Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Wet Bopz: andere machtiging? Alleen als daarom via art. 8a is gevraagd

CB 2018-159 Geplaatst op 09 okt 2018 door

HR 5 oktober ECLI:NL:HR:2018:1848

Een verzoek om een  machtiging tot voortzetting van het verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis kan niet worden toegewezen als de betrokkene inmiddels voorwaardelijk uit het ziekenhuis is ontslagen en de beslistermijn inmiddels is verstreken, zie daarover CB 2016-182Lees verder >

Gegevensverkrijging van buitenlandse inlichtingendiensten

CB 2018-158 Geplaatst op 05 okt 2018 door

HR 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1434

Deze zaak houdt verband met de zogenaamde Snowden affaire. Snowden heeft, zoals bekend, verschillende documenten openbaar gemaakt waaruit bleek dat de NSA in en buiten de VS op grote schaal en ongericht (meta)data verzamelde over telefoongesprekken en andere vormen van communicatie. In Nederland heeft dit geleid tot een uitvoerig debat in de Tweede Kamer omtrent de vraag of de Nederlandse inlichtingendiensten (AIVD en MIVD) ook dergelijke van de NSA afkomstige informatie gebruikten. In dat kader was onder meer aan de orde of die informatie door de NSA (en de Engelse GCHQ) niet op onrechtmatige wijze was verkregen en of de Nederlandse diensten de van de NSA (en GCHQ) afkomstige informatie niet konden gebruiken om de in Nederlandse wetgeving voor hen opgenomen beperkingen te omzeilen. Daarover ging ook deze zaak. Lees verder >

Prejudiciële beslissing over reikwijdte ontbindingsbevoegdheid art. 6:265 BW

CB 2018-157 Geplaatst op 04 okt 2018 door

HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810

In een uitvoerig gemotiveerde beslissing naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Voorzieningenrechter te Amsterdam in een ontruimingskortgeding betreffende sociale woonruimte, heeft de Hoge Raad de heersende leer ten aanzien van de bevoegdheid tot ontbinding op de voet van art. 6:265 BW nader verduidelijkt. Lees verder >

Het vereiste van samenhang tussen vorderingen bij opschortingsbevoegdheid

CB 2018-156 Geplaatst op 02 okt 2018 door

HR 28 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1811

In dit geval betrof de vordering uit hoofde van aansprakelijkheid een vordering jegens de partij die opschortte, en daarom was er sprake van samenhang in de zin van art. 6:52 BW, en niet zoals het hof had geoordeeld sprake van afgeleide schade. Lees verder >

Beding in de polisvoorwaarden is geen oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13/EEG

CB 2018-155 Geplaatst op 02 okt 2018 door

HR 28 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1800

Het beding in de polisvoorwaarden waarin is bepaald dat de verzekeraar de mate van arbeidsongeschiktheid vaststelt aan de hand van de door haar aan te wijzen medische en andere deskundigen en dat de verzekerde geacht wordt de vaststelling van de verzekeraar te hebben aanvaard als niet binnen 30 dagen bezwaar is gemaakt, is geen oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Lees verder >

Nieuwe feiten en ontwikkelingen in hoger beroep

CB 2018-154 Geplaatst op 02 okt 2018 door

HR 28 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1777

Het hoger beroep strekt niet uitsluitend tot een beoordeling van de juistheid van de in eerste aanleg gegeven beslissing, maar, binnen de grenzen van de rechtsstrijd in appel, tot een nieuwe behandeling en beslissing van de zaak. Als het gaat om een vordering die ziet op de toekomst, dient de appelrechter als tweede feitelijke rechter steeds te beslissen met inachtneming van de normen, feiten en omstandigheden ten tijde van zijn beslissing Lees verder >

Wel hoger beroep tegen afwijzing verzoek ex art. 69 Fw tot verbieden onderhandse verkoop

CB 2018-153 Geplaatst op 02 okt 2018 door

HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1799 (LM Vermietungs Gmbh / Van Boven q.q.)

De uitsluiting van hoger beroep tegen een door de rechter-commissaris op de voet van art. 176 Fw gegeven beschikking ziet uitsluitend op de procedure waarin de curator toestemming heeft verzocht om tot onderhandse verkoop van goederen over te gaan en de rechter-commissaris die toestemming heeft verleend. Deze uitsluiting ziet dus niet op het geval dat een schuldeiser opkomt tegen de handeling waartoe de curator het voornemen heeft, zelfs als de curator eerder toestemming van de rechter-commissaris heeft verkregen. Lees verder >

Wet Bopz: bij ‘zorgcarrousel’ is steeds nieuwe beoordeling omtrent dwangbehandeling nodig

CB 2018-152 Geplaatst op 02 okt 2018 door

HR 21 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1724 

Gelet op de ingrijpende inbreuk op de lichamelijke integriteit die plaatsvindt bij een dwangbehandeling dienen de wettelijke grondslag daarvoor en de wettelijke voorschriften die de toepassing ervan met waarborgen omgeven, strikt te worden uitgelegd. In geval van ‘zorgcarrousel’ dient na iedere overplaatsing naar ander ziekenhuis opnieuw een beoordeling omtrent dwangbehandeling plaats te vinden. Lees verder >

Geen verleningsbesluit gemeente in geval van uithuisplaatsing bij andere ouder

CB 2018-151 Geplaatst op 01 okt 2018 door

HR 28 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1797 

Bij een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of het Openbaar Ministerie om een machtiging tot uithuisplaatsing behoeft geen verleningsbesluit van het college van burgemeester en wethouders te worden overgelegd indien het verzoek strekt tot plaatsing bij de andere met het gezag belaste ouder.

Lees verder >

Toepassing van het eliminatiebeginsel op de meerwaarde wegens bruikbare bodembestanddelen

CB 2018-150 Geplaatst op 27 sep 2018 door

HR 21 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1694 (BBL/verweerder)

Bij de schadeloosstelling voor onteigening hoort, als onderdeel van de werkelijke waarde van de onteigende zaak, ook een vergoeding voor een meerwaarde van de grond die samenhangt met de aanwezigheid van bruikbare bodembestanddelen. Bij de vaststelling van die meerwaarde mag op grond van het eliminatiebeginsel (de regel dat bij de vaststelling van de werkelijke waarde van het onteigende geen rekening wordt gehouden met voor- of nadelen die worden veroorzaakt door het werk waarvoor wordt onteigend), geen rekening worden gehouden met de omstandigheid dat werkzaamheden voor het winnen van die bodembestanddelen toch al met het oog op de uitvoering van het werk moeten plaatsvinden. Wanneer, zoals in dit geval, een gasleiding moet worden verlegd om de bodembestanddelen te winnen, moeten de kosten van die verlegging worden meegenomen bij het bepalen van een eventuele meerwaarde door de aanwezigheid van die bodembestanddelen. Dat de verlegging van de gasleiding voor de uitvoering van het werk waarvoor wordt onteigend toch al noodzakelijk was, doet daar niet aan af. Lees verder >

Pagina 3 van 15912345...102030...Minst recente »