Selecteer een pagina
Verrekening bij herverkaveling

Verrekening bij herverkaveling

HR 6 maart 2020 ECLI:NL:HR:2020:382

Bij herverkaveling worden gronden geruild. Eerst wordt een ruilplan vastgesteld en vervolgens worden alle voor- en nadelen als gevolg van de herverkaveling verrekend in de lijst der geldelijke regelingen (LGR). Als de agrarische verkeerswaarde van de ingebrachte en toegedeelde gronden niet gelijk is, wordt dat in de LGR verrekend. Verbetering en verslechtering van bijvoorbeeld de ontsluitingssituatie, wordt niet via de agrarische verkeerswaarde verrekend. Dat gebeurt al voldoende op een andere manier. Bezien wordt aan de hand van onder andere deze factor hoeveel voordeel een eigenaar van de herverkaveling heeft gehad. De kosten van landinrichting worden over de eigenaren omgeslagen naar rato van dat voordeel. Lees meer…

Is een beding dat een wettelijke verjarings- of vervaltermijn verkort onredelijk bezwarend?

Is een beding dat een wettelijke verjarings- of vervaltermijn verkort onredelijk bezwarend?

HR 27 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:531

Art. 6:237, aanhef en onder g, BW (zwarte lijst) regelt dat een beding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is als het beding de wettelijke verjarings- of vervaltermijn waarbinnen de consument enig recht geldend moet maken verkort tot een termijn van minder dan één jaar. Bedingen die een wettelijke verjarings- of vervaltermijn verkorten tot een termijn van één jaar of meer, vallen niet onder de zwarte lijst en kunnen alleen getoetst worden aan de open norm uit art. 6:233 aanhef en onder a, BW. Alle overige vervalbedingen, waaronder vervalbedingen die een wettelijke verjaringstermijn vervangen, vallen onder art. 6:237, aanhef en onder h, BW (grijze lijst). Die bedingen worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn.  Lees meer…

Beperking duur partneralimentatie zonder daartoe strekkend verzoek

Beperking duur partneralimentatie zonder daartoe strekkend verzoek

HR 27 maart 2020 ECLI:NL:HR:2020:535

Een beperking van de duur van een alimentatieverplichting zonder dat daarom door één van de echtgenoten is verzocht is in strijd met artikel 1:157 lid 3 BW NA. Lees meer…

Beperkt toepassingsbereik van eis inschrijving in rechtsmiddelenregister

Beperkt toepassingsbereik van eis inschrijving in rechtsmiddelenregister

HR 27 maart ECLI:NL:HR:2020:538

De eis van inschrijving in het rechtsmiddelenregister (binnen acht dagen, op straffe van niet-ontvankelijkheid, art. 3:301 lid 2 BW) geldt slechts voor gevallen waarin de bestreden uitspraak op het moment dat het rechtsmiddel wordt ingesteld, daadwerkelijk in de plaats van de akte van levering is getreden of nog kan treden. Lees meer…

Voortaan ook na een tussenuitspraak mededelingsplicht voor gerechten over rechterswissel

Voortaan ook na een tussenuitspraak mededelingsplicht voor gerechten over rechterswissel

HR 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:472

Indien na de mondelinge behandeling een of meer rechters ten overstaan van wie de behandeling heeft plaatsgevonden worden vervangen, dient het gerecht dit vóór de eerstvolgende uitspraak mee te delen aan partijen. Dit geldt voor elke uitspraak waarin een rechter ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden wordt vervangen, ook als die vervanging pas plaatsvindt ná een eerst op de mondelinge behandeling gevolgde tussenuitspraak. Het is dus niet langer aan partijen om vanaf de eerste uitspraak na de mondelinge behandeling navraag bij het gerecht te doen over een mogelijke rechterswisseling. Lees meer…

