Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: BW art. 6:97


HR 10 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1842

Ten onrechte heeft het hof, na het vaststellen van de onrechtmatige daad, een schadevergoedingsvordering afgewezen omdat er onvoldoende was gesteld door de benadeelde om de schade te kunnen bepalen. Het hof heeft miskend dat het, al dan niet na nadere instructie, de schade op de voet van art. 6:97 BW had moeten schatten, indien het van oordeel was dat de omvang van de schade niet nauwkeurig kon worden vastgesteld, dan wel partijen naar de schadestaatprocedure had moeten verwijzen, ook zonder dat dit uitdrukkelijk was gevorderd. (meer…)

HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:315

(i) Schade dient in beginsel concreet te worden berekend.
(ii) Zaakschade dient in beginsel abstract te worden berekend.
(iii) Indien leidingschade slechts door eigen medewerkers kan of mag worden hersteld, dient niet van deze omstandigheid te worden geabstraheerd. (meer…)

HR 22 februari 2019 ECLI:NL:HR:2019:269

Een makelaar die in strijd met de NVM-meetinstructie een onjuiste oppervlakte van een woning aan kopers meldt, handelt onrechtmatig. De omvang van de schade die de kopers van de woning daardoor lijden, dient te worden bepaald door de situatie waarin zij verkeren te vergelijken met de situatie waarin zij zouden hebben verkeerd als de onrechtmatige gedraging van de makelaar achterwege zou zijn gebleven. (meer…)

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:603

In deze zaak heeft een inlener schadevergoeding van een uitzendbureau gevorderd vanwege het toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van een overeenkomst van opdracht. De Hoge Raad acht diverse motiveringsklachten tegen de aanpassingen die het hof op grond van art. 6:97 BW heeft gedaan in de door de inlener in eerste aanleg overgelegde schadebegroting gegrond. (meer…)

HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:484 (Hanzevast/G4)

(1) De Hoge Raad laat het oordeel van het hof in stand dat de bestuurder van een projectvennootschap, die op onjuiste gronden een koopovereenkomst heeft ontbonden, aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade; (2) het hof had de vrijheid in een geval als het onderhavige de schade abstract te begroten met analoge toepassing van art. 7:36 BW. (meer…)