Cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Afstand van eigendomsvoorbehoud en bekrachtiging

CB 2014-199 Geplaatst op 18 dec 2014 door

HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3460 (mr. Snippers q.q./Rabobank)

(1) Afstand van een bij de overdracht van een zaak voorbehouden eigendom wordt gedaan door een daartoe strekkende overeenkomst met de wederpartij. (2) Voor bekrachtiging ex art. 3:58 BW is voldoende dat de onmiddellijk belanghebbenden zich niet – in het tijdvak tussen het verrichten van de rechtshandeling en de vervulling van een voor haar geldigheid gesteld wettelijk vereiste – op de nietigheid van de handeling hebben beroepen of zich hebben gedragen op een wijze die onverenigbaar is met de geldigheid van de desbetreffende rechtshandeling. Lees verder >

Klachtplicht en bewijslastverdeling

CB 2014-198 Geplaatst op 18 dec 2014 door

HR 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3593 (FAR Trading / Edco Eindhoven)

Wanneer een schuldenaar (verkoper) zich beroept op de rechtsgevolgen van de klachtplichtregelingen van art. 6:89 en 7:23 BW, ligt het op de weg van de schuldeiser (koper) om te bewijzen dat en wanneer hij heeft geklaagd over gebreken in de prestatie. Het is vervolgens aan de verkoper om te bewijzen dat daarmee niet tijdig is geklaagd. Deze bijzondere regel van bewijslastverdeling wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat de klachtplichtregelingen de strekking hebben de verkoper te beschermen. Als op de verkoper ook het bewijsrisico ter zake van de klacht zelf en het tijdstip daarvan zou rusten, zou aan deze strekking van de klachtplichtregeling te zeer afbreuk worden gedaan. Lees verder >

Verhaal van opruimingskosten na verkeersongeval levert geen doorkruising Brandweerwet of Wegenwet op

CB 2014-197 Geplaatst op 16 dec 2014 door

HR 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3594 (Achmea/Staat)

Art. 1 lid 4 sub b Brandweerwet 1985 ziet uitsluitend op acute gevaarsituaties die veelal de snelle inschakeling van technische hulpmiddelen door de brandweer vereisen. De Wegenwet kent geen regeling voor het verhaal van herstelkosten, noch andere regelingen die door privaatrechtelijk kostenverhaal worden doorkruist. Privaatrechtelijk verhaal van opruimingskosten door de Staat na een verkeersongeval levert dan ook geen doorkruising van het publiekrecht op. Lees verder >

Cassatie in het belang der wet: voorlopige voorziening voor duur van het geding kan ook in verzoekschriftprocedures

CB 2014-196 Geplaatst op 12 dec 2014 door

HR 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533 (Cassatie in het belang der wet)

Ook tijdens een verzoekschriftprocedure kan iedere partij verzoeken dat de rechter een voorlopige voorziening treft voor de duur van het geding. Tegen de beschikking waarin dit verzoek wordt toegestaan of afgewezen, kan hoger beroep of cassatieberoep worden ingesteld voordat de eindbeschikking is gewezen. In verzoekschriftprocedures vinden art. 223, 337 lid 1 en 401a lid 1 Rv dus analoge toepassing. Lees verder >

Rechter in eerste aanleg oordeelt over herroeping na falend beroep op doorbreking appelverbod

CB 2014-195 Geplaatst op 11 dec 2014 door

HR 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3536 (Verzoeker/TSB)

De Hoge Raad beantwoordt een prejudiciële vraag over de bevoegde rechter ter zake van een verzoek om herroeping van een niet-appellabele beschikking, waartegen in appel tevergeefs met een beroep op de doorbrekingsjurisprudentie is opgekomen. Als de beoordeling in hoger beroep beperkt is gebleven tot een ontkennende beantwoording van de vraag of zich een doorbrekingsgrond voordoet, is de rechter in eerste aanleg de bevoegde rechter in de zin van art. 384 Rv. Lees verder >

