Cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Resultaten voor ‘Karlijn Teuben’

Appel bij een processueel ondeelbare rechtsverhouding: ontbrekende partijen kunnen via art. 118 Rv worden opgeroepen

CB 2017-92 Geplaatst op 04 mei 2017 door

HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411

Een vordering tot boedelbeschrijving en verdeling van een nalatenschap betreft in beginsel een ‘processueel ondeelbare rechtsverhouding’, waarbij het rechtens noodzakelijk is dat een beslissing daarover in dezelfde zin luidt ten aanzien van alle bij die rechtsverhouding betrokkenen. Wanneer een partij een dergelijke beslissing wil uitlokken, dienen dan ook alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te worden geroepen, zowel in eerste aanleg, als in volgende instanties. Indien dit is nagelaten moet de rechter gelegenheid geven om de ontbrekende partij(en) op de voet van art. 118 Rv alsnog in het geding te betrekken. Lees verder >

Europese Octrooi Organisatie kan zich voor de Nederlandse rechter beroepen op immuniteit van jurisdictie

CB 2017-15 Geplaatst op 02 feb 2017 door

HR 20 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:56 (X/EOO) en ECLI:NL:HR:2017:57 (EOO en Staat/VEOB en SUEPO)

De Europese Octrooi Organisatie (EOO) kan zich beroepen op immuniteit van jurisdictie in een geschil met een werkneemster en een geschil met vakbonden. De alternatieve rechtsgang die voor werknemers van EOO ter beschikking staat – een interne procedure bij de International Labour Organisation Administrative Tribunal (ILOAT) vormt een toereikend alternatief, zodat het beroep van EOO op haar immuniteit niet disproportioneel is. Lees verder >

WWZ: voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst blijft mogelijk

CB 2017-6 Geplaatst op 12 jan 2017 door

HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998 (Stichting Mediant/X)

(1) Ook onder de WWZ kan de werkgever nog steeds een verzoek doen tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor het geval een gegeven ontslag op staande voet wordt vernietigd. (2) Het is wenselijk dat de rechter het verzoek tot vernietiging van een ontslag op staande voet en het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding zoveel mogelijk gelijktijdig behandelt en beslist. (3) In de procedure tot voorwaardelijke ontbinding zijn de wettelijke bewijsregels in beginsel van overeenkomstige toepassing. Lees verder >

Toezending van stukken aan de rechter nadat vonnis is bepaald

CB 2016-196 Geplaatst op 21 dec 2016 door

rechterHR 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2879 (X/Gemeente Rheden)

De rechtbank behoort ook in onteigeningszaken geen acht te slaan op stukken die haar door een partij worden toegezonden buiten de verplichte procesvertegenwoordiger om. Ook mag de rechtbank geen kennis nemen van stukken die haar worden toegezonden nadat vonnis is bepaald, zeker niet zonder de wederpartij in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te laten. Daarbij is niet van belang in hoeverre te toegezonden stukken daadwerkelijk een rol hebben gespeeld voor de beslissing van de rechtbank. Lees verder >

Verlies van hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’: schorsing en hervatting van de cassatieprocedure

CB 2016-117 Geplaatst op 14 jul 2016 door

HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1389 (Eiser c.s./ARC)

Het vervallen van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ (art. 9j Advocatenwet) brengt mee dat het geding in cassatie overeenkomstig art. 226 Rv van rechtswege wordt geschorst. Het geding kan worden hervat doordat één van partijen met instemming van de andere partij een akte ter rolle neemt of doordat zij bij exploot verklaart dat het geding wordt hervat (art. 418a jo. 228 Rv). Een en ander is van overeenkomstige toepassing in verzoekschriftprocedures. Lees verder >

Tweede hoger beroep tegen hetzelfde vonnis is in beginsel ontvankelijk

CB 2016-61 Geplaatst op 31 mrt 2016 door

HR 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:505

Een tweede hoger beroep tegen hetzelfde vonnis dat tijdig en op de juiste wijze is ingesteld, is in beginsel ontvankelijk en heeft alle rechtsgevolgen die de wet aan een regelmatig ingesteld hoger beroep verbindt. Dit is slechts anders indien het instellen van het tweede hoger beroep in de gegeven omstandigheden in strijd komt met de eisen van een goede procesorde of indien de behandeling daarvan niet te verenigen valt met een beslissing die inmiddels is gegeven in het eerder ingestelde hoger beroep. Lees verder >

Cassatiedagvaarding uitgebracht tegen verkeerde procespartij: kennelijke vergissing

CB 2015-131 Geplaatst op 27 aug 2015 door

HR 10 juli 2015 (Eiseres/Seacon Logistics B.V.), ECLI:NL:HR:2015:1844

Abusievelijk is in cassatie de moedervennootschap gedagvaard waarvan de vordering door het hof was afgewezen, in plaats van de dochtervennootschap waarvan de vordering was toegewezen. De Hoge Raad oordeelt dat in dit geval sprake is van een kennelijke vergissing en dat de dochtervennootschap al bij het uitbrengen van de cassatiedagvaarding behoorde te begrijpen dat het cassatieberoep tegen haar was ingesteld. Tegen de niet verschenen dochtervennootschap wordt daarom verstek verleend. Lees verder >

Stakingsrecht: Hoge Raad herijkt criteria voor beoordeling collectieve acties

CB 2015-108 Geplaatst op 02 jul 2015 door

HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1687 (ABVAKABO FNV/Amsta)

Naleving van de ‘spelregels’ is niet langer een zelfstandige voorwaarde voor de rechtmatigheid van een collectieve actie. Wel zijn de spelregels nog steeds van belang als gezichtspunten bij de vraag of de uitoefening van het recht op collectief optreden (art. 6 onder 4 ESH) in een concreet geval dient te worden beperkt of verboden langs de weg van art. G ESH. Andere gezichtspunten zijn de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden, en de aard van die belangen en die schade. Lees verder >

Mogelijke precedentwerking vormt geen voldoende belang voor voeging

CB 2015-101 Geplaatst op 18 jun 2015 door

HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1602 (Tennet c.s./ABB c.s.)

De mogelijke precedentwerking van een uitspraak vormt niet reeds een voldoende belang voor voeging door een derde in de procedure. Dit geldt ook als sprake is van sterk op elkaar gelijkende vorderingen of feitencomplexen tussen deels dezelfde partijen. Lees verder >

Betekeningsverordening, Betekeningsverdrag en de kantoorbetekening

CB 2015-34 Geplaatst op 19 feb 2015 door

HR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:310 (Oracle/Westinvest)

De Hoge Raad geeft een overzicht van de mogelijkheden tot “kantoorbetekening” (art. 63 Rv) in gevallen waarin de Betekeningsverordening dan wel het Haags Betekeningsverdrag van toepassing zijn, en de daarbij in acht te nemen dagvaardingstermijn (art. 115 Rv). Lees verder >

Pagina 1 van 1012345...10...Minst recente »