Selecteer een pagina

Alle berichten van: Femke Ruitenbeek-Bart


HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1112 (gemeente Hengelo / X)

Bij de beoordeling van een schadevordering wegens vernietigde vergunningen is niet beslissend of het College de vergunning rechtmatig had kunnen weigeren, maar welk besluit het zou hebben genomen indien het wel overeenkomstig de wet zou hebben beslist. (meer…)

HR 20 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:921

Het oordeel van de rechter dat sprake was van samenwonen als waren zij gehuwd (art. 1:160 BW) is niet vatbaar voor wijziging op de voet van art. 1:401 BW. Met betrekking tot dit oordeel geldt dus niet de voor alimentatiezaken aanvaarde regel dat de rechter de zaak na vernietiging en verwijzing in volle omvang moet beoordelen met in achtneming van alle op dat moment bestaande omstandigheden (zoals in casu het gegeven dat de eerdere samenwoning inmiddels weer is beëindigd). Het uitzonderlijke en onherroepelijke karakter van de uit art. 1:160 BW voorvloeiende sanctie doet daaraan niet af. (meer…)

HR 13 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:848 (Benu Nederland B.V. / verweersters)

De mogelijkheid om tegenbewijs (art. 151 Rv) te leveren tegen een notariële akte inhoudende een partij-verklaring (art. 157 lid 2 Rv) is niet beperkt tot de stelling dat ten overstaan van de notaris anders is verklaard dan in de akte is opgenomen. Het tegenbewijs kan ook betrekking hebben op de stelling dat de in de akte opgenomen verklaring niet overeenstemt met de werkelijkheid.  (meer…)

HR 29 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:769 (Stichting Erfpachters Belang Amsterdam c.s. / Gemeente Amsterdam)

Diverse oordelen over de geldigheid van de canonherzieningsbepaling in Algemene Bepalingen behorende bij erfpachtakte, waaronder de volgende. 1. Zowel naar oud, als naar nieuw recht (art. 5:85 BW) is voldoende dat de canon bij aanvang van de erfpacht is opgenomen en dat die akte verwijst naar een in de algemene voorwaarden opgenomen herzieningsbepaling. 2. Gelet op de temporele werking van Richtlijn 93/13/EEG is deze niet van toepassing op de hier bestreden Algemene Bepalingen. 3. Een eenzijdige wijzigingsbevoegdheid is niet per definitie onredelijk bezwarend. (meer…)

HR 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:724

(1) Voor de vaststelling dat sprake is van ‘samenwonen als waren zij gehuwd’ ( art. 1:160 BW) moet aan vijf vereisten voldaan zijn. De stelplicht en bewijslast voor al deze vereisten ligt bij de alimentatieplichtige. ’s Hofs aanname dat (ook) aan het vereiste van wederzijdse verzorging was voldaan, strookt niet met deze bewijslastverdeling. (2) Bij het opleggen van een terugbetalingsverplichting na beëindiging van de alimentatieaanspraak ex art. 1:160 BW gelden niet de bijzondere motiveringseisen van (o.a.) HR 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:232, CB 2015-30. (3) Kosten van het rechercherapport kwalificeren niet als proceskosten in de zin van art. 239 Rv(meer…)

Cassatieblog.nl