Alle berichten met de tag: Merkenrichtlijn art. 3 lid 1


HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3394 (Hauck / Stokke II)

Het hof na verwijzing moet alsnog onderzoeken of de Tripp Trapp-stoel een teken is dat geen merkenrechtelijke bescherming geniet op grond van de uitsluitingsgronden van art. 3, lid 1, sub e Merkenrichtlijn, hetzij op de ene grond, hetzij op de andere grond, hetzij volledig op elk van beide gronden. (meer…)

HR 12 april 2013, LJN BY1533 (Hauck/Stokke)

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over de uitleg van de bepaling dat merken niet uitsluitend mogen bestaan uit een vorm die door de aard van de waar wordt bepaald of die een wezenlijke waarde aan de waar geeft. (meer…)

HR 23 december 2011, LJN ECLI:NL:HR:2011:BT8460 (Trianon/Revillon)

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over de betekenis van de merkenrechtelijke nietigheidsgrond dat het ingeschreven teken bestaat uit “een vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft”. Gaat om het geven van de wezenlijke waarde aan de waar of slechts om een wezenlijke waarde? Gaat het daarbij om de motieven van het publiek bij zijn aankoopbeslissing? En zo ja, kunnen de motieven van een deel van het publiek dan al doorslaggevend zijn en hoe groot moet dat deel dan zijn? (meer…)