Selecteer een pagina

Alle berichten van: Floor Veldhuis


HR 17 januari 2020 ECLI:NL:HR:2020:61 

Een advocaat hoeft bij zijn dienstverlening met betrekking tot een voorgenomen financiële transactie geen rekening te houden met mogelijke belangen van derden, tenzij hij uit de hem door de cliënt verschafte gegevens of de overige omstandigheden van het geval redelijkerwijs behoort af te leiden dat zodanige, gerechtvaardigde, belangen door de van hem gevraagde dienstverlening op onaanvaardbare wijze kunnen worden geschaad. Over de reikwijdte van de bevoegdheid van de appelrechter om de zaak na vernietiging van een tussenvonnis zelf af te doen, overweegt de Hoge Raad als volgt. Het maken van deze afweging is aan de appelrechter, en wordt niet begrensd door de keuzevrijheid van de geïntimeerde om ofwel ook zelf dadelijk hoger beroep in te stellen ofwel daarmee te wachten totdat een later tussen- of eindvonnis is gewezen. Partijen moeten bij de afweging om zelf al dan niet dadelijk incidenteel hoger beroep in te stellen en bij het weergeven van hun stellingen rekening houden met de mogelijkheid dat de appelrechter van deze bevoegdheid gebruik zal maken. Deze blog bespreekt beide aspecten en bevat een korte samenvatting. (meer…)

HR 6 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1910

In deze zaak vordert een partij opheffing van het dwalingsnadeel door aanpassing van de koopprijs en levert daarvoor twee berekeningswijzen aan. Het hof stelt vast dat er is gedwaald en dat deze partij als gevolg van de dwaling nadeel heeft geleden, maar wijst de vorderingen af, omdat het de berekeningswijzen niet geschikt acht. Dit oordeel is volgens de Hoge Raad onbegrijpelijk en onjuist, onder meer gelet op de bevoegdheid die art. 6:230 lid 2 BW de rechter biedt om de overeenkomst daadwerkelijk aan te passen. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat als het hof de berekeningswijzen niet geschikt vindt, het hof de hoogte van het dwalingsnadeel dan zelf op andere wijze had behoren vast te stellen, zo nodig bij wege van schatting van de omvang daarvan. Hoewel dwalingsnadeel geen schade betreft, kan uit dit arrest worden afgeleid dat de Hoge Raad de regels die gelden bij schadebegroting ook van toepassing heeft verklaard op de situatie waarin een rechter het dwalingsnadeel moet vaststellen. (meer…)

HR 4 oktober 2019 ECLI:NL:HR:2019:1527

Het enkele feit dat bij een verwerping van het cassatieberoep ook een andere dan de gefailleerde partij in de proceskosten zal worden veroordeeld, brengt niet mee dat de curatoren geen belang hebben bij hun incidentele vordering tot ontslag van instantie ex art. 27 lid 2 Fw. Dat belang is immers in elk geval daarin gelegen dat voor hen geen verhaal mogelijk is van een eventuele proceskostenveroordeling ten laste van de gefailleerde. (meer…)

HR 30 augustus 2019 ECLI:NL:HR:2019:1293

Niet elk gebruik van een zuivelbenaming voor een niet-zuivelproduct valt onder het verbod. Bij het verbod gaat het om het gebruik van de benaming ter aanduiding van het product. Het antwoord op de vraag of in een concreet geval sprake is van gebruik van een zuivelbenaming ter aanduiding van een niet-zuivelproduct hangt af van de omstandigheden van het geval. (meer…)

HR 14 juni ECLI:NL:HR:2019:925

De Hoge Raad vraagt het HvJEU of art. 7 lid 2 Brussel I-bis zo moet worden uitgelegd dat het rechtstreeks intreden van zuiver financiële schade op een in Nederland aangehouden beleggingsrekening of een beleggingsrekening van een in Nederland gevestigde bank of beleggingsonderneming, welke schade het gevolg is van beleggingsbeslissingen genomen onder invloed van algemeen verspreide, maar onjuiste, onvolledige en misleidende informatie van een internationale beursgenoteerde onderneming, een voldoende aanknopingspunt oplevert voor internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter uit hoofde van de plaats van het intreden van de schade (Erfolgsort)? Daarnaast stelt de Hoge Raad enkele vragen over de relevantie van de art. 3:305a-actie en de interne relatieve bevoegdheid. (meer…)