Vordering in reconventie tegen afzonderlijke vennoten vof

Vordering in reconventie tegen afzonderlijke vennoten vof

HR 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:485

Een reconventionele vordering kan alleen worden ingesteld tegen een processuele wederpartij. Indien de afzonderlijke vennoten van een vof geen partij zijn bij de procedure kan tegen hen dus geen reconventionele vordering worden ingesteld. Een partij kan de rechter wel verzoeken om de vennoten op grond van art. 118 Rv in het geding te betrekken. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad in dit arrest dat de herkansingsfunctie van een hoger beroep meebrengt dat een partij in hoger beroep voor het eerst een verweer mag voeren of een bepaalde stelling mag innemen, ook als zij in eerste aanleg daarmee strijdige verweren of stellingen heeft (aan)gevoerd. Deze regel is echter niet onbegrensd. Onder omstandigheden kan een partij het recht daartoe hebben verwerkt, zodat het inroepen van een nieuwe stelling of een nieuw verweer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Of daarvan sprake is, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Lees meer…

Veroordeling tot betaling van loon kan ongeacht of arbeidsovereenkomst reeds is hersteld

Veroordeling tot betaling van loon kan ongeacht of arbeidsovereenkomst reeds is hersteld

HR 13 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:418

Indien de rechter de werkgever veroordeelt tot herstel van de arbeidsovereenkomst, kan hij desverzocht in dezelfde uitspraak de werkgever veroordelen tot betaling van loon vanaf hersteldatum. Lees meer…

Overname geding door de curator: persoonlijk karakter rectificatievordering en kracht van gewijsde rolbeslissing

Overname geding door de curator: persoonlijk karakter rectificatievordering en kracht van gewijsde rolbeslissing

HR 13 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:416 (X/BING)

Een vordering tot rectificatie is geen rechtsvordering betreffende een recht dat tot de boedel behoort in de zin van art. 25 lid 1 Fw gelet op het persoonlijke karakter ervan. De curator is daarom niet bevoegd het geding ter zake een dergelijke vordering  over te nemen. Indien de curator het geding niettemin (ook in zoverre) heeft overgenomen en de rechtbank dit heeft geaccepteerd, moet de gefailleerde die de overname betwist tegen deze (rol)beslissing van de rechtbank echter wel een rechtsmiddel instellen om te voorkomen dat zij kracht van gewijsde krijgt. Lees meer…

Hoge Raad verduidelijkt maatstaf voor opzet tot misleiding als bedoeld in art. 7:941 lid 5 BW

Hoge Raad verduidelijkt maatstaf voor opzet tot misleiding als bedoeld in art. 7:941 lid 5 BW

HR 21 februari 2020 ECLI:NL:HR:2020:311

Over de uitleg van het begrip ‘opzet tot misleiding’ in art. 7:941 lid 5 BW had de Hoge Raad zich nog niet uitgelaten. De Hoge Raad sluit aan bij (de uitleg van) het begrip opzet tot misleiding in art. 7:930 lid 5 BW. Voor opzet tot misleiding als bedoeld in art. 7:941 lid 5 BW moet daarom worden onderzocht of de verzekerde de bedoeling heeft gehad de verzekeraar te bewegen tot het verstrekken van een uitkering die de verzekeraar zonder de schending van de mededelingsplicht niet zou hebben verstrekt.

Lees meer…

Het effect van ruilverkaveling op hypotheekrechten

Het effect van ruilverkaveling op hypotheekrechten

HR 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:484

Deze zaak draait om hypotheekrechten van Rabobank op een perceel die als gevolg van ruilverkaveling van rechtswege zijn overgegaan op een vervangend perceel. Hoewel voornoemde overgang van de hypotheekrechten niet was opgenomen in de openbare registers komt aan de hypotheekhouder die (na de ruilverkaveling) een hypotheekrecht op het vervangend perceel heeft gevestigd geen bescherming ex art. 3:24 lid 1 BW toe. Er is in dit geval sprake van zaaksvervanging en dat kwalificeert niet als een “voor inschrijving in de registers vatbaar feit” als bedoeld in art. 3:24 lid 1 BW. Lees meer…

Archief