Dossier: Ondernemingsrecht


HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1403 (Energie Concurrent / Eneco Retail en Greenchoice)

Indien de onderzoeker verklaringen van door hem gehoorde personen vastlegt met audiovisuele middelen, dient hij de gehoorde persoon in beginsel gelegenheid te geven de opname te zien of te beluisteren, opdat de gehoorde persoon opmerkingen kan maken naar aanleiding van de vastgelegde verklaring. Op de onderzoeker rust in beginsel echter niet de verplichting om een kopie van de opname aan de gehoorde persoon ter beschikking te stellen. De onderzoeker bepaalt of hij door de gehoorde gemaakte opmerkingen in het interviewverslag verwerkt. (meer…)

HR 23 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1204 (Eiser/Mr. Maas q.q.)

(1) Bij de beantwoording van de vraag of een indirect bestuurder van een gefailleerde vennootschap uit onrechtmatige daad aansprakelijk is wegens het meewerken aan benadeling van schuldeisers, moet aansluiting worden gezocht bij de maatstaven zoals vermeld in HR 8 december 2006, NJ 2006/659 (Ontvanger/X). (2) Voor een geslaagd beroep op verrekening met een tegenvordering van een hoofdelijk verbonden medeschuldenaar (art. 6:7 lid 2 BW) is niet vereist dat die medeschuldenaar partij is in het geding. (meer…)

HR 11 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:905 (Slotervaartziekenhuis)

De positie van een verschaffer van risicodragend kapitaal die een eigen economisch belang heeft in de vennootschap waarop een enquêteverzoek betrekking heeft, kan – voor het beoordelen van diens enquêtebevoegdheid – niet zonder meer worden gelijkgesteld met die van een aandeelhouder of certificaathouder. Of een dergelijke gelijkstelling mogelijk is, hangt af van de feiten en omstandigheden van het geval. (meer…)

HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:948  (OM/Vereniging Martijn)

1. Voor het antwoord op de vraag of de werkzaamheid van een rechtspersoon in strijd is met de openbare orde in de zin van art. 2:20 BW, is niet bepalend of de rechtspersoon reeds daadwerkelijk een gevaar vormt voor de openbare orde. De rechter moet onderzoeken of het verbod en de ontbinding van de rechtspersoon in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de bescherming van de gezondheid of de openbare orde of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
2. De bestuurders van een ontbonden rechtspersoon (niet de vereffenaar) blijven bevoegd tot het instellen van hoger beroep of cassatie tegen de rechterlijke uitspraak waarin de vereniging is ontbonden. (meer…)

HR 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:804 (Inversiones c.s./Cancun Holding I c.s.) en drie parallelzaken (ECLI:NL:HR:2014:797, ECLI:NL:HR:2014:799 en ECLI:NL:HR:2014:808)

In geval van een jointventurevennootschap wordt het belang van de vennootschap mede bepaald door de aard en inhoud van de tussen de aandeelhouders overeengekomen samenwerking. In een jointventurevennootschap waarin de aandeelhouders een gelijkwaardig aandeel hebben, kunnen die aard en inhoud meebrengen dat (ook) het vennootschapsbelang is gebaat bij continuering van evenwichtige verhoudingen tussen de aandeelhouders. Ook kan zulks meebrengen dat het bestuur van een vennootschap, zelfs bij gebreke van een wettelijke of statutaire informatieplicht, gehouden is de aandeelhouders te informeren over een door een van de aandeelhouders beoogde aandelenoverdracht. (meer…)

HR 11 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:898 (X/Curatoren Econcern N.V.) en ECLI:NL:HR:HR:2014:904 (UWV/Curatoren Econcern N.V.)

Een richtlijnconforme interpretatie brengt niet met zich dat vorderingen die voortvloeien uit een art. 2:403-verklaring ook bevoorrecht (moeten) zijn indien de vorderingen jegens de dochtermaatschappij dat zijn. (meer…)

Cassatieblog.nl