Selecteer een pagina
Verlenging van de verjaringstermijn van een vordering op een rechtspersoon die na vereffening in faillissement is opgehouden te bestaan

Verlenging van de verjaringstermijn van een vordering op een rechtspersoon die na vereffening in faillissement is opgehouden te bestaan

HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1310

Wanneer een rechtspersoon na faillietverklaring door insolventie is ontbonden en na vereffening van zijn vermogen in faillissement is opgehouden te bestaan, bestaat gedurende het tijdvak waarin de rechtspersoon is opgehouden te bestaan een grond voor verlenging van de verjaringstermijn als bedoeld in art. 3:320 BW. Lees meer…

Advocaat maakt beroepsfout door vordering te laten verjaren

Advocaat maakt beroepsfout door vordering te laten verjaren

HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1308

Door een vordering van een cliënt te laten verjaren, heeft de advocaat in de onderhavige zaak een beroepsfout gemaakt. De cliënt vordert een schadevergoeding als gevolg van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van opdracht. In cassatie staat de bewijslastverdeling ter discussie. Lees meer…

Inzet van meer dan één rechter-plaatsvervanger in een meervoudige kamer is niet in strijd met de beginselen van een behoorlijke rechtspleging

Inzet van meer dan één rechter-plaatsvervanger in een meervoudige kamer is niet in strijd met de beginselen van een behoorlijke rechtspleging

HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1312

Rechters-plaatsvervangers kunnen, als rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, door het bestuur van het gerecht worden opgeroepen voor de behandeling en beslissing van zaken. De wet stelt geen beperkingen aan het aantal rechters-plaatsvervangers in de bezetting van een meervoudige kamer. Lees meer…

Samenlopende vorderingsrechten op vof en vennoot, en het stuiten daarvan

Samenlopende vorderingsrechten op vof en vennoot, en het stuiten daarvan

HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1315

Een schuldeiser van een vof kan zijn vordering zowel geldend maken tegen de gezamenlijke vennoten (‘tegen de vof’) als tegen iedere vennoot afzonderlijk. De crediteur heeft daarmee jegens iedere vennoot twee samenlopende vorderingsrechten: één jegens de vof en één jegens de vennoot persoonlijk. Deze samenlopende vorderingsrechten verjaren afzonderlijk. Een aan de vof gerichte en door de vof ontvangen stuitingsverklaring, wordt geacht ook de individuele vennoten te hebben bereikt. In het algemeen zullen de individuele vennoten zo’n stuitingsverklaring óók moeten begrijpen als een stuiting van de samenlopende vorderingen jegens ieder van hen persoonlijk. Dat is alleen in bijzondere omstandigheden anders. Lees meer…

Onregelmatige opzegging en verschuldigdheid van transitievergoeding

Onregelmatige opzegging en verschuldigdheid van transitievergoeding

HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1286

Bij onregelmatige opzegging van een arbeidsovereenkomst door de werkgever moeten het recht op en de hoogte van de wettelijke transitievergoeding worden bepaald aan de hand van het tijdstip waarop die arbeidsovereenkomst zou zijn geëindigd als de werkgever deze regelmatig zou hebben opgezegd. Niet van belang is daarbij of de werkgever heeft beoogd met de onregelmatige opzegging de rechten van de werknemer op de wettelijke transitievergoeding aan te tasten. Lees meer…

Niet-ontvankelijkverklaring bij cassatieberoep op verkeerde grondslag

Niet-ontvankelijkverklaring bij cassatieberoep op verkeerde grondslag

HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1311

De vereffenaar van een nalatenschap heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking op de voet van art. 1:374 lid 2 BW in verbinding met art. 4:161 leden 1 en 4 BW. Tegen deze beschikking stond geen beroep in cassatie open, maar hoger beroep, zodat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaart. Lees meer…

Beroepsaansprakelijkheid advocaat; nalaten stuiting niet-rechtsgeldig gecedeerde vordering

Beroepsaansprakelijkheid advocaat; nalaten stuiting niet-rechtsgeldig gecedeerde vordering

Hoge Raad 29 mei 2020 ECLI:NL:HR:2020:986

Een advocaat is niet aansprakelijk voor het nalaten van het stuiten van de verjaring van een aan zijn cliënt gecedeerde vordering die niet rechtsgeldig blijkt te zijn overgedragen, nu stuiting nutteloos zou zijn geweest. Lees meer…

Wvggz of Wzd? Geen verzet, wel machtiging

Wvggz of Wzd? Geen verzet, wel machtiging

HR 10 juli 2020 ECLI:NL:HR:2020:1271

De vraag welk regime van toepassing is, wordt bepaald door de mate waarin een problematiek op het moment van de te nemen beslissing op de voorgrond staat en de actuele zorgbehoefte van betrokkene bepaalt; daarbij moet ook de continuïteit van de zorg in een vertrouwde omgeving in aanmerking worden genomen. Lees meer…

Samenloop van een beroep op art. 2:14 BW en 5:130 jo. 2:15 BW in één procedure

Samenloop van een beroep op art. 2:14 BW en 5:130 jo. 2:15 BW in één procedure

HR 10 juli 2020 ECLI:NL:HR:2020:1275

Het ontbreken van een op grond van de wet of de statuten vereiste meerderheid van stemmen leidt tot een nietig besluit in de zin van art. 2:14 lid 1 BW en niet tot een besluit dat vernietigbaar is op grond van art. 2:15 lid 1, aanhef en onder a, BW. Indien in een procedure bij de kantonrechter, gevoerd op de voet van art. 5:130 lid 1 jo. 2:15 BW tevens een beroep wordt gedaan op art. 2:14 BW, dan hoeft die procedure niet te worden gesplitst teneinde het beroep op nietigheid in een afzonderlijke (dagvaardings)procedure door de rechtbank te laten beoordelen. Lees meer…

Archief