De procespositie van minderjarigen in familierechtzaken

CB 2014-194 Geplaatst op 11 dec 2014 door

kindHR 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3535

Het in art. 6 lid 1 EVRM voor een ieder, dus ook voor minderjarigen, gewaarborgde recht op toegang tot de rechter brengt mee dat het recht om te worden gehoord effectief dient te kunnen worden uitgeoefend. Noch uit art. 6 lid 1 EVRM, noch uit art. 12 IVRK of enige andere, Nederland bindende internationale regeling, vloeit voort dat van een effectieve uitoefening van bedoeld recht slechts sprake kan zijn indien de minderjarige zonder tussenkomst van een (wettelijk) vertegenwoordiger kennis kan nemen van alle gedingstukken in de procedure waarin hij of zij wordt gehoord. Lees verder >

Indicatietarieven in IE-zaken in cassatie

CB 2014-193 Geplaatst op 11 dec 2014 door

Ook de Hoge Raad heeft nu indicatietarieven voor de proceskostenveroordeling in IE-zaken in cassatie vastgesteld. De indicatietarieven liggen tussen de € 10.000 en € 50.000, afhankelijk van het procesverloop en de complexiteit van de zaak. Lees verder >

Privaatrechtelijke rechtspersoon bevoegd tot instellen vorderingen jegens werkgever wegens niet-nakoming algemeen verbindend verklaarde CAO

CB 2014-192 Geplaatst op 10 dec 2014 door

HR 28 november 2014, ECLI:HR:2014:3458 (Tido Vesta Nederland B.V./SNCU)

De mogelijkheid voor werkgevers- of werknemersverenigingen om op de voet van art. 10 Wet AVV de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te verzoeken om onderzoek in te stellen naar niet-naleving van bepalingen in een algemeen verbindend verklaarde CAO, brengt niet mee dat toezicht en onderzoek door een privaatrechtelijke partij is uitgesloten. Controle op naleving van de CAO gedurende het tijdvak van de algemeen verbindendverklaring is ook mogelijk nadat dat tijdvak is verstreken.  Lees verder >

Geplaatst in Arbeidsrecht | Getagged CAO, Wet AVV 10, Wet CAO art. 15

Toezichthoudersdilemma: geen aansprakelijkheid AFM als toezichthouder DSB

CB 2014-191 Geplaatst op 09 dec 2014 door

 HR 21 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3349 (eiseres / AFM)

Bij het beoordelen van de vraag of bij het toezicht zoals dat door de toezichthouder is uitgeoefend is voldaan aan de eisen die aan behoorlijk en zorgvuldig toezicht moeten worden gesteld, komt het aan op alle omstandigheden van het geval. Hierbij vormt de beleids- en beoordelingsvrijheid van de toezichthouder, die de rechter tot een terughoudende toetsing noopt, een belangrijk gezichtspunt. De Hoge Raad bevestigt met dit oordeel zijn eerdere jurisprudentie in het arrest Vie d’Or over (mogelijke) aansprakelijkheid van een wettelijke toezichthouder. Lees verder >

Hoger beroep gefailleerde tegen toelating tot verificatie van niet-ingediende vorderingen

CB 2014-190 Geplaatst op 04 dec 2014 door

HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3464

De gefailleerde heeft een rechtens te respecteren belang bij zijn beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris om schuldvorderingen die niet op de voet van art. 110 Fw door de schuldeisers ter verificatie zijn ingediend, toch tot de verificatie toe te laten. De gefailleerde dient in zoverre als “partij” bij deze beschikking van de rechter-commissaris te worden beschouwd en kan daarom in zijn daartegen gerichte beroep worden ontvangen. Schuldeisers moeten zelf de schuldvorderingen bij de curator indienen waarvan zij verificatie wensen. Lees verder >

Pagina 1 van 7912345...102030...Minst recente »