Dossier: Overheidsrecht


HR 17 februari 2023 ECLI:NL:HR:2023:255

In art. 28 lid 1 Wet Bibob ligt geen verschoningsrecht besloten; de rechter die in een burgerlijk geding een getuige hoort kan onder omstandigheden beletten dat vragen worden beantwoord indien die antwoorden gegevens zouden betreffen zoals bedoeld in art. 28 lid 1 Wet Bibob. (meer…)

HR 16 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1866

De Belastingdienst heeft in het kader van een wettelijke regeling inkomensgegevens verstrekt aan verhuurders die aan de hand van die gegevens konden bepalen of en hoeveel de huur kon worden verhoogd. Nadat een huurder daartegen bij de bestuursrechter beroep had ingesteld en inhoudelijk in het gelijk was gesteld, begon de Woonbond een collectieve actie (nog onder het oude art. 3:305a BW) voor een verklaring voor recht dat die gegevensverstrekking onrechtmatig was. De vraag rees of zij daarin ontvankelijk was nu ook voor individuele huurders de weg naar de bestuursrechter openstond. De Hoge Raad oordeelt dat dit zo is. (meer…)

HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1334 (Nannoka Valcanus Industries B.V. / De Provincie Gelderland)

Bij het vaststellen wat het bestuursorgaan zou hebben beslist als het niet het onrechtmatige besluit zou hebben genomen, mag niet voorbij worden gegaan aan de juridische onmogelijkheid om op de peildatum een rechtmatig besluit te nemen. (meer…)

HR 13 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:686

 Als een beschikking van de belastingdeurwaarder inzake de kosten van betekening van een dwangbevel met bevel tot betaling onherroepelijk is geworden, en degene aan wie de kosten in rekening zijn gebracht de ontvanger verzoekt om ambtshalve vermindering van die kosten, kan de afwijzing van dit verzoek – waartegen geen beroep bij de bestuursrechter openstaat – worden voorgelegd aan de civiele rechter. Vanwege het nauwe verband tussen die afwijzing door de ontvanger en de kostenbeschikking van de belastingdeurwaarder, moet de civiele rechter dan onderzoeken of die kostenbeschikking onmiskenbaar onjuist was toen zij werd gegeven.  (meer…)

HR 8 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1032 (Staat/Nefyto)

Het verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen dat is vervat in het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden kan worden gebaseerd op artikel 78 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) en art. 14 Richtlijn 2009/128/EG, indien het strookt met de doelstellingen van deze Richtlijn en noodzakelijk, geschikt en evenredig is. Volgens de Hoge Raad is het verbod in overeenstemming met de Richtlijn en heeft het hof ten onrechte nagelaten de stellingen van de Staat ten aanzien van de noodzakelijkheid, geschiktheid en evenredigheid te beoordelen. (meer…)

Cassatieblog.nl