Recht op contra-expertise in geval van uithuisplaatsing

Recht op contra-expertise in geval van uithuisplaatsing

HR 12 april 2019 ECLI:NL:HR:2019:575

Naar aanleiding van het verzoek van de moeder om een nader onderzoek door een deskundige te gelasten, had het hof moeten onderzoeken of dit op art. 810a lid 2 Rv gebaseerde verzoek voldoende concreet en ter zake dienend was, en zo ja, of het belang van de kinderen zich tegen toewijzing van het verzoek verzette. Lees meer…

Kwade trouw ontvanger van een betaling

Kwade trouw ontvanger van een betaling

HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:506

Van kwade trouw in de zin van art. 6:205 BW is pas sprake is als de ontvanger wist of vermoedde dat de betaling niet verschuldigd was. Of de ontvanger te kwader trouw is moet bepaald worden aan de hand van de subjectieve kennis van de ontvanger ten tijde van de ontvangst van de betaling. In verband met vernietiging op de voet van art. 1:88 jo. 1:89 BW geldt dat de ontvanger niet alleen moest weten of vermoeden dat de ander gehuwd was, maar ook dat de ontvanger wist of vermoedde dat vernietiging van de overeenkomst door de echtgenote zou worden ingeroepen. Lees meer…

Gezichtspunten voor aanmerken CAO-voorziening als gelijkwaardige voorziening

Gezichtspunten voor aanmerken CAO-voorziening als gelijkwaardige voorziening

HR 29 maart 2019 ECLI:NL:HR:2019:449

(1) De Hoge Raad geeft ten overvloede een aantal gezichtspunten waaraan voor de kwalificatie als ‘gelijkwaardige voorziening’ betekenis kan toekomen; (2) Blijkens art. 7:673b BW is de werkgever geen transitievergoeding (art. 7:673 BW) verschuldigd, indien in de tussen partijen geldende cao een ‘gelijkwaardige voorziening’ is opgenomen. De omstandigheid dat een voorziening al vóór juli 2015 in een op dat moment tussen partijen geldende cao was opgenomen, sluit niet zonder meer uit dat die voorziening ná 1 juli 2015 wordt aangemerkt als een aan de wettelijke transitievergoeding gelijkwaardige voorziening in de zin van artikel 7:673b BW; Lees meer…

Eén vordering met twee grondslagen; hof miskent devolutieve werking van appel

Eén vordering met twee grondslagen; hof miskent devolutieve werking van appel

HR 22 maart 2019 ECLI:NL:HR:2019:398

In deze zaak heeft de rechtbank de vorderingen van eiser uitgelegd als één vordering met twee verschillende grondslagen (primaire en subsidiaire grondslag). De rechtbank wees de vordering op de subsidiaire grondslag toe. Het hof achtte de vordering echter niet toewijsbaar op de subsidiaire grondslag, maar heeft nagelaten te onderzoeken of de vordering wel toewijsbaar was op de primaire grondslag. Het hof heeft daarmee de devolutieve werking van appel miskend. Lees meer…

Toekenning van adviesrecht over ‘politieke besluiten’ leidt niet tot beroepsrecht

Toekenning van adviesrecht over ‘politieke besluiten’ leidt niet tot beroepsrecht

HR 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:397

Als een overheidsondernemer aan zijn ondernemingsraad bovenwettelijk adviesrecht toekent over besluiten die het ‘primaat van de politiek’ als bedoeld in art. 46d WOR betreffen, dan geeft dat de ondernemingsraad geen beroepsrecht ten aanzien van die besluiten. Lees meer…

Prejudiciële vragen over auteursrechtinbreuk door platform voor Usenetdiensten

Prejudiciële vragen over auteursrechtinbreuk door platform voor Usenetdiensten

HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:503 (Brein/NSE)

De Hoge Raad wil prejudiciële vragen aan het HvJEU stellen: maakt een Usenetprovider auteursrechtinbreuk? Komt hem een beroep toe op de vrijstelling van aansprakelijkheid? En welk bevel kan de Usenetprovider worden opgelegd? Lees meer…

Voorwaardelijk verzoek: wat is het gevolg van het niet in vervulling gaan van de voorwaarde?

Voorwaardelijk verzoek: wat is het gevolg van het niet in vervulling gaan van de voorwaarde?

HR 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:404

(i) Het hof heeft de werkneemster ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om transitievergoeding en billijke vergoeding.
(ii) Indien in een procedure een verzoek voorwaardelijk wordt gedaan, betekent dit dat de rechter het verzoek niet behoeft te behandelen indien niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder het verzoek is gedaan. Als in de loop van de procedure blijkt dat niet wordt voldaan aan de voorwaarde waaronder het verzoek is ingesteld, heeft dit niet tot gevolg dat het verzoek achteraf gezien nooit is gedaan.

Lees meer…

Maatstaf voor onderzoek naar rechtsmacht bij commune bevoegdheidsregels

Maatstaf voor onderzoek naar rechtsmacht bij commune bevoegdheidsregels

HR 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:443

De Nederlandse wetgever heeft niet beoogd om bij de inrichting van art. 7 lid 1 Rv af te wijken van de uitleg door het HvJEU van de Brussel I-bis-verordening. Ook bij toepassing van de maatstaf in art. 7 lid 1 Rv geldt daarom dat de rechter die onderzoekt of hem bevoegdheid toekomt, zich bij dit onderzoek niet mag beperken tot de stellingen van de eisende of verzoekende partij, maar ook acht moet slaan op alle hem ter beschikking staande gegevens over de werkelijk tussen partijen bestaande rechtsverhouding, waaronder de stellingen van de verwerende partij
Lees meer…

Wet Bopz: aanwijzing psychiatrisch ziekenhuis in behandelplan

Wet Bopz: aanwijzing psychiatrisch ziekenhuis in behandelplan

HR 22 maart 2019 EC:LI:NL:HR:2019:395

In behandelplan dient duidelijk te zijn welke geneesheer-directeur bevoegd is te beslissen tot opneming van de betrokkene indien de voorwaarden niet worden nageleefd of het gevaar niet langer buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.  Lees meer…

Aanvangstijdstip lange verjaringstermijn

Aanvangstijdstip lange verjaringstermijn

HR 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:412

Bij opstalaansprakelijkheid is het aanvangsmoment van de lange verjaringstermijn zoals bedoeld in art. 3:310 lid 1 BW niet gekoppeld aan een schadeveroorzakende gedraging, maar aan de schadeveroorzakende toestand. Zodra de schadeveroorzakende toestand is opgehouden te bestaan, begint de termijn van twintig jaren te lopen. Lees meer…