Selecteer een pagina
Causaal verband bij onrechtmatige besluiten: meewegen van omstandigheden voor de peildatum

Causaal verband bij onrechtmatige besluiten: meewegen van omstandigheden voor de peildatum

HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1334 (Nannoka Valcanus Industries B.V. / De Provincie Gelderland

Bij het vaststellen wat het bestuursorgaan zou hebben beslist als het niet het onrechtmatige besluit zou hebben genomen, mag niet voorbij worden gegaan aan de juridische onmogelijkheid om op de peildatum een rechtmatig besluit te nemen. Lees meer…

Aanzegvergoeding steeds verschuldigd bij niet-inachtneming schriftelijkheidseis

Aanzegvergoeding steeds verschuldigd bij niet-inachtneming schriftelijkheidseis

HR 7 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1374

De werkgever is de aanzegvergoeding steeds verschuldigd als hij zijn werknemer niet schriftelijk heeft medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet zal worden voortgezet. Dit geldt ook als dit laatste voor de werknemer langs andere weg duidelijk was of de werknemer geen nadeel heeft geleden door het niet naleven van deze schriftelijkheidseis. Lees meer…

Verzwaarde motiveringsplicht verweerder als gegevens zich in zijn domein bevinden

Verzwaarde motiveringsplicht verweerder als gegevens zich in zijn domein bevinden

HR 8 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1058

Niet kan worden gevergd dat eiser een stelling onderbouwt voor zover de voor die onderbouwing benodigde gegevens zich bevinden in het domein van verweerder en eiser daar geen toegang toe heeft. Lees meer…

Cassatievlog #032 | Vrijheid van meningsuiting en ontslag

Cassatievlog #032 | Vrijheid van meningsuiting en ontslag

HR 7 oktober 2022 (werkneemster / ROC) ECLI:NL:HR:2022:1402

Een docente van een ROC schrijft een boek over onderwijsvernieuwingen bij haar op school. Na publicatie van het boek wordt zij ontslagen; de arbeidsverhouding is duurzaam verstoord geraakt. Het ontslag houdt stand in hoger beroep. Volgens het hof is van inperking op de vrijheid van meningsuiting van de docente geen sprake. De Hoge Raad is het daar niet mee eens. Berend-Bram Heinen bespreekt deze uitspraak.

 

Beoordeling indirecte gevolgen verbod Hells Angels aan strafrechter

Beoordeling indirecte gevolgen verbod Hells Angels aan strafrechter

HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1114 

De verklaring voor recht (op grond van art. 10:122 BW) ten aanzien van de wereldwijde organisatie van de Hells Angels en de verbodenverklaring en ontbinding (op grond van art. 2:20 BW) ten aanzien van de Nederlandse overkoepelende organisatie van de Hells Angels, kunnen indirect gevolgen hebben voor de afzonderlijke charters en leden van de Hells Angels. Op grond van art. 140 lid 2 Sr is deelneming aan de voortzetting van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard of ten aanzien waarvan een onherroepelijke verklaring als bedoeld in art. 10:122 lid 1 BW is afgegeven strafbaar. Het is aan de strafrechter om te beslissen wanneer daarvan sprake is. Lees meer…

Het stellen van een advocaat in hoger beroep

Het stellen van een advocaat in hoger beroep

HR 7 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1387

(i) Door in de appeldagvaarding de advocaat te noemen die de appellant in hoger beroep zal vertegenwoordigen, is de appellant nog niet op de juiste wijze in hoger beroep verschenen. Daarvoor is nodig dat op de rol een advocaat voor appellant wordt gesteld.

(ii) Als appellant heeft verzuimd om tijdig een advocaat te stellen en in de gelegenheid wordt gesteld dit verzuim te herstellen, zal het hof appellant (of de in de appeldagvaarding genoemde advocaat) daarover afzonderlijk moeten berichten. Het is niet voldoende dat het hof op de rol aantekent dat de appellant deze gelegenheid wordt geboden. Lees meer…

Telefonische mededeling over inhoud uitspraak en uitspraakdatum

Telefonische mededeling over inhoud uitspraak en uitspraakdatum

HR 7 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1401

De rechtbank had de uitspraak op 20 januari 2022 telefonisch aan verzoeker in cassatie medegedeeld. Het vonnis zelf vermeldde als uitspraakdatum echter 24 januari 2022. De Hoge Raad laat in het midden of de rechtbank al op 20 januari 2022 uitspraak heeft gedaan, omdat een overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep door verweerster in cassatie in dat geval verschoonbaar zou zijn.  Lees meer…

Vereisten voor de overgang van fosfaatrechten

Vereisten voor de overgang van fosfaatrechten

HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1344

Voor de overgang van fosfaatrechten naar een ander bedrijf is uitsluitend de registratie vereist van de kennisgeving van die overgang overeenkomstig de bepalingen uit de Meststoffenwet. De regeling in de Meststoffenwet moet in zoverre als een speciale regeling voor de overdracht van fosfaatrechten (en de andere in die wet genoemde productierechten) worden beschouwd, die afwijkt van de algemene regeling van art. 3:84 BW. Een geldige titel voor overdracht in de zin van art. 3:84 lid 1 BW is derhalve niet vereist.  Lees meer…

Cassatievlog #031 | De grenzen van het vruchtgebruik

Cassatievlog #031 | De grenzen van het vruchtgebruik

Hoge Raad 30 september 2022 (Telecom Vastgoed / KPN), ECLI:NL:HR:2022:1331

In dit vlog bespreekt Gijsbrecht Nieuwland een recente uitspraak van de Hoge Raad over de goederenrechtelijke grenzen van het recht van vruchtgebruik. De Hoge Raad oordeelt dat een vruchtgebruik op vorderingen niet kan dienen om zich het geïnde toe te eigenen. Dat zou er namelijk op neerkomen dat het geïnde tegelijkertijd het goed is waarop het vruchtgebruik rust én de vrucht. Een dergelijke vormgeving van een recht van vruchtgebruik stuit af op het gesloten stelsel van goederenrechtelijke rechten.

 

Cassatievlog #030 | Het rechtsmiddel van herroeping

Cassatievlog #030 | Het rechtsmiddel van herroeping

HR 9 september 2022 ECLI:NL:HR:2022:1188 

In dit vlog bespreekt Maartje Möhring een recente uitspraak van de Hoge Raad over het buitengewone rechtsmiddel van herroeping. Het gaat in deze zaak in cassatie om de herroepingsgrond van art. 382, onder c, Rv. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof, omdat die uitspraak blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting en onvoldoende was gemotiveerd.

 

Archief