Selecteer een pagina
Ook bij faillietverklaring tussen een uitspraak en het aanhangig maken van een rechtsmiddel is het geding van rechtswege geschorst (art. 29 Fw)

Ook bij faillietverklaring tussen een uitspraak en het aanhangig maken van een rechtsmiddel is het geding van rechtswege geschorst (art. 29 Fw)

HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2100

Ook in het geval van een faillietverklaring van een procespartij tussen de uitspraak en het aanhangig worden van een daartegen ingesteld rechtsmiddel wordt het geding op de voet van art. 29 Fw van rechtswege geschorst. Lees meer…

Verwijzing naar het merk van een ander om compatibiliteit aan te geven moet in de ogen van het relevante publiek juist zijn

Verwijzing naar het merk van een ander om compatibiliteit aan te geven moet in de ogen van het relevante publiek juist zijn

HR 8 januari 2021 ECLI:NL:HR:2021:37

Het verwijzen naar het merk van een ander met als doel het geven van informatie over de compatibiliteit van het eigen product met de waren of diensten van die ander, is in beginsel alleen toegestaan als die informatie – volgens het relevante publiek – juist is. Lees meer…

Beoordeling mededelingsplicht en normaal gebruik (art. 7:17 BW) bij koop woning met lichthinder

Beoordeling mededelingsplicht en normaal gebruik (art. 7:17 BW) bij koop woning met lichthinder

HR 11 december 2020  ECLI:NL:HR:2020:2003

Bij de koop van een woning dient bij de beoordeling van de vraag of de woning aan de koopovereenkomst voldoet (art. 7:17 lid 1 BW) niet alleen acht geslagen te worden op een mogelijke mededelingsplicht van de verkoper, maar dient ook beoordeeld te worden of de woningen de eigenschappen bezitten die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan de kopers van die woning de aanwezigheid niet behoefden te betwijfelen (art. 7:17 lid 2 BW).  Lees meer…

Rechtbank mag aangeboden schuldregeling niet wijzigen

Rechtbank mag aangeboden schuldregeling niet wijzigen

HR 4 december 2020 ECLI:NL:HR:2020:1953

De rechtbank mag een verzoek om één of meer schuldeisers te bevelen in te stemmen met een schuldregeling (art. 287a lid 1 Fw) slechts toe- of afwijzen. Zij mag het aanbod niet wijzigen. In dit geval heeft de rechtbank dit laatste wel gedaan. Daarmee heeft zij het verzoek in feite afgewezen. Het hof heeft verzoekster ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, omdat tegen een afwijzing in hoger beroep kan worden opgekomen. Lees meer…

Immuniteit van executie is niet beperkt tot goederen met onmiddellijke publieke bestemming

Immuniteit van executie is niet beperkt tot goederen met onmiddellijke publieke bestemming

HR 18 december 2020 ECLI:NL:HR:2020:2103

Op grond van het volkenrecht geldt voor goederen van een vreemde staat de presumptie van immuniteit, die alleen wijkt als is vastgesteld dat de desbetreffende goederen door de vreemde staat worden gebruikt of zijn beoogd voor andere dan publieke doeleinden. Het is aan de schuldeisers of beslaglegger om gegevens aan te dragen aan de hand waarvan een andere dan een publieke bestemming kan worden vastgesteld. Uit deze regels volgt dat immuniteit van executie niet is beperkt tot goederen waarvan de onmiddellijke bestemming een publieke is. Lees meer…

Vergissing in appelexploot waardoor geïntimeerde te laat van het appel hoort, is nog niet fataal

Vergissing in appelexploot waardoor geïntimeerde te laat van het appel hoort, is nog niet fataal

HR 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2009 (Call2Collect / Afterpay)

Dat een partij door een fout in het appelexploot pas van het tegen haar ingestelde hoger beroep op de hoogte is geraakt nadat de termijn voor het instellen van hoger beroep was verstreken, is onvoldoende (motivering) voor het oordeel dat die partij daardoor onevenredig in haar belangen zou worden geschaad en dat de appellant daarom niet-ontvankelijk zou zijn in het hoger beroep.

Lees meer…

Bankgarantie niet ten onrechte geïnd

Bankgarantie niet ten onrechte geïnd

HR 27 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1892

Een abstracte bankgarantie is niet ten onrechte getrokken als later blijkt dat de begunstigde een grotere betalingsverplichting heeft jegens de partij die de bankgarantie had laten stellen. De begunstigde hoeft het uit de bankgarantie ontvangen bedrag dan ook niet als onverschuldigd betaald terug te betalen.  Lees meer…

De schuldeiser die een faillissement uitlokt, dat later wordt vernietigd, kan aansprakelijk zijn voor de daardoor geleden schade

De schuldeiser die een faillissement uitlokt, dat later wordt vernietigd, kan aansprakelijk zijn voor de daardoor geleden schade

HR 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2004

De aanvrager van een faillissement kan aansprakelijk zijn voor de schade die het gevolg is van een faillissement dat op zijn aanvraag wordt uitgesproken, maar dat vervolgens op een rechtsmiddel wordt vernietigd. Dat is echter alleen het geval indien (i) de aanvrager wist of behoorde te weten dat geen grond bestond voor het uitspreken van het faillissement, dan wel (ii) de aanvrager anderszins met de aanvraag misbruik van bevoegdheid heeft gemaakt. Lees meer…

Aanvang verjaring bij verzuim akte van huwelijkse voorwaarden in te schrijven

Aanvang verjaring bij verzuim akte van huwelijkse voorwaarden in te schrijven

HR 27 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1887

Een notaris heeft een akte van huwelijkse voorwaarden gepasseerd, maar deze vervolgens niet ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. De Hoge Raad oordeelt dat het aanvangsmoment van de lange verjaringstermijn moet worden gesteld op het laatste moment waarop de notaris alsnog voor inschrijving van de akte had kunnen zorgdragen zonder tekort te schieten in de nakoming van de op hem rustende verbintenis.  Lees meer…

Het moment en beoordelingskader van een verrekeningsverweer

Het moment en beoordelingskader van een verrekeningsverweer

HR 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2005

Als een partij bij wijze van verweer een beroep doet op verrekening en de rechter dat verweer verwerpt met toepassing van artikel 6:136 BW, komt die rechter aan een beoordeling van de verrekeningsbevoegdheid uit artikel 6:127 lid 2 BW niet toe. Indien een schuldenaar vervolgens in hoger beroep opkomt tegen de verwerping van zijn verrekeningsverweer op de voet van art. 6:136 BW, moet de rechter in hoger beroep, indien hij voor toepassing van art. 6:136 BW geen aanleiding ziet, alsnog beoordelen of de schuldenaar tot verrekening bevoegd was op het moment dat deze de verrekeningsverklaring uitbracht. Lees meer…

Archief