Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

merkenrecht

Magische vrouwelijke verschijningen met een negatieve connotatie

CB 2018-130 Geplaatst op 16 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1214, ECLI:NL:HR:2018:1215 en ECLI:NL:HR:2018:1217 (Fanofinefood / Levola)

(1) Anders dan bij visuele en auditieve overeenstemming, waarbij het gaat om directe, zintuiglijke waarneming, berust begripsmatige overeenstemming naar haar aard op een meer abstracte notie, zoals een gemeenschappelijke betekenis (wat ook bij vertaalde woordmerken het geval kan zijn), een gedeelde eigenschap of een gemeenschappelijk kenmerk van de beide tekens. Voor het onderzoek naar begripsmatige overeenstemming ligt in de redenering dan ook een – al dan niet tot uitdrukking te brengen – ‘veralgemeniserende’ schakel in de rede.
(2) Voor begripsmatige overeenstemming is vereist dat een substantieel deel van het (relevante) publiek bekend is met de overeenstemmende betekenissen.
(3) In het algemeen mogen geen hoge eisen worden gesteld aan de motivering of onderbouwing van de betwisting door een procespartij van een stelling van haar (de bewijslast daarvan dragende) wederpartij dat een bepaalde term en de betekenis daarvan bij het publiek bekend zijn.
(4) De stelling dat voor verwarringsgevaar dat louter op begripsmatige overeenstemming is gebaseerd, een bijzondere rechtvaardiging moet bestaan, vindt geen steun in de arresten Sir/Zirh en Puma/Sabel. Lees verder >

Hoge Raad: het hervullen van een gehuurde gastank levert merkgebruik op

CB 2018-16 Geplaatst op 11 jan 2018 door

HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:10 (Eiseres/Primagaz)

Het hervullen van een gastank waarop een merk van een ander is aangebracht kan ‘gebruik’ van een merk opleveren en afbreuk doen aan de merkenrechtelijke herkomstaanduidings- en kwaliteitsfuncties. Van uitputting van het merkrecht is in het onderhavige geval geen sprake; de betreffende gastank is eigendom gebleven van de merkhouder en vertegenwoordigt geen zelfstandige economische waarde. Lees verder >

Geen nietigheid op grond van combinatie van de gronden uit art 3 lid 1 Merkenrichtlijn

CB 2015-179 Geplaatst op 04 dec 2015 door

HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3394 (Hauck / Stokke II)

Het hof na verwijzing moet alsnog onderzoeken of de Tripp Trapp-stoel een teken is dat geen merkenrechtelijke bescherming geniet op grond van de uitsluitingsgronden van art. 3, lid 1, sub e Merkenrichtlijn, hetzij op de ene grond, hetzij op de andere grond, hetzij volledig op elk van beide gronden. Lees verder >

De maatstaf bij merkinbreukmakend verwarringsgevaar of kielzogvaren

CB 2015-47 Geplaatst op 13 mrt 2015 door

HR 20 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:397 (AFC Ajax/Promosports)

Een beoordeling van het gestelde verwarringsgevaar (art. 2.20 lid 1 sub b BVIE) of verband (sub c) kan slechts achterwege blijven indien in geen enkel opzicht overeenstemming bestaat tussen het ingeroepen merk en het beweerd inbreuk makende teken. Vertonen merk en teken daarentegen een zekere, zelfs geringe, mate van overeenstemming, dan dient de rechter een globale beoordeling te verrichten om uit te maken of, niettegenstaande de geringe mate van overeenstemming tussen merk en teken, het betrokken publiek merk en teken met elkaar kan verwarren of een verband tussen beide legt, op grond van andere relevante factoren, zoals de algemene bekendheid of reputatie van het merk. Lees verder >

Merkhouder moet soms ouder overeenstemmend teken als merk voor dezelfde waren tolereren

CB 2015-38 Geplaatst op 05 mrt 2015 door

RedBullBulldogHR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:292 (Leidseplein/Red Bull II)

