regeling over de terugvordering van een variabele beloning van art. 1:127 lid 3 Wft schept niet alleen een bevoegdheid, maar ook een verplichting jegens de financiële onderneming. Die verplichting geldt ook wanneer de financiële onderneming niet beschikt over (voldoende gedetailleerde) procedures en criteria voor toepassing van die regeling waarover zij op grond van art. 1:127 lid 1 Wft hoort te beschikken. Ook een causaal verband tussen de terugvorderingsgrond en de beloning is niet vereist. Lees meer…

Onttrekking aan beslag op aandelen

Onttrekking aan beslag op aandelen

HR 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1527

Het verkopen van aandelen waarop beslag is gelegd, leidt alleen tot onttrekking aan het beslag als bedoeld in art. 198 lid 1 Sr. wanneer het de omvang of werking van de beslaglegging als daad van het openbaar gezag beperkt.
Deze zaak betreft de vraag of het verkopen van aandelen waarop conservatoir beslag is gelegd, kan worden aangemerkt als een onttrekking aan het beslag als bedoeld in art. 198 lid 1 Wetboek van Strafrecht (Sr). Lees meer…

Verjaring bij onrechtmatige besluiten en onzelfstandige voorbereidingshandelingen

Verjaring bij onrechtmatige besluiten en onzelfstandige voorbereidingshandelingen

HR 8 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1172 (Gemeente Brummen / X)

De verjaringstermijn van een rechtsvordering tot schadevergoeding als gevolg van een onrechtmatig besluit vangt niet eerder aan dan de dag na die waarop de vernietiging van het schadeveroorzakend besluit onherroepelijk is geworden of het bestuursorgaan de onrechtmatigheid van het besluit heeft erkend. Dit geldt ook voor de verjaring van een rechtsvordering als gevolg van een onrechtmatige onzelfstandige voorbereidingshandeling.  Lees meer…

Toepassing clawback-regeling financiële sector vereist geen terugvorderingsbeleid

Voortzetting en overneming geding niet in strijd met EVRM

HR 7 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1067

(i) De regeling van art. 29 Fw vormt een inmenging in het eigendomsrecht van de gefailleerde.
(ii) Deze inmenging is bij wet voorzien en is gerechtvaardigd door het algemene belang dat schuldeisers van de gefailleerde zoveel mogelijk worden voldaan.
(iii) De inmenging is verder in overeenstemming met het proportionaliteitsvereiste: er is sprake van een ‘fair balance’ tussen het algemeen belang en het belang van de bescherming van de grondrechten van de gefailleerde. Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl