Selecteer een pagina

11 juli 2025 ECLI:NL:HR:2025:1138 

Indien betrokkene te kennen geeft niet (meer) door de toegevoegde advocaat te willen worden bijgestaan, dient de rechter te onderzoeken of de betrokkene toevoeging van een andere advocaat wenst. De rechter dient in zijn beschikking van het resultaat van dit onderzoek te doen blijken.

In deze Wvggz-zaak heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht een zorgmachtiging als bedoeld in art. 6:4 Wvggz te verlenen ten aanzien  van betrokkene voor de duur van twaalf maanden, aansluitend op een eerdere zorgmachtiging. Betrokkene is bij de mondeling behandeling niet verschenen en de  rechtbank heeft een zorgmachtiging voor de duur van twee maanden verleend.   Bij de voortgezette mondelinge behandeling om een zorgmachtiging heeft betrokkene meegedeeld dat zij niet wil dat de aan haar toegevoegde advocaat bij de zitting aanwezig is. De mondelinge behandeling vindt vervolgens plaats buiten aanwezigheid van een advocaat. De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor tien maanden.

In cassatie wordt geklaagd dat uit het proces-verbaal en de beschikking niet blijkt dat de rechtbank heeft onderzocht of betrokkene – nu zij juridische bijstand van de aan haar toegevoegde advocaat ondubbelzinnig heeft geweigerd – toevoeging van een andere advocaat wenste.

De Hoge Raad overweegt:

Ingevolge art. 1:7 lid 1, aanhef en onder a, Wvggz geeft de rechter, indien een verzoekschrift voor een zorgmachtiging wordt voorbereid, onverwijld aan het bestuur van de raad voor de rechtsbijstand een last tot toevoeging van een advocaat aan de betrokkene, indien niet blijkt dat de betrokkene reeds een advocaat heeft. Een met de kwetsbare positie van de betrokkene strokende uitleg van deze bepaling, in verbinding met art. 1:7 lid 3 Wvggz en art. 44 lid 2 Sv, brengt mee dat indien de betrokkene te kennen geeft niet (meer) door de toegevoegde advocaat te willen worden bijgestaan, de rechter dient te onderzoeken of de betrokkene toevoeging van een andere advocaat wenst. De rechter dient in zijn beschikking van het resultaat van dit onderzoek te doen blijken

In zaken waarbij het onder meer gaat om de onvrijwillige opname in een accommodatie van veelal kwetsbare personen mag afstand van het recht op rechtsbijstand niet te snel worden aangenomen. Die afstand mag alleen dan worden aangenomen als de betrokkene zijn wil daartoe in vrijheid heeft kunnen bepalen, die wil ondubbelzinnig kan worden vastgesteld.

Uit het proces-verbaal en de bestreden beschikking blijkt dat betrokkene geen bijstand wilde van haar advocaat. De rechtbank diende daarom te onderzoeken of betrokkene toevoeging van een andere advocaat wenste. Uit de bestreden beschikking blijkt echter niet dat de rechtbank heeft onderzocht of betrokkene toevoeging van een andere advocaat wenste.

De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.

Share This

Cassatieblog.nl