(1) De houder van een bekend merk kan uit hoofde van een geldige reden in de zin van art. 5, lid 2 Merkenrichtlijn verplicht worden te tolereren dat een derde een teken dat overeenstemt met dat merk gebruikt voor dezelfde waren als waarvoor dat merk is ingeschreven, indien vaststaat dat dat teken is gebruikt voordat het merk werd gedeponeerd en het gebruik ervan voor dezelfde waren te goeder trouw is.
(2) Het hof na verwijzing is niet gebonden aan wat het HvJEU omtrent de feiten heeft geoordeeld, voor zover die niet in de nationale procedure zijn of zullen worden vastgesteld.
(3) Art. 10bis Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom heeft geen rechtstreekse werking.
(4) Reis- en verblijfkosten voor het pleidooi bij het Hof van Justitie vallen onder de op de voet van art. 1019h Rv te vergoeden kosten. Lees verder >

Voor een ander afvullen van verpakkingen met een merk erop is geen merkgebruik

CB 2014-11 Geplaatst op 09 jan 2014 door

HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2057 (Refresco/Red Bull)

Een dienstverlener die in opdracht en volgens aanwijzingen van een derde verpakkingen afvult die hem door deze derde ter beschikking zijn gesteld en waarop door diens toedoen daaraan voorafgaand een teken is aangebracht dat gelijk is aan of overeenstemt met een als merk beschermd teken, maakt zelf geen gebruik maakt van dit teken dat op grond van art. 5 lid 1 sub b MRl kan worden verboden. Lees verder >

Toestemming merkhouder bij in het verkeer brengen merkwaren door licentienemer

CB 2013-207 Geplaatst op 20 dec 2013 door

HR 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1613 (Makro c.s./Diesel)

Als een licentienemer een contractsbepaling schendt die ertoe strekt de merkhouder in staat te stellen de kwaliteit van de gemerkte waren te controleren, brengt het Copad-arrest van het Hof van Justitie mee dat geen sprake is van toestemming van de merkhouder voor het op de markt brengen van deze waren in de zin van artikel 7 lid 1 Merkenrichtlijn. Lees verder >

Hoge Raad stelt vragen over nietigheidsgronden vormmerk

CB 2013-82 Geplaatst op 01 mei 2013 door

HR 12 april 2013, LJN BY1533 (Hauck/Stokke)

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over de uitleg van de bepaling dat merken niet uitsluitend mogen bestaan uit een vorm die door de aard van de waar wordt bepaald of die een wezenlijke waarde aan de waar geeft. Lees verder >

Parallelimport en merkinbreuk op Sint Maarten

CB 2012-203 Geplaatst op 23 okt 2012 door

HR 19 oktober 2012, LJN BX5797 (Diageo c.s./verweersters)

Vraag of merkhouders Diageo c.s. zich kunnen verzetten tegen parallelimport van alcoholhoudende dranken met hun merken op Sint Maarten, waarbij de op de flessen aanwezige identificatienummers zijn verwijderd. Nu de Antilliaanse wetgever destijds een welbewuste keuze heeft gemaakt voor een van het Nederlandse merkenrecht afwijkend regime van vrije parallelimport, noopte het concordantiebeginsel het hof niet tot toepassing van rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. De enkele omstandigheid dat een merkhouder een legitiem doel nastreeft met een maatregel brengt niet mee dat hij een gegronde reden heeft voor verzet als bedoeld in art. 23 lid 8 Merkenlandsverordening 1995, indien een handelaar die maatregel ongedaan maakt. Lees verder >

Prejudiciële vraag over uitleg begrip 'geldige reden' in Merkenrichtlijn

CB 2012-24 Geplaatst op 07 feb 2012 door

Hoge Raad 3 februari 2012, LJN BU4915 (Leidseplein Beheer B.V./Red Bull GmbH)

Het begrip ‘geldige reden’ in de zin van art. 2.20 lid 1 sub c BVIE moet thans worden uitgelegd in overeenstemming met het begrip ‘geldige reden’ in de zin van art. 5 lid 2 Merkenrichtlijn. Het criterium zoals geformuleerd in het arrest Claeryn/Klarein mist volgens de Hoge Raad toepassing. De Hoge Raad stelt een prejudiciële vraag over de invulling van het begrip ‘geldige reden’. Lees verder >

Pagina 1 van 212