Cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Cassatiedagvaarding uitgebracht tegen verkeerde procespartij: kennelijke vergissing

CB 2015-131 Geplaatst op 27 aug 2015 door

HR 10 juli 2015 (Eiseres/Seacon Logistics B.V.), ECLI:NL:HR:2015:1844

Abusievelijk is in cassatie de moedervennootschap gedagvaard waarvan de vordering door het hof was afgewezen, in plaats van de dochtervennootschap waarvan de vordering was toegewezen. De Hoge Raad oordeelt dat in dit geval sprake is van een kennelijke vergissing en dat de dochtervennootschap al bij het uitbrengen van de cassatiedagvaarding behoorde te begrijpen dat het cassatieberoep tegen haar was ingesteld. Tegen de niet verschenen dochtervennootschap wordt daarom verstek verleend. Lees verder >

Gevolgen schone lei-verklaring voor terugvorderen onterechte bijstand

CB 2015-130 Geplaatst op 20 aug 2015 door

HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1693 (Eiser/Gemeente Haarlem)

Bij het bepalen van de reikwijdte van een schone lei-verklaring ingevolge de WSNP dient een besluit tot intrekking van ten onrechte genoten bijstand met ingang van een in het verleden gelegen tijdstip dient, wat betreft de daaruit voortvloeiende verplichting tot terugbetaling, op één lijn te worden gesteld met de vernietiging van een overeenkomst met terugwerkende kracht. Lees verder >

Verrekenbeding en herkomst resp. bestemming overgespaarde inkomsten

CB 2015-129 Geplaatst op 20 aug 2015 door

HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1875

Voor de toepassing van art. 1:141 lid 1 BW en art. 1:136 lid 1 BW is niet relevant van wie de niet verrekende inkomsten afkomstig zijn en ook niet in wiens goed die inkomsten zijn geïnvesteerd. Lees verder >

Bijzondere zorgplicht en informed consent bij beleggingsadvies

CB 2015-128 Geplaatst op 20 aug 2015 door

HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2191 (Eiser/ABN AMRO)

De bijzondere zorgplicht bij beleggingsadviesrelaties met particuliere beleggers kan meebrengen dat de bank de cliënt behoort te waarschuwen voor de risico’s die zijn verbonden aan voortzetting van een bepaald beleggingsbeleid en dat zij verplicht is zich ervan te vergewissen dat de cliënt zich daadwerkelijk van die risico’s bewust is. Lees verder >

Verrekeningsverbod art. 54 Fw ziet niet op schuld uit overeenkomst met failliet

CB 2015-127 Geplaatst op 20 aug 2015 door

HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1825 (Wemaro S.A./De Bok q.q.)

Art. 54 lid 1 Fw strekt ertoe verrekening uit te sluiten in die gevallen waarin een schuldenaar of een schuldeiser van de boedel een vordering respectievelijk een schuld van een derde overneemt met het doel zichzelf de mogelijkheid van verrekening te verschaffen. Deze strekking rechtvaardigt niet om het toepassingsbereik van deze bepaling te doen uitstrekken tot een geval waarin voor de faillietverklaring een goed van de schuldenaar wordt gekocht en aldus een verrekenbare schuld wordt gecreëerd. Lees verder >

Gezamenlijke erfgenamen kunnen onteigeningsgeding ook overnemen tijdens procedure over schadeloosstelling

CB 2015-126 Geplaatst op 19 aug 2015 door

HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2195 (X c.s./gemeente Peel en Maas/Fraats q.q.)

Het overnemen van het geding op grond van art. 20 Onteigeningswet (Ow) kan alleen door de gezamenlijke erfgenamen geschieden. De overname dient te geschieden op de eerstdienende dag, maar mag ook plaatsvinden nadat het vonnis van (vervroegde) onteigening onherroepelijk is geworden. Erfgenamen kunnen niet op de voet van art. 3 Ow tussenkomen, aldus de Hoge Raad. Lees verder >

De billijkheidscorrectie bij regres tussen verzekeraars: subrogatie in zieligheid?

CB 2015-125 Geplaatst op 13 aug 2015 door

HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1873 (Achmea/Menzis)

Gelet op art. 7:962 lid 1 BW moet uitgangspunt zijn dat de billijkheidscorrectie van art. 6:101 lid 1 BW doorwerkt in de (regres)verhouding tussen verzekeraars op gelijke wijze als deze zou gelden in de verhouding tussen de verzekerden. Dat geldt ook indien de billijkheidscorrectie verband houdt met subjectieve omstandigheden aan de zijde van de verzekerde. Lees verder >

Bewaarneming: gebruik van schip in belang van bewaarnemer sluit in rekening brengen bewaarloon niet uit

CB 2015-124 Geplaatst op 06 aug 2015 door

jachthavenHR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1830 (Searocco Yachts B.V. c.s./Altena Yachting B.V.)

De enkele omstandigheid dat een zaak die in bewaring is gegeven tevens in het belang van de bewaarnemer mag worden gebruikt, sluit niet uit dat sprake is van bewaarneming en dat de bewaarnemer kosten terzake van de bewaarneming bij de bewaargever in rekening kan brengen. Dit stemt overeen met de regels van samenloop. Of een overeenkomst in een concreet geval (mede) kan worden aangemerkt als een overeenkomst van bewaarneming, dient te worden beoordeeld aan de hand van de Haviltexmaatstaf. Lees verder >

De formele rechtskracht van in rechte overgelegde facturen

CB 2015-123 Geplaatst op 05 aug 2015 door

dossier3 HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1874

Aan facturen die in rechte zijn bekendgemaakt in de zin van art. 3:41 lid 2 Awb en waartegen vervolgens geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen zijn ingesteld, komt formele rechtskracht toe. Dat geldt ook voor zover deze facturen geen toereikende juridische grondslag zouden hebben. Lees verder >

Prejudiciële beslissingen over bedongen buitengerechtelijke incassokosten in B2B-relatie

CB 2015-122 Geplaatst op 31 jul 2015 door

HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1868

(1) Het begrip “kosten” in art. 6:44 BW omvat ook buitengerechtelijke incassokosten. (2) De rechter mag ook in een rechtsverhouding tussen professionele partijen de bedongen buitengerechtelijke incassokosten matigen (art. 242 Rv) en (3) mag dit doen conform de BIK-staffel (art. 2 BIK), indien niet aannemelijk wordt gemaakt dat de werkelijke kosten hoger zijn. (4) De rechter is niet verplicht zich te richten naar het gebruikelijke incassopercentage in de branche. (5) Het door de schuldeiser zelf aan zijn rechtsbijstandverlener verschuldigde incassotarief mag in aanmerking worden genomen bij de matigingsbeslissing. Uitgangspunt is echter dat de kosten redelijk moeten zijn jegens de schuldenaar.  Lees verder >

Pagina 1 van 9212345...102030...Minst recente »