Cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Opvolgend advocaat is niet medeaansprakelijk voor voldoening griffierecht

CB 2016-141 Geplaatst op 18 Aug 2016 door

HR 12 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:1926

Griffierecht wordt verschuldigd op de eerste roldatum of bij de eerste uitroeping van een zaak. Op grond van art. 28 Wet griffierechten burgerlijke zaken is de advocaat medeaansprakelijk voor de betaling van het griffierecht. Deze medeaansprakelijkheid rust alleen op de advocaat die de partij bijstaat op het moment dat de proceshandeling wordt verricht waardoor het griffierecht wordt verschuldigd, en niet op een advocaat die de partij later in dat geschil bijstaat. Lees verder >

Nietige exploitatieovereenkomsten: vergoeding waarde van de prestatie

CB 2016-140 Geplaatst op 18 Aug 2016 door

BouwterreinHR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1441

(i) Op ongedaanmaking van infrastructurele werkzaamheden die de Gemeente ter uitvoering van nietige – want in strijd met de gemeentelijke exploitatieverordening, art. 42 WRO (oud) –  exploitatieovereenkomsten heeft verricht, zijn de ‘Warmond-jurisprudentie’ en art. 6:210 lid 2 BW van toepassing.

(ii) Het hof heeft ten onrechte niet onderzocht of de toegewezen bedragen hoger lagen dan de marktwaarde die de door de Gemeente verrichte prestaties ten tijde van de ontvangst daarvan voor de percelen van eiser X hadden. Lees verder >

Verkrijger onder eigendomsvoorbehoud kan beschikken over voorwaardelijke eigendom

CB 2016-139 Geplaatst op 18 Aug 2016 door

HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1046 (Rabobank/Reuser)

De verkrijger onder eigendomsvoorbehoud heeft – voordat betaling heeft plaatsgevonden – reeds een voorwaardelijk eigendomsrecht. Over dit recht kan hij ook beschikken: hij kan het vervreemden en hij kan er een beperkt recht op vestigen. In geval van vestiging van een pandrecht op de voorwaardelijke eigendom, komt het pandrecht – nadat de voorwaarde door betaling in vervulling is gegaan – van rechtswege op de zaak te rusten. Lees verder >

Directe schade of voordeelstoerekening? - bij een doorberekeningsverweer is de keuze aan de rechter

CB 2016-138 Geplaatst op 18 Aug 2016 door

HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483 (TenneT c.s. / ABB c.s.)

Bij de beoordeling van een doorberekeningsverweer als hier aan de orde maakt het volgens de Hoge Raad in beginsel niet uit of de benadering van de directe schade of die van de voordeelstoerekening wordt gevolgd. Dat oordeel wordt gegeven nadat de Hoge Raad de eisen in het kader van voordeelstoerekening bij dit verweer heeft vereenvoudigd. Lees verder >

Misbruik van procesrecht: geen verdere behandeling ter zitting

CB 2016-137 Geplaatst op 09 Aug 2016 door

HR 26 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1290

De advocaat van de man is welbewust zonder zijn cliënten ter zitting  verschenen en heeft beoogd een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep ter zitting onmogelijk te maken. Het hof heeft op grond van misbruik van procesrecht kunnen beslissen de zaak zonder verdere mondelinge behandeling ter zitting af te doen. Lees verder >

Algemene ruimtelijke beleidsvisies: geen eliminatie bij onteigening

CB 2016-136 Geplaatst op 04 Aug 2016 door

HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1506, Provincie Zeeland/erven X

Algemene ruimtelijke beleidsvisies, die geen bestemmings- of inpassingsplan zijn, en nog niet het plan voor het werk waarvoor wordt onteigend bevatten, worden niet op grond van art. 40c Ow weggedacht. Bij het bepalen van de schadeloosstelling voor onteigening wordt dus wel rekening gehouden met dergelijke plannen en de verwachtingen die dergelijke plannen wekken. Lees verder >

Begrotingsprocedure tussen advocaat en cliënt ex art. 38 lid 4 Wrb is (nog steeds) verzoekschriftprocedure

CB 2016-135 Geplaatst op 03 Aug 2016 door

HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1514

Antwoord op prejudiciële vraag. Art. 38 lid 4 Wet op de rechtsbijstand (hierna: Wrb) moet – ondanks het ontbreken van een expliciete verwijzing naar de bevelschriftprocedure – ook ná de intrekking van de Wet tarieven in burgerlijke zaken per 1 januari 2015 – zo worden uitgelegd dat rechtsbijstandsverleners de president van de rechtbank kunnen verzoeken een bevelschrift af te geven. De vaststelling van de eigen bijdrage en eigen kosten geschiedt in een verzoekschriftprocedure ex art. 261 e.v. Rv. Dit bevelschrift is een in executoriale vorm uitgegeven beschikking ex art. 430 Rv. Lees verder >

Jaarverslag Hoge Raad 2015

CB 2016-134 Geplaatst op 03 Aug 2016 door

Ook over kalenderjaar 2015 heeft de Hoge Raad inmiddels verslag gedaan. Zowel de instroom als de uitstroom van civiele zaken in 2015 is gestegen in vergelijking tot 2014. De gemiddelde doorlooptijd is gestegen van 292 dagen in 2014 naar 313 dagen in 2015. Net als in voorgaande verslagen blikt de Hoge Raad terug op 2015 door per sector vijf uitspraken eruit te lichten. Uiteraard blijven ook de verhuizing naar het Korte Voorhout en de aanstaande digitalisering van de rechtspraak niet onbesproken. Lees verder >

Opheffing conservatoir beslag in erfrechtelijke context

CB 2016-133 Geplaatst op 03 Aug 2016 door

HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1271

De Hoge Raad stelt buiten twijfel dat conservatoir beslag in beginsel kan strekken ter verzekering van een vordering die (nog) niet opeisbaar is. Uitleg overgangsrecht met betrekking tot verval aanspraak op legitieme portie (art. 128 Ow BW jo. 4:85 BW). Lees verder >

Levering van een registergoed? Tijdige inschrijving van een rechtsmiddel op straffe van niet-ontvankelijkheid - beperkte strekking

CB 2016-132 Geplaatst op 28 Jul 2016 door

HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1468

Verkrijging door bevrijdende verjaring impliceert dat de eigendom niet meer bij akte behoeft te worden geleverd. De akte waarvoor het vonnis van de rechtbank in de plaats treedt is dus niet een akte als bedoeld in art. 3:301 BW, zodat het tweede lid van dit artikel, waarin is bepaald dat een rechtsmiddel op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen acht dagen na het instellen dient te worden ingeschreven in de registers (art. 433 Rv), niet van toepassing is. Lees verder >

Pagina 1 van 11312345...102030...Minst